Ho Ho Pierlalo of Het Paterslied

“Men zingt hier, behalve eenige zoogenoemde straatdeuntjes, een zeer oud en bekend lied, onder de benaming van Ho, Ho, Pierlalo, hetwelk op bruiloften onder het dansen eener Ronde gezongen wordt, bestaande hetzelve uit tweeregelige verzen, met herhaling telkens van ho, ho, Pierlalo en ho zie zo.”

Aldus, in 1828,  de schoolmeester van Midwolde (Wk.). En zijn collega van het vijftien kilometer verderop gelegen Haren schrijft hetzelfde jaar, nadat hij de bij lokale huwelijksvieringen “aanhoudend” gevulde en “veeltyds” met smaak geleegde brandewijnskommen ter sprake heeft gebracht:

“Tegen den avond is men reeds uitermate vrolyk, wanneer de jongelingschap in de schuur, zich in eenen ronden kring schaart, en dan onder het zingen van een oud zeer gebrekkig en voor het gehoor vervelend lied (het Paterslied) begint in het ronde te springen enz.”

Dat het Paterslied uit Haren en het Ho, Ho, Pierlalo uit Midwolde op één en dezelfde dansdeun neerkomen, leert een sondering in de Liederenbank, die voor tekst en uitleg verwijst naar Zeden, gewoonten en gebruiken in de provincie Groningen, een werkje van Johannes Onnekes (1885) dat ook in de DBNL te vinden is als artikel. Volgens deze ongelukkige Ulrumer onderwijzerszoon werd “eertijds… op de volksvermakelijkheden” – dus niet alleen op bruiloften – “druk werk gemaakt van den bekenden rondedans ‘Daar ging een patertje langs den kant’”:

“Deze rondedans is zeer oud en was reeds bekend bij onze voorouders van de dertiende eeuw. Een enkelen keer komt hij in deze streken nog voor, gewoonlijk tegen het einde der pret, als de lui tamelijk vroolijk zijn geworden en ook de aanwezige gehuwden en meer bejaarden in den jonkmöln (jonkmolen) komen, d.i. zich als het ware weder jong beginnen te voelen en het gezelschap der vroolijke jongelui zoeken. De wijze, waarop hij wordt uitgevoerd, is ongeveer als volgt: de dansers formeeren een kring om een jonkman en dansen al zingende in het rond, nu eens met de zon om, dan tegen haar in. Men zingt:

1.
Daar ging een patertje langs den kant,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
En nam een nonnetje bij de hand,
Ho ho, pierlalo en ho zie zoo!

Volgens Onnekes verving men de tweede regel ook wel door “het oudere ‘Hei, ‘t was in de mei, mei, mei’. Mei, zo herinneren we ons, was (en is) traditioneel dé trouwmaand. Bij de derde regel trok de man in de kring een vrouw uit de hem omringende kring naar zich toe. In de oorspronkelijke opzet knielde hij eerst voor haar, spreidde een zakdoek uit, waarop zij dan tegenover hem moest knielen:

2.
Kom, pater, gij moet knielen gaan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
En laat je non alleenig staan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

3.
De pater spreidt de non een kap,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
Alwaar de heilge non op stap,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

4.
Kom, pater, geeft uw non een zoen,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
Dat moog je nog wel driemaal doen,
Driemaal, driemaal, driemaal, doen,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

5.
Kom, pater, beur je non weêr op,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
En dans nu met uw kermispop,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

Bij deze regel stonden man en vrouw op, zoenden elkaar nog eens en walsten naar den kring. Vervolgens nam de man weer zijn plek in de kring in en ging daarmee weer in de ronde dansen:

6.
Kom, pater, gij moet scheiden gaan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
En ‘t nonnetje moet blijven staan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

Het volgende couplet werd volgens Onnekes vaak weggelaten:

7.
Maar hij (of zij) kan zoo niet scheiden gaan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
En zonder zoen hem (of haar) laten staan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

De vrouw, alleen overgebleven in het midden van de kring, moest nu een andere man uit de kring rondom haar kiezen.

8.
Nonnetje, gij moet kiezen gaan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
En nemen een ander pater aan,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

9.
Kom, geef je pater nu een zoen,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!
Dat moog je nog wel driemaal doen,
Driemaal, driemaal, driemaal doen,
Ho, ho, pierlalo en ho zie zoo!

Nadat ‘t zoenen was afgewikkeld, schrijft Onnekes,

“vangen de rondedansers op nieuw aan te zingen, in den regel nu niet bij het eerste, maar bij het vierde couplet. Bij den voortgang van het dansspel is het beurtelings een pater of een non, die in den kring staat en hierna worden ook de betrekkelijke versregels veranderd. Is er een non in den kring, zoo zingt men b.v. couplet 5: Kom, beur je pater nu weèr op, e.z.v.”

Het komt wel een beetje raar voor dat in nagenoeg totaal gecalviniseerde streken nog medio negentiende eeuw op deze manier gezongen werd over paters en nonnen. Bovendien waren die in contreien waar ze nog wèl rondliepen, sinds het Concilie van Trente toch serieus aan geloften van kuisheid gebonden. Het danslied zal dan vast niet zo oud geweest zijn als Onnekes veronderstelde, maar het zou toch best om een antiklerikaal relict kunnen gaan uit de vijftiende of zestiende eeuw. Hoe dit ook zij, het met meer of minder enthousiasme zoenen gaf de omstanders natuurlijk een mooie indruk van de al dan niet bestaande sympathie bij vooral de uit de kring getrokken danspartner, en uit dat inzicht zal dan wel een flink deel van de lol hebben bestaan.

