Bommen Berend in de kerk van Zuidlaren

Myne officieren en getrouwe soldaten, neemt ter ooren en herten dese reden, dien ick niet alleen als een Bisschop, maar als een Vorst des Heyligen  Roomsen Rycx aen u lieden sal doen. ’t Is u allen bekent, dat ick voor vele jaren, my in de wapenen en niet in de Heylige Schiften hebben geoefent, de wapenen hebbe mijn oock tot deze waerdicheyt en tot Hooft over so veel Benden verheven. Hoeveel magtige Steden hebben hare poorten goetwillig voor ons geopent, alleen het wrevelige Greuningen heeft die gesloten, en tot noch toe alle ons gewelt van bomben, granaten, vuurballen, en canonnaten onverdrietelyk verdragen. Moeten wy dese Stadt verlaten, ’t sal onse voorgaende luyster verduysteren en wy sullen een spot der Geusen worden, die wy dagelicx van hare wallen horen blasen Staet op Heer toont u onversaecht, soo werden sy verstroyt ende verjaecht. Ia wy sullen achter onse ruggen en voor ons aengesichte moeten hooren, dat wy wel verradischer wyse plaetsen konnen vermeesteren, en niet door sterckte van onse wapenen doen, dat de Heylige Maecht verhoede. Daerom, toont u alle als leeuwen, valt aen in de loopgraven, werpt vuurwercken, en doet alles dat de moet der vyanden moogt doen verflauwen, niet aensiende het gevaer of de doot, want die aldus sterft willen wy versekeren dat de Heylige Roomsche  benedictie sal genieten, ende gratie ontfangen, in geen vagevier te komen, maer van de aerde terstont ten hemel sal varen, derhalven sal ‘t haest tyt syn, dat wy op de Stadt begeeren te stormen. Stormt daerop als op het Koninckrijcke der Hemelen, sult voorseker winnen het Heylig Kruys, ’t welck ick morgen alom door onse wercken sal doen dragen en sal u een teken sijn, dat den Gekruyste met u is, en uwe handen wil versekeren, doet soo en sijt versekert van ’t gene ick segge. Hoewel dat mijn toverboecken u een anderen uytslag beloven, maer ’t is geen konst voor een priester, veel min voor een bisschop, den Duyvel te besweeren ofte bedriegen.

De tekst van een mij onbekend klein pamfletje op vrij slecht papier, gedrukt bij Mattheus Iansz te Amsterdam in de zomer van 1672. Uiteraard betreft het geen echte preek, maar een satire. Nadat een hele ris steden als Zutphen, Deventer, Zwolle, Kampen, en Coevorden gemakkelijk in zijn handen vielen, stoot Bommen Berend zijn neus voor Groningen. Van de wallen daar hoort hij psalm 86 toeteren. Hij lijdt liever geen gezichtsverlies door het beleg op te moeten breken en daarom spoort hij zijn soldaten aan om deze vesting te bestormen. Ze moeten maar niet bang zijn voor de dood, hij belooft ze dat ze het vagevuur mogen overslaan en rechtstreeks naar de hemel gaan. In zijn toverboeken staat weliswaar een heel andere uitslag, maar ach, een bisschop als hij kan de duivel best wel voor het lapje houden.

About these ads

3 reacties on “Bommen Berend in de kerk van Zuidlaren”

  1. Uit welke collectie zou het pamflet komen? Uit de UB Leiden? Maar de Short Title Catalogue geeft aan dat hun exemplaar uit de collectie Bibliotheca Thysiana het nummer 8704 heeft.

  2. En dit pamflet is genummerd 6017,


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 577 andere volgers