Koningin bezoekt Oosterpoortwijk

1918

 

“De politieke beroering van 1918, met die revolutiepoging van Troelstra, was vooral in het noorden erg. Daarom werd koningin Wilhelmina op stap gestuurd met prins Hendrik. Ze gingen bij de volkswoningbouw langs en zijn ook nog in de Oosterpoort geweest. Bij een familie Kok, achter bij de Meeuwerderweg. Hele vrome mensen waren dat. Via via heb ik gehoord dat ze bij het binnentreden van Wilhelmina zongen: “Dat des Heren zegen op u daal”. En ze boden de koningin ook een bijbel aan, ter signering. Maar Wilhelmina wilde haar handtekening niet zetten en zei: “De bijbel is niet om in te schrijven, maar om in te lezen”.”

Aldus de stokoude Klaas Lanting, die ik medio jaren negentig in Enschede sprak en die zich dit bezoek nog uit zijn jeugd herinnerde.

Lantings anecdote over koningin Wilhelmina maakte me nieuwsgierig en dus zocht ik eens uit, wanneer haar vorstelijke bezoek aan de Oosterpoortwijk nou eigenlijk plaatsvond. De datum bleek maandag 29 september 1919 te zijn. Het bezoek maakte deel uit van een goodwill-toernee die definitief orde op zaken stelde, zelfs in het potentieel revolutionaire Groningerland.

Op 11 november 1918, krap een jaar voor Wilhelmina’s bezoek aan Groningen, had de socialistische voorman Troelstra de Nederlandse arbeidersklasse nog aangespoord om de macht over te nemen. Wat zeer tegen de zin van andere zwaargewichten van zijn partij was, zoals de uit de Oosterpoortwijk afkomstige Schaper. Binnen een week haalde Troelstra bakzeil. Hij had zich vergist, erkende hij.

Elders in Europa vielen vele vorsten van hun voetstuk. Volgens de aanhangers van Oranje bleef het revolutiegevaar daarom op de loer liggen. Zo laakte de Provinciale Groninger Courant, die van duidelijk protestants-christelijke signatuur was, op zaterdag 27 september 1919 nog eens in krasse termen een “booze actie” van de roden ter verhoging van de ambtenaren-salarissen:

“De sociaal-democraten, die hier de vernieling willen, omdat zij in schandelijke hoogmoed nog altijd meenen, dat wie sloopen kan ook vermag op te bouwen, zijn in deze dagen bezig om onder de ambtenaren hun slag te slaan”.

En in haar openingsartikel van maandag 29 september 1919, de dag van het koninklijke bezoek aan Groningen, noemde hetzelfde dagblad de koningin het

“…middel in Gods hand om ons te behoeden, dat de druk van den krijg ons niet trof en dat de gruwel der revolutie, waaronder andere volkeren zoo zeer zuchtten, ons werd gespaard”.

Tot zover de achtergronden, nu het verhaal van Wilhelmina in de Oosterpoortwijk. Die maandag draaiden om ongeveer kwart over drie, half vier de drie koninklijke voitures en de vier volgauto’s met lokale hotemetoten en persmensen vanaf het Verbindingskanaal de Parklaan op. De stoet reed eerst langs de Sophiastraat, de Oosterweg, de Frederikstraat, de Meeuwerderweg, de HL Wicherstraat en het Winschoterdiep. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden stond er overal langs de route een “dichte menschenmassa”, vooral ten oosten van de Meeuwerderweg:

“In den Meeuwerderpolder vooral was de drukte zeer groot. De menschen hingen overal uit de ramen en wuifden het Koninklijk Echtpaar toe. De politie had hier en daar moeite de menschenmassa in bedwang te houden, vooral was dit het geval toen de Koninklijke auto stopte voor de woning van de heer Kok aan de Meeuwerderbaan.”

Deze Kok, volgens het adresboek een werkman, woonde met zijn familie op Meeuwerderbaan 25-a, aan het eind van de zuidelijke, omstreeks 1970 voor de ringweg gesloopte straatwand, nabij het Winschoterdiep. In 1916 bouwde de christelijke woningstichting Patrimonium hier haar allereerste huizen. Bestuurders van Patrimonium wachtten ter plekke de koningin op, werden aan haar en de prins voorgesteld, en gaven informatie over het complex. Van te voren was Koks woning uitgekozen “als model der thans gebouwd wordende werkliedenwoningen”.

