Schilderswerkplaats

2014-10-25 021

2014-10-25 024

2014-10-25 025

2014-10-25 026

2014-10-25 029

2014-10-25 031

2014-10-25 048

2014-10-25 050
In Steenhuis Iwema te Niebert. Waar ook een kapperswinkeltje, een schoolklasje, een kroegje en een bakkerij geëvoceerd worden. Leuk museum, maar vandaag – de laatste zaterdag van het seizoen – was het er wel erg druk dankzij een actie van de regionale RABO.


Rondje Nuis

Roderwolderdijk, Hoogkerk:
2014-10-25 002
Langs een oprit bij Niebert:
2014-10-25 013
Iwema Steenhuis in Niebert deed de was:
2014-10-25 018
Merk kippenvoer:
2014-10-25 035
Evocatie van een kroegje, eveneens in Iwema Steenhuis:
2014-10-25 041
Oprit bij de Mienscheer te Nuis:
2014-10-25 063
Reiger heeft rat bij de kop, in een weiland langs de Halbe Wiersemaweg tussen Niebert en Leek:
2014-10-25 067
Als je erop let, zie je overal grote waternavel, zoals hier in de vervallen sluis van het Leekster Hoofddiep:
2014-10-25 072
Een eindje verder aan de Roomsterweg deze kolonie geschubde inktzwammen:
2014-10-25 075
Boven de Jarren bij het Leekstermeer ging een grote groep ganzen op de wieken – wat kwam door twee ultra light vliegtuigjes, die wat later leken te landen bij Nietap:
2014-10-25 092
Mannetjesfazant bij de Woudrustlaan onder Peize:
2014-10-25 097
Langmadijk, Perizermade:
2014-10-25 105


Bloedend België – de lijdensweg van een onschuldig volk

005

006

Bron.


In de bottelarij

Woldring en Idema ranja

Onlangs kwam G.W. langs om dit affiche te laten zien. Het is van Woldring & Idema, een bottelarij die van 1908 tot 1991 bestaan heeft, meestentijds in de Brugstraat, waar nu het Noordelijk Scheepvaartmuseum zit.

Eind jaren 70 heb ik als student via een uitzendbureau nog een weekje bij dit bedrijf gewerkt, toen het aan de Struisvogelstraat zat. Dat was vlak voor de kerstdagen, het drukste seizoen voor de bottelarij.

De voorman, Bathoorn, zette me in eerste instantie aan de boerenjongenstafel. Aan die tafel werkten vier man: naast mij een vaste arbeider en twee jonge schoolverlaters. Het werk bleek hier zo slecht nog niet. Een van ons vieren maakte een soort van weckflesje open en plaatste een rubberen ring om de rand van het deksel. De tweede kieperde een afgepaste hoeveelheid rozijnen in het flesje. De derde goot er tot een maatstreepje citroenjenever bij en de vierde sloot het weckflesje weer af. De potjes gingen in kratten en de die verdwenen in een cel waarin de hele handel verhit werd.

De citroenjenever lag opgeslagen in een mobiele tank met een kraantje eraan. Als het jouw beurt was om citroenjenever in de weckflesjes te doen, zette je, om je werkvoorraad aan te vullen, regelmatig een emmer onder dat kraantje. Op de derde dag liet ik dat kraantje stromen. Zo kwam onze hele werkvloer onder de citroenjenever te staan.

Na het dweilen verbande Bathoorn mij naar de lopende band: flessen opzetten. Dat was minder aangenaam. De lopende band werd bediend door iemand die naar verluidt aandelen in de bottelarij had. In elk geval wilde hij het tempo nogal eens opschroeven. De flessen stonden in etages op pallets. Met zoveel mogelijk vingers greep je zoveel mogelijk flessen, die je zo heel mogelijk op de band probeerde te zetten. Afgezien van het gerammel van de flessen op de band gaf de machine die ze vulde een hels kabaal. Af en toe greep je in een kapotte fles op de pallet, Ook op de lopende band wilde er nog wel eens een exemplaar sneuvelen. Als de hele handel werd stilgezet, omdat er iets anders in de flessen moest, had je tijd voor een shaggie.

