Dozen, dozen, dozen

2013-03-19 003

(Groninger Adresboek 1930)

About these ads

15 reacties on “Dozen, dozen, dozen”

  1. Ton Andringa, Gasselte zegt:

    Mijn hart springt op bij het zien van deze advertentie. Een maand of twee voor ik in militaire dienst moest, zocht ik een baantje. Het was september 1956 en ik had vlak voor de zomervakantie mijn akte Lager Onderwijs gehaald.
    Via een tip van een meisje dat bij hem vakantiewerk had gedaan, meldde ik me bij Van Wolde, directeur van de Eerste Groninger Cartonagefabriek, toen gevestigd Schoolholm 33.
    Het bleek een eenmansbedrijf gevestigd op een morsige zolder. Soms liep er nog een loopjongen rond. Het werk bestond uit het snijden van vellen karton, vouwen en op de hoeken nieten tot doosjes. Het eindproduct werd met kleurig papier beplakt. De lijm stond de hele dag in een druiperig potje te pruttelen op een soort theelichtje.
    Baas Van Wolde voegde me vanonder zijn plakkerige hoed toe: ‘Dit is niks voor u. Doosjes maak’n is typisch meisjeswerk, die bennn daar handiger in; hebben dunne vingertjes, ja.’ Ik bood aan een week op proef te werken: zou ik beneden het productieniveau van een meisje blijven, dan hoefde hij mij niets te betalen. Als ik evenveel produceerde, wilde ik hetzelfde loon ( 20 gulden). Hij ging akkoord. De volgende dag 7.45 uur beginnen.
    De eerste dagen waren een wanhoop: ik kreeg het nietwerk met de voetpedaalmachine maar niet onder de knie. De doosjes kwamen scheef en wrak in elkaar te zitten. Dus schade in plaats van winst. Ik verkorte de schafttijd, sloeg theepauzes over en werkte na half zes over. De baas keek grijnzend. Gaandeweg ging het vlotter en kreeg ik de nietjes op regelmatige afstand op de hoeken. Nu nog de verloren tijd inhalen: het automatisme sloeg toe, ik schakelde over in de hoogste versnelling. Zaterdagmiddag: 13.00 uur einde der werkweek. De baas gaf mij 25 ! gulden. Hij had nog nooit ‘metmaakt’, dat een meisje een dergelijk hoog aantal had behaald. Ik mocht blijven. Ik was trouwens de enige werknemer. Anderhalve maand later nam ik afscheid van de kartonnage. Ik kon een baantje krijgen bij een kaaspakhuis aan de Eendrachtskade; betaling 35 gulden per week.Toch gingen Van Wolde en ik als vrienden uit elkaar. In mijn dienstijd heb ik hem nog wel eens opgezocht. Het was toen echt een zzp-er.Hoe lang de eerste Groninger Cartonagefabriek nog heeft bestaan? In ieder geval stond hij in 1960 nog in het telefoonboek.

    Groninganus hest mie kippevel bezörgd mit dien ploatje en benoam mit dat ‘Dozen, dozen, dozen’.

    • Harry Perton zegt:

      :-) Ik zag nog kleine advertenties uit het midden van de jaren zestig, inderdaad zat het bedrijf toen op het adres Schoolholm 33.
      Het begon bij mijn weten aan de Noorderhaven (ca. 1902), zat van 1923 tot in elk geval 1932 aan de Wipstraat en verkaste na de oorlog naar de Schoolhom, waar het, vermoed ik, voormalig joods vastgoed betrok.
      Het was overigens niet de enige ‘cartonnagefabriek’. Dat het zo’n grote advertentie in het Adresboek zette, kwam waarschijnlijk door de aard van de handel: business to business, zoals ze dat tegenwoordig noemen. (Het Adresboek vond voornamelijk aftrek bij de middenstand.)