In elk geval luidde deze rondedans het einde van het feest in – vanuit de dans ging men huiswaarts. Thineus, de uit de stad Groningen afkomstige predikant Tonnis van Duinen, koppelt in zijn werkje Ons Dorp (1846) de dans eveneens aan het laatste stadium van de bruiloft, als de vele brandewijn met rozijnen haar uitwerking niet had gemist en de een na de ander huppelend naar de schuur vertrok:

“Ze hebben een speelman weten magtig te worden en de leemen vloer dreunt onder de zolen der dansenden. Dan weer vormen zij  een ronden kring en de speelman dreunt het oude: Ho, ho pierlalo! lustig op. ’t Is een mooi liedje, vooral om het:

                           De pater gaf de non een zoen,

dat er telkens in voorkomt, en tot eene heerlijke scène aanleiding geeft, die treffelijk wordt uitgevoerd…”

In Friesland was de dans evenmin onbekend. zoals blijkt uit het bekende werk van Waling Dijkstra (1892 e.v.j.). In 1913 noemde T. (de Ommelander Jacob Tilbusscher?) Ho Ho Pierlalo nog eens in het Nieuwsblad van het Noorden, en merkte op dat hij deze en andere deuntjes “niet veel meer” hoorde:

“Toch jammer, dat ze in ’t vergeetboek raken.”

Wel was de dans hier en daar nog in zwang, getuige de melding in 1967 door de dan 62–jarige Jan Nijenbanning uit Gees in Drenthe. Volgens deze boer werd hij daar in zijn jonge jaren, dus rond de Eerste Wereldoorlog, nog op allerlei feesten gedanst: “Als de jeugd echt uitgelaten was”, ging ze er spontaan toe over. Ook Oldenbanning releveert het partner kiezen en het zoenen, maar het refrein is bij hem ‘t ‘Het was in de mei, het was in de mei’, dat door Onnekes nog voor de oudere versie werd gehouden.  Een “mooie kant” aan deze dans vond Oldenbanning het emancipatoire aspect, namelijk “dat een meisje stappen kon ondernemen naar de jongen die ze wou”, iets wat normaal niet ging.

Helaas noteerden de oudere auteurs geen melodie en lijkt die corrupt overgeleverd bij Oldenbanning. Maar in de onvolprezen Liederenbank vinden we ook plausibele versies, zoals in een opname van Maria van Douwen Kuipers-van Meekeren, die de dans kende uit haar jeugd in het Hindeloopen van vlak voor de Eerste Wereldoorlog.

Hield zij het voor een pinksterdans, voor de fabrieksarbeider Hermanus Oldenheuvel (geb. 1891) uit Losser, die het lied in 1959 voor de microfoon van Onder de Groene Linde inzong, was het weer typisch een bruiloftslied.

Tot slot nog een mooie gedragen versie, in 1953 opgenomen bij de toen 53-jarige Pietertje Langereis-Kistemaker uit het Westfriese Sijbekarspel.

About these ads

5 reacties on “Ho Ho Pierlalo of Het Paterslied”

  1. Bert Visser zegt:

    Mooi verhaal. Bedankt !!

  2. leonboer zegt:

    ‘Het was in de mei, het was in de mei’, ik kreeg in mei vaak dit van mijn Drentse grootvader te horen: http://www.liederenbank.nl/liedpresentatie.php?zoek=76712&lan=en
    Lijkt me een ‘typisch Oostelijk’ liedje…..Of kent iemand een Gronings/Friese variant?

  3. Reina zegt:

    Vooral in Groningerland bestond nog jaren lang de gewoonte dat meneer pastoor er een “pastoorske” op na hield. Genoemd vrouwspersoon had dezelfde functie, rechten en plichten als de domineesvrouw op de weem. De Calvinisten moeten deze ongehuwde dames en vaak ook nog moeders, in hun ogen zwaar in overtreding en meneer pastoor dus ook, met argwanen en spot bekeken hebben. Je kon ze niet in het gevang zetten, Rome stond het immers oogluikend toe, maar je kon, zeker op een fatsoendelijk protestants bruiloftsfeest, er wel een spotlied op zingen en omdat het over een geheel andere geloofsrichting ging, kon zelfs wat ruw gedrag dan ook nog door de beugel, het ging tenslotte om het besluit van het feest. Ach ja, niet voor niets zei men in later tijden: tot algemeen besluit draait het gesprek/feest op …. uit. Vul in wat van toepassing is.
    Even iets anders, is jou wel eens opgevallen dat de huidige Roderwolderdijk, de weg, niet de oude Roderwolderdijk is? De Waalborg stond vroeger vanuit Roderwolde, aan de linkerkant van die weg. Heb ook de oude plaats van Bommelier gevonden op de kaart.
    Ik heb een boek waarin de fluitjes van wilgenhout werden gemaakt en proppeschieters van vlierhout. Vlieren weren heksen en bliksem, ja, echt waar en ze hebben een preventieve functie: ze weren mugggen, neefjes in Grunnegerlaand. Daarom pootte men vroeger vaak een vledder bij het kelderraam en voor de melkkamer/kelder raampjes. Lastig was wel dat de vogels de rijpe bessen zo graag lustten en met de verfstoffen daaruit via hun uitwerpselen de was kleurden. Een goede huisvrouw zorgde dan ook dat de rijpe bessen op tijd geplukt werden. Die werden dan met bessen, rood en zwart, bramen en valappels verrijkt tot jam verwerkt. Als er geld voor was werden ze ook wel op brandewijn gezet met wat klontjegroes, de in de loop van het jaar verzamelde onooglijke stukjes kandij, die je met goed fatsoen niet aan de visite kon presenteren. Wie niet van vlierbrandewijn hield, gebruikte het gruis met citroenschil (schilletje) of met de hele citroen (citroentje). Eigenlijk was het laatste de nu zo populaire limoncello.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 546 andere volgers