Zult, ‘s lands lekkernij van Drenthe (1791)

Het Vaderland (1791), door de Hollandse notaris Gerrit van der Jagt,  is een geografisch-historisch leerboek, gegoten in de vorm van een dialoog tussen een vader en een zoon, waarbij de vader bijna voortdurend aan het woord is.

Het werk bevat vele plichtmatige lesjes, waar niets origineels aan te ontdekken valt. Ook schiet Van der Jagt nogal eens van de hak op de tak. Kennelijk was het hem niet gegeven om wat gestructureerder te werken dan hij deed.

Allemaal redenen om je schouders op te halen over zijn werk, ware het niet dat daar passages in voorkomen die erop duiden dat hij daadwerkelijk ons land bereisd had. De authentieke brokjes reisbeschrijving haal ik nu even voor wat betreft Drenthe uit Van der Jagt zijn didactische brij.

Van der Jagt benaderde Drenthe vanuit Zwolle. Over de Vecht werden de wegen en de landerijen minder van kwaliteit, bij Rouveen en Staphorst waren ze weer wat beter, om helemaal slecht te worden tot aan het Drentse tolhek, op de Werkhorst bij Meppel. Vanaf die plek werd het rijden met een rijtuig wat comfortabeler:

Daar ryst het land weer aanmerkelyk, bevrydt ons van schokken en inslorping, wanneer het geregent heeft; want hier zyn geen watermolens.

In Van der Jagts beschrijving van Drenthe in het algemeen vinden we weer eens de venen en de turfgraverij, de onvruchtbare heiden en de schapen, die bijna in elke beschrijving van de Olde Landschap voorkomen. Wel heeft de notaris misschien wat meer oog dan andere reizigers voor het gemeenschappelijke eigendom en werk van de Drenten:

De oogsttyd begint en eindigt op een vastgestelden dag, met het luiden der klokken. (… ) de heiden, met gras begroeit, zyn in gemeen gebruik.

Van de Jagt stipt de afwatering door beken, de nieuwe Drentse Hoofdvaart (1769 – 1783) en de nieuwe nederzetting Smilde aan en werpt zich na een passage over de hunebedden op de Middeleeuwen en de staatsinrichting van Drenthe, om dan weer terug te keren bij het tolhek op de Werkhorst:

Wy namen den langsten, maar vermaaklyksten weg en zagen reeds van verre den zwaren stompen toren van Meppelt, met een lagen kap gedekt. Wy zyn dit vlek of open steedje, welks grond weer lager en met water doorsneden is, by het dalen der zon, langs een beplantten weg, nevens schoon weiland genadert. Hier is de samenvloeijing van verscheiden beken en de doortogt der Drentsche turffschepen. Er wordt veel vlas gesponnen en linnen geweven; men maakt er ook zeildoek en gestreepte wollen stoffen. De straten zyn zeer wel geregelt, de huizen welgebouwd en er heerscht die zinlykheid die met welvaart zich ligtelyk vereenigt. De plaats is volkryk, naar hare grootte. Men zeide my daar dat er 3000 leden der hervormde gemeente zyn; omtrent het jaar 1776 waren er, volgens eene aantekening, tusschen de 15 en 1500.

Van der Jagt bezocht die avond de Meppeler kerk, en bezichtigde ook een totaal gesloopt pand, het onderkomen van de patriotse sociëteit, voordat de Orangistische contrarevolutie van september 1787 er radicaal een eind aan maakte. De Hollandse notaris zou gaan slapen in een herberg bij de kerk:

Hier namen wy onze nachtrust en zagen de schoorsteenmantel in de herberg (…) met groote drinkglazen bezet; ‘t geen wy meer zullen ontmoeten.

Kennelijk ging het om een Drentse of noordelijke horeca-gewoonte? Over Meppel verklaart hij:

Zoo welvarent als Meppelt is, kan men er een goed huis huren  voor vyftig guldens in ’t jaar. Er zyn duizend huizen. Voor twee guldens en tien stuivers ’s weeks, kan men zeer goed in den kost.

Met een voerman verliet zijn gezelschap de volgende ochtend Meppel, om langs de Hoofdvaart noordwaarts te gaan. Onderweg constateerde de notaris dat de Drenten grote “liefhebbers van de vetweidery” waren, die “met het meeste genoegen in hunne speelhuisjes in de weiden hun pyp [zaten] te rooken.” Aan de sluizen die zijn rijtuig passeerde, merkte hij dat het land steeds hoger lag.

Links en rechts doemden Diever en en Dwingeloo op,  beide “fraai in ‘t geboomte”. Tussen deze plaatsen in pleisterden Van der Jagt en zijn reisgezelschap in ’t Wapen van Drenthe, zoals de herberg bij de Dieverbrug nog heette. Ze vonden er “goede boter, fyn en grof roggebrood, beide inlandsch” en luisterden er naar de verhalen van de lokalo’s:

Als de baars hier duur is, kost die twee stuivers het pond. Met duizend guldens inkomen in ’t jaar, kan men hier rytuig houden, jagen en vissen.