Met de Koningin gingen prins Hendrik en de burgemeester naar binnen. “Toen H.M. binnentrad”, vertelt de Provinciale, “zongen de kinderen haar toe: “Dat ‘s Heeren zegen op u daal”.” Hare Majesteit sprak tegen de kinderen, zei dat ze mooi gezongen hadden en vroeg of ze veel van zingen hielden. Daarna bezichtigde zij onder begeleiding van Kok diens voor die tijd ruime bovenwoning, te weten de voorkamer met slaapgelegenheid, de achterkamer, de keuken, de slaapkamer met het balkon, de andere slaapkamer daarboven, de zolder en de overloop. “Toen H.M. een oogenblik op het balkon vertoefde, werd Zij door de op straat samengestroomde menigte spontaan toegejuicht”, aldus het Nieuwsblad. Over de inrichting van Koks woning toonde het hoge bezoek zich volgens dezelfde krant “zeer tevreden”. De Provinciale maakte uiteraard het meest uitgebreid melding van het voorval met de familiebijbel:

“Toen het Koninklijk echtpaar gereed stond om te vertrekken, trad de heer Kok naar voren met het verzoek aan H.M. om haar naam in den huisbijbel te schrijven. Na gevraagd te hebben waarom hij juist den Bijbel noemde, en de heer Kok had geantwoord, dat het zijn dagboek was, zeide H.M. gaarne aan het verzoek te willen voldoen en na haar handteekening te hebben gezet, verzocht ze den Prins dat ook te doen, waaraan ook hij gevolg gaf.”

Mijn zegsman Klaas Lanting had het dus in grote lijnen goed gehoord en onthouden. Alleen ging koningin Wilhelmina overstag na een kleine discussie, en zette ze haar handtekening dus toch wèl in de familiebijbel.

Bij het verlaten van Koks woning bedankte de voorzitter van Patrimonium het koninklijke paar, en verzekerde dat Patrimonium op de ingeslagen weg door zou gaan. De koningin, de prins en het gevolg stapten weer in de gereedstaande limousines en verlieten de Oosterpoort via de Meeuwerderbaan, de Van Sijsenstraat, de Joachim Altingstraat, de Meeuwerderweg, de Veemarktstraat, het Verbindingskanaal en de Oosterbrug.

Uiteraard vormde het bezoek van Wilhelmina aan de Oosterpoortwijk slechts een van de programma-onderdelen van de tweedaagse koninklijke rondreis door stad en ommelanden. Voordat ze de Oosterpoortwijk en het huis van Kok aandeden, waren Wilhelmina en haar gevolg al door de Groninger binnenstad gegaan en in het Stadspark geweest.

Hoewel Hare Majesteit pas om half twee per trein arriveerde, liepen ‘s ochtends om achten al venters met oranjeknoopjes en -strikjes rond in de overvloedig vlaggende stad. Op de rode loper in het versierde  stationsgebouw kreeg Wilhelmina van de Groninger visvrouwen een vergulde vis cadeau en in het Stadspark sprak zij onder andere met de grondwerkers die er in de werkverschaffing zaten over hun loon, werktijden en “arbeidsvermogen”.

Bij een ontvangst in het Stadhuis, later die middag, bleven de socialistische en communististische raadsleden demonstratief weg. Toch klonken er op de Grote Markt een duizendkoppig gejuich en een spontaan volksliederengezang. Ook in de Indische buurt en op De Hoogte bekeek de koningin moderne arbeiderswoningen. Zo bezocht ze op het Deliplein het huis van een agent van politie K. Swaak, wiens gezinsleden haar een bouquet bloemen overhandigden, en kreeg ze in het huis van Klaas Lantings broer op De Hoogte een rondleiding, waarover Klaas ook weer een smakelijke anecdote had:

“Wilhelmina schoot meteen door en liep met haar schoonzuster de huiskamer in. Ook architect Kazemier liep dadelijk door naar die kamer. Maar daar liep het vierjarige zoontje voor zijn voeten te drentelen. Kazemier wilde de jongen kwijt en gaf hem een rijksdaalder. De jongen vloog de straat op en riep almaar: “Ik heb een groot dubbeltje gekregen! Ik heb een groot dubbeltje gekregen!” Daarom dachten de buren dat de koningin er een zak met geld gebracht had.

In die woning praatte de koningin met de vrouw des huizes over huishoudelijke dingen. Hendrik had het met de heer des huizes over de militaire dienst, want die man was soldaat geweest in 1914. Nou, zo ging dat tot Wilhelmina zei: “Kom Henk, we gaan weer verder”. Het volk was razend enthousiast toen het de koningin weer naar buiten zag komen.”

Harry Perton

Dit is een bewerkte en ingekorte versie van een verhaal dat verscheen in wijkkrant De Oosterpoorter, het nummer van september 1999.

About these ads

4 reacties on “Koningin bezoekt Oosterpoortwijk”

  1. Dick Bolt zegt:

    groot dubbeltje, schitterend

  2. Bert Visser zegt:

    Mooi artikel Harry, met leuke anecdotes. Dat’s Heeren zegen op u daal, Psalm 134, was en is in christelijke wereld heel normaal bij de benoeming van ambtsdragers in de kerk, bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders enz. Net zo normaal als het zingen van strijdliederen bij samenkomsten van belijders van het socialisme. Hoewel, misschien zouden we dergelijke zaken vandaag de dag moeten verpakken in een rap.

  3. Dwarsbongel zegt:

    Hé, die passage van: “de bijbel is niet om in te schrijven maar om in te lezen”, die ben ik eerder tegengekomen, maar ik weet niet meer waar. Kwestie van twee verhaallijnen uit zijn geheugen vermengd door Klaas?


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 548 andere volgers