Naast me aan de band stond een ouwe baas. Aardige kerel die uit dezelfde hoek van Drenthe bleek te komen als ik. Af en toe gebaarde hij dat ik het wat rustiger aan moest doen. Hij werkte er al dertien jaar en vertelde dat in die tijd het personeelsbestand met tweederde was ingekrompen, terwijl de nog resterende medewerkers een dubbele productie haalden. De vermeende aandeelhouder aan het begin van de band had dus geen reden tot klagen.


‘Blijf kalm, eerst denken, dan doen’

Bij een vooronderzoek voor een Koude Oorlogproject stuit ik op deze envelop met BB-voorlichting:
2014-10-21 001
De envelop dateert uit 1961 en is verspreid in Winschoten, maar bij ons thuis in Drenthe stond er precies zo een in het standertje met belangrijke post. Ik denk dus dat het een landelijk ding was.

In de envelop zitten twee vouwbladen van redelijk stevig papier, voor de snelle naslag:
2014-10-21 003
De beschermingswenken gaan in op wat er gebeurt als de bom valt:
2014-10-21 004
Terwijl het vouwblad voor de eerste hulp de meest voorkomende kwetsuren behandelt, zulks onder een motto dat de hedendaagse Nederlander zich ook wel eens mag aantrekken
2014-10-21 008
Het leukst is de toegevoegde brochure die een en ander nog wat uitvoeriger uitlegt:
2014-10-21 013
Als de bom valt kan je het best met je gezin onder de keldertrap gaan zitten:
2014-10-21 017
Wat voor risico je loopt, hangt natuurlijk van de afstand af:
2014-10-21 021
Mocht je op je werk zitten, dan kan je altijd nog schuilen onder je bureau:
2014-10-21 024
Zo’n stevig metalen bureau – maken ze dat nog ergens?


Hoogkerk in de herfst

2014-10-21 052


‘Wi zitten hier an ‘t voutenende’

“In de twintiger jaren reisde ik vaak van Amsterdam naar de woonplaats van mijn ouders (in het Noorden, HP). En voorwaar, over de Zwolse perrons hing duidelijk….. het gordijn (van kranten waarmee het Noorden dichtgeplakt was, HP).

Men stapte daar over voor de richting Leeuwarden en Groningen. Wij sjokten naar het slecht verlichte, gure, open tweede perron en hesen ons met onze zware koffers met moeite de hoogte in; één opstap, nog een en hoep, daar waren we dan in onze coupé. Eigenlijk een veel te wijdse naam voor die vaak smerige en vunze wagenhokken, die wel zeer ongunstig afstaken bij de voor die tijd reeds weelderige rijtuigen, die we juist verlaten hadden, en die vóór het gordijn bleven staan.

Zo sukkelden we dan noordwaarts. Ja, het was sukkelen, want de railstukken op die trajecten waren korter, met het gevolg, dat de gang van de toch al slecht verende wagons schokkend en onpleizierig was. Afdankertjes, restanten! De resten van die restanten werden op de zijlijntjes gebruikt van Groningen naar Winschoten b.v., een binare tragedie van vervoersellende.

Is het dan niet verklaarbaar, dat de ‘noordeling’ zich wel eens achteruitgezet gevoelde en zijn houding ten opzichte van het andersoortige daardoor soms bepaald werd?

En is het wonder, dat men in die jaren sprak van: ‘Wi zitten hier an ‘t voutenende’. Een gezegde, dat met een zekere berusting werd geuit…”

Bron: Johan Koch, ‘Van gene zijde van het krantengordijn’, Neerlandia LXI (1962) 57, 58.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 583 andere volgers