Met andere woorden: in Drenthe kon je ook toen al heerlijk goedkoop drentenieren.

Het gewoone ontbyt in deze landstreek is pannekoeken. De luiden leven hier gezond, worden oud, en bemoeien zich weinig of niet met geneesheeren en rechtsgeleerden.  De levensmiddelen zyn hier nog beter koop, dan in de wingewesten, of in Gelderland en Overyssel.

Over de inwoners heet het:

De Drenten zyn welmeenend, goedhartig, beminnaars der goede trouw.

Alleen de Meppelers vormden een uitzondering. Die waren nogal zelfgenoegzaam, wat vast door de handel kwam. Op de Smilde bekeek Van der Jagt de nieuwe koepelkerk (1780), zag vanaf de toren Groningen liggen  en gaf een algemene indruk van de veenkolonie:

Alle de huizen, geregelt langs de Nieuwe Vaart gebouwt, geven welvaart te kennen.

De oorzaak van die voorspoed viel goed te zien langs de weg naar Assen:

Tot welk eene hoogte zagen wy de Turfaarde, op de heide! aan beide zyden van den gebaanden weg recht afgestoken.

Ook Assen beviel de notaris al op het eerste gezicht goed:

De aankomst by dit vlek is zeer bevallig, by een uitgestrekt bosch, langs de Nieuwe Vaart en den breeden hier rechten weg; ten einde van welken men, achter de huizen, het spitsjen der kerk ziet ryzen.

De reizigers legden hun bagage neer in een herberg bij de kop van de vaart, en maakten net als in Meppel een avondwandeling:

Er zyn hier eenige schoone en deftige, meest nieuw gebouwde huizen langs de vaart en op het groote driekante plein, ’t geen wy langs een breede straat genadert zyn, en aan de noordzyde met twee ryen boomen beplant is.

Van der Jagt kwam terecht bij de overheidsgebouwen aan de Brink, en bewandelde met zijn gezelschap de “breede geregelde singels, met hooge boomen, rustbankjes en byliggende tuinen” van het ongeveer 300 huizen tellende Assen. Bij terugkeer in de herberg koos hij in de opkamer met uitzicht voor een opmerkelijke regionale specialiteit:

Wy verkiezen, by ’t smaaklyk brood en bier, ’s lands lekkerny, zult, of spek met wyn-azyn doorweekt, met een glaasjen goeden wyn. In onze zinryke herberg, gezeten, zien wy naar beneden over het ruime breede voorplein. Steenen palen en yzeren leuningen, waar mee de vaart is afgeperkt, langs de nieuwe huizen, daaraan gebouwt, terwyl ’t gezicht door geboomte en eenen nieuwen zaagmolen bepaalt wordt.

Na een aantal clichématige passages over maar al te bekende zaken in de rest van Drenthe, keerde Van der Jagt terug naar de twee Drentse plaatsen die hij nu het beste kende:

Er zyn zeer welgestelde landlieden omstreeks Assen en Meppelt, die ’t ook in Holland zouden zyn.

Net als  Meppel, verliet hij Assen bij het krieken van de dag:

Met klimmende zon ryden wy weer van Assen, ’t welk door Friezen en Groningers bezocht wordt. Wy zien veel wei- en zaailand nevens den landweg en komen in t dorp Vries in ’t dingspil  Noordeveld, bevallig, ruim, met geboomte en verscheiden schoone huizen. Wy vonden de herberg zeer zinlyk, in den landsmaak. En wie zou hier, in ’t uithangbord, het Wapen van Leiden verwachten?

Hoewel Van der Jagt Eelde, “omringt met veele fraaie lusthuizen” wel even noemt, reisde hij over Zuidlaren naar De Punt:

Wy zagen nog meerder zaailand, tot aan de grenzen, by de brug en het tolhuis van Groningen. Bevallig was ook het gezicht van een gezelschap Groninger jonge lieden in een speelwagentje, waaronder de vrouwelyke hulsels, beknopter dan die der Friesche meisjes, my bevielen; hoedanige hulsels ik ook in  Overyssel en Drente opgemerkt heb.

Met een oud rijmpje over de weelde, ontleend aan Tydeman, sloot hij het hoofdstuk Drenthe af:

Uit hetgeen gy zaagt en hoordet, kunt gy opmaken dat men in dit Landschap by eenvouwigheid orde kent.

Bron: Gerrit van der Jagt, Het Vaderland (Amsterdam 1791) pag. 553 – 568.

Morgen Van der Jagt over Groningen.

About these ads


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 561 andere volgers