    • Bernard van Wolde was mijn Opa van moeders kant. Mijn moeder heette Jo van Wolde en was de oudste dochter van Bernard. In de beginjaren vijftig vertrok de vrouw van Bernard, mijn oma, met medenemen van zes kinderen naar Canada mijn opa ontredderd achterlatend. Mijn moeder die al getrouwd was zorgde er min of meer voor dat hij niet geheel afgleed en overeind kon blijven. De cartonnagefabriek hield hem op de been want hij moest dooz’n afleveren bij allerlei klanten in de stad die hem contant betaalden voor de geleverde waar. Boter bij de vis. Dadode stadsfilosoof hielp hem met kleine klussen in de fabriek en kon beschikken over vierkante kartonnetjes alwaar hij zijn gedachten opschreef met potlood. Eindeloze torens van deze beschreven kartonnetjes stonden op een speciale tafel. Ik heb er nog altijd spijt van dat deze filosofische werken niet zijn bewaard maar verdwenen na de dood van mijn opa.
      Een kleurrijke man was het en ik heb veel met hem meegemaakt en verhalen van hem gehoord die nog steeds af en toe door mijn hoofd dwalen.

      Felix Roosenstein, kleinzoon

  2. M.Krooshof zegt:

    Een pracht verhaal van Ton Andringa. Een echte doorzetter.

  3. aargh zegt:

    Zo zie je wat je met zo’n plaatje boven water haalt. Mooi verhaal. En een fraaie prent natuurlijk, ik moet daarbij dan weer aan ‘Dierenwinkel’ denken.

    • Marianne vanwolde zegt:

      De prent is door mijn vader gemaakt f van Wolde je hebt nog meer gezien ? Je hebt het over dierenwinkel ik ben op zoek naar prenten van mijn vader !

  4. Ook ik ben verrast door dit mooie plaatje! Ik heb ooit een gedicht geschreven over Ferdinand. Ik zal het hieronder plakken met nog enige info.

    Ferdinand van Wolde

    Zie onze Ferdinand,
    hij zit daar maar
    in die Martinitoren,
    zo hoog en zo verloren,
    zijn schildersattributen
    gevaarlijk op de rand.

    De schoonheid van de stad
    kan hem zo diep bekoren,

    met hartenpijn moet ik
    hem in zijn passie storen,
    vader heeft je nodig
    in de kartonnage,
    ach jongen toch,
    wat een pláátje!

    Coby Poelman-Duisterwinkel

    Van Wolde (1891-1945) schilderde al op 13 jarige leeftijd een Gezicht vanaf de Grote Markt vanaf de Martinitoren.
    Na de kunstacademie Minerva werkte hij in de kartonnagefabriek van zijn vader aan de Schoolholm en ontwierp hij advertenties of reclamedrukwerk. Het meeste geld verdiende hij met het maken van kalenders, waarvoor hij het hele land doorreisde. Een selectie van de foto’s die hij maakte diende als voorbeeld voor zijn steendrukken, waarvan hij kalenderbladen liet drukken.
    Zijn werk bestaat vaak uit een schuin opgebouwde compositie: tenminste één kant wordt afgesloten door bomen of gebouwen en via diagonalen wordt het oog naar het centrum van het beeld getrokken, dat licht van kleur is. De historische afbeeldingen zijn zeer nauwgezet vervaardigd.

  5. Marianne van Wolde zegt:

    Leuk dit te zien en te lezen ik ben de jongste dochter van Ferdinand Ik was 2 jaar toen hij in1945 overleed nog 4 van zijn 6 kinderen leven nog de laatste werknemer van de dozen fabriek was mijn oom Bernard oom Peter de laatste baas was al dood Het is opgedoekt in 1976 volgens joke bullinga dochter van de laatste baas Peter !

  6. Felix Roosenstein zegt:

    Zoals mijn opa Bernard al zei, nu ben ik de krullenjongen en de directeur van de Eerste Groningse Cartonage Fabriek….Af en toe mocht ik hem helpen met eenvoudige werkzaamheden en dan betaalde hij mij uit in Café de Beurs en trakteerde mij op een versnapering. En sprak dan de andere stamgasten luide toe, zeggende kiek dit is mien kleinzoon, die werkt ook bij mij in het bedrijf…


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 582 andere volgers