Nieuwe uitzichten bij Aduard

Aduard heeft sinds kort een uitkijktoren. Het ding is een meter of tien hoog, en staat bij het Van Starkenborgkanaal, tussen Aduard en de Spanjaardsdijk.

2013-05-09 061

Naar het zuidoosten de grazige weiden van Aduard, rondom de Hamstertocht:
2013-05-09 069

In het westen het natuurterreintje ‘t Stort, dat op een vooroorlogs slibdepot groeide:
2013-05-09 070

Een swingende vogelschrik:
2013-05-09 071

Bloesem langs het fietspad:
2013-05-09 074

‘t Stort, ik denk dat hier ook wel reeën te zin zijn:
2013-05-09 075

Wat dichterbij:
2013-05-09 076

Volgens mij is het ook een goeie plek om ‘s ochtendsvroeg van vogelzang te genieten.
2013-05-09 077

Wat mij betreft komt er aan de noordkant van het kanaal ook zo’n toren, en dan nog wat hoger.


Muizenstad (II)

2013-03-01 006

Van een muizenstad, die in 1960 de stad Groningen aandeed, is nog een dossiertje bewaard in het gemeentearchief. De attractie maakte toen nog geen deel uit van de kermis, maar toerde zelfstandig door het land. In Groningen stond de houten tent, qua oppervlak 14 bij 11 meter, die zomervakantie van 2 tot 10 juli op een deel van de pluimveemarkt aan het Damsterdiep. Men kon hier de Muizenstad ’s middags en ’s avonds komen bekijken. De entree bedroeg 35 cent voor kinderen tot 14 jaar en 50 cent voor mensen die ouder waren. Dat lijken me prijzen die wel wat hoger lagen dan op de kermis.

De eigenaar van deze onderneming was H. de Man, een 64-jarige oud-timmerman die op Scheveningen woonde, maar in Den Haag een postadres had (zie briefhoofd). Bij het schijven waarin hij de gemeente Groningen om de vergunning vroeg, zat een bijlage, waarin hij vertelde dat zijn “complete miniatuurstad” jaren eerder uit een hobby ontstond. Rond 1956 was de zaak in een stroomversnelling geraakt doordat geïllustreerde bladen en bioscoopjournaals in binnen- en buitenland er aandacht aan besteedden. Ook was “dit vooral voor kinderen zo boeiend kijkspel” twee maal op de toen nog prille buis geweest. Maar “de kroon op het werk” was een bezichtiging in Den Haag door koningin Juliana –

“vanaf die tijd werd de eigenaar niet meer met rust gelaten en van alle zijden werd op vertoning van dit unieke schouwspel aangedrongen”.

De Man beweerde niet dat hij de eerste met een soortgelijke attractie was – dat zou ook een leugen geweest zijn. Als zijn unique selling point noemde hij iets anders:

“De verzameling kleurmuisjes die tentoongesteld wordt, geheel in sprookjessfeer, werd nog door niemand eerder gebracht en er mag van gezegd worden dat het geheel interessant en voor jong en oud attractief en bezinswaardig is.”

Over die ”kleurmuisjes” straks meer. Een advertentie voor zijn Muizenstad heb ik niet kunnen vinden, waarschijnlijk werkte De Man met affiches. Op 5 juli kort staat er wel een kort interview met hem in het Nieuwsblad van het Noorden.  Hij zegt dan “stapelgek” te zijn op zijn “schatjes”, waarvan hij de allereerste zo’n tien jaar eerder in huis kreeg, toen een fröbelschooljuffrouw hem vroeg om tijdens de vakantie op een stel witte van haar te passen:

“Kom”, dacht hij, “ik zal voor die juffrouw een paar aardige huisjes bouwen, waar die beessies leuk in kunnen spelen.”

Dit groeide dus uit tot een hele muizenstad en sinds 1957 trok hij met die show, en met vrouw, knecht en hond door het land.

De Mans Muizenstad doet getuige de foto bij het interview qua formaat en lay out sterk denken aan wat ik gister op de Ossenmarkt zag, met o.a. de molen, de uitkijktoren, het klapbruggetje en het reuzenrad. In totaal reisden er 1200 muizen mee, maar slechts 400 daarvan bevolkten op enig moment de muizenstad, zodat De Man er 800 in reserve moet hebben gehouden.

De gekleurde muizen waren niet opgeverfd, zoals je zou kunnen denken op basis van de brief aan de gemeente, maar hadden allerlei natuurlijke kleuren: wit, blauw, bruin en zo’n dertig variëteiten daartussen. Volgens De Man liep er nooit eentje weg: ”Daar heb ik ze voor opgeleid”.

Dat de gemeente Groningen een aardige grijpstuiver verdiende door de verhuur van de standplaats bij het Damsterdiep, blijkt uit het gemeentelijke dossier. Voordat de huur inging moest De Man al 325 gulden aftikken, te weten 225 gulden voor de negen dagen huur (ƒ 25,- per dag) en nog 100 gulden als waarborgsom. Om alleen al die lasten eruit te krijgen, moest zijn Muizenstad minstens duizend jeugdige bezoekers hebben. Bovendien betaalde hij  de gemeente 20 % vermakelijkheidsbelasting op alle ontvangen entree.


Muizenstad (I)

Een foto van Jan Glas attendeerde me erop, dat er een Muizenstad op de meikermis te zien was, meer precies op de nostaligische kermis op de Ossemarkt. Daar moest ik het mijne van weten. Het kon vandaag nog net.

Voor het eerst sinds tientallen jaren zou ik geld gaan uitgeven op de kermis, één euro maar liefst. De façade:

008

De attractie is internationaal georiënteerd, maar heeft blijkbaar meer Duitstalige dan Engelstalige klandizie:

010

Om de hoek is het eerste dat opvalt een Hollandse molen:

011

Weinig muizen te zien nog:

013

Die zitten in groten getale op hun eigen kermis:

016

En bij de klap:

019

Ik had het oppervlak wat groter verwacht:

028

Dan nog maar even terug naar de brug:

035


Hij is niet dood, hij leeft

Gezien aan het Zuiderdiep:

001

 


Swinder – Op fietse noar stad

Eevm kovvie pruivm:

Bron


Leegkerk

005

006

012

021


De eerste automatiek van de stad

Automatiek Herestraat 45 blog

Van het eten uit de muur weet je dat het een betrekkelijk recent verschijnsel moet zijn, maar wanneer diende zich dat dan aan? Daar kwam ik achter dankzij een foto die Harm Renkema onlangs op Flickr plaatste, en waarvan hierboven een bewerkte uitsnede staat. De foto maakte me nieuwsgierig, ik stelde een klein krantenonderzoekje in en het bleek te gaan om de allereerste automatiek van Groningen, in 1932 gevestigd op het adres Herestraat 45, tegenover het Hoogstraatje.

Het Nieuwsblad van 4 april dat jaar bericht over de ophanden zijnde verbouwing van dat pand tot een “automatisch restaurant” onder architectuur van T. Holthuis KHzn., die namens eigenaar M.E. Vorenkamp de verbouwing aanbesteedde. De bedoeling was er een zaak van te maken “waarin spijzen, gebak, bier, limonades, likeuren, sigaren, sigaretten enz. uit automaten zullen worden verkocht”.  Boven de pui zou een grote lichtreclame komen met de aanduiding „Automatiek”. Binnen kwam er een “zeer modern ingerichte ruimte”:

“De wanden zullen geheel bekleed worden met marmer, de vloer betegeld, om alles zoo rein mogelijk te kunnen houden.”

Leek dit wellicht wat steriel in die bruinminnende jaren dertig, er zou bovendien

 “een gezellig zitje worden gemaakt; waar het publiek op haar gemak (…) een en ander zal kunnen gebruiken.”

Aan de expertise van de uitbater hoefde niet te worden getwijfeld. Die had internationale ervaring opgedaan::

“De heer Vorenkamp is reeds eenige jaren in het buitenland op dit gebied werkzaam geweest en dus goed op de hoogte met dergelijke zaak, welke voor Groningen nieuw is.”

Zoals later bleek, dreef Vorenkamp de zaak met een familielid. De verbouwing moest in mei klaar zijn, aldus het Nieuwsblad, want

“het perceel zal nog voor de as. kermis worden geopend”.

Op 10 en 11 mei vestigden advertenties inderdaad de aandacht op de opening:

1932 adv opening

- die op donderdag 12 mei plaatsvond, terwijl de kermis in opbouw was. Het Nieuwsblad wijdde een redelijk lang stukje Zakennieuws aan het fenomeen:

“Groningen heeft eens iets nieuws gekregen, nl een automaten-restaurant, het eerste m het Noorden en het derde in Nederland. (…) Een mooie bronzen pui, vervaardigd door de machinefabriek „Helpman” van den heer H J. Naaijer, geeft een royalen entree. Bij het binnenkomen ziet men links de automaten met daartusschen het buffet, waar koffie en thee geschonken wordt, omdat dit beter is dan via een automaat. Maar ook hier betaalt men met munten, die men zich kan aanschaffen door kwartjes te werpen in de kleinen wisselautomaten.”

Er zijn twee groote Vendor-automaten, ieder met acht spijsjes, 5 Paternoster-automaten, elk met 1 spijsje en 5 drankautomaten waarvan de bierautomaat van een geheel nieuwe constructie is, die de kwaliteit van dit bruischende vocht niet aantast, zooals tot dusver het geval was.

Voor het buffet staan 10 stalen krukjes en achter in het restaurant zijn nog een paar zitjes met tafeltjes. Een groote tafel met marmeren blad in het midden dient om de gebruikte koppen, glazen, enz. neer te zetten.

De spijsjes worden in de modern ingerichte keuken op de eerste verdieping, waar een bekwame Duitsche kokin den scepter zwaait, gereed gemaakt en door een lift naar beneden gestuurd, waar een der buffetmeisjes ze achterlangs in de automaten brengt, zoodat alles zoo hygiënisch mogelijk gaat. Bij de geheele Inrichting met marmer en graniet is trouwens op de eischen van hygiëne gelet.

Achter het restaurant bevindt zich een keurige toiletgelegenheid.”

De krant vermeldde niet wat precies het assortiment was. Daar komen we pas achter door een advertentie uit 1933:

1933 assortiment

Kroketten waren er dus van meet af aan, maar tegen de visfilet, de broodjes lever en halfom,  de advocaat, de wijn en de punch kijken we vanuit ons perspectief wellicht wat vreemd aan.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 431 other followers