Mijn opa en het bijenjaar 1915

Ik was even benieuwd hoe mijn grootvader met zijn 40 bijenvolken in 1915 afstak tegen zijn omgeving, en zocht in de gemeenteverslagen van Finsterwolde, hoeveel volken er in totaal in die gemeente waren. Voor de periode 1894-1923 bleek dat vrij goed te doen:

aantal bijenkorven in Finsterwolde 1894-1922

Eerder is de serie gegevens te lacuneus, of bestaat er onduidelijkheid over de aard van het getal: gaat het om het totale aantal volken, of om het aantal geslachte (meestal de helft à tweederde van het totaal)? Vanaf 1894 geven de verslagen meestal beide cijfers, alleen wat betreft 1898 treedt weer die onzekerheid op, vandaar dat dat jaar in bovenstaand grafiekje maar buiten beschouwing is gelaten.

Het aantal volken, gemiddeld zo’n 260, 270 per jaar in deze periode te Finsterwolde, viel mij wat tegen. Ik had er vooraf beduidend meer verwacht, de arealen koolzaad in aanmerking genomen. Een rare piek is er in 1904-1905, het dal dat erop volgt zou bijvoorbeeld door ziekte kunnen komen, in elk geval is 1915 het jaar met veruit de meeste volken in deze periode, terwijl in de hele Eerste Wereldoorlog en nog wat jaren erna het aantal volken bovengemiddeld is.

Als alle Finsterwoldiger imkers in 1915 evenveel volken hadden als mijn opa, dan zouden dat er 14 zijn. Maar ik vermoed dat het er veel meer waren. In elk geval had mijn opa in dat topjaar zo’n 7 % van het aantal bijenvolken te Finsterwolde.

Het record-aantal Finsterwoldiger volken van 1915 hing ongetwijfeld samen met de oorlog. Meteen na de mobilisatie van augustus 1914, was suiker haast niet meer te krijgen. Later viel dat wel weer een beetje mee, maar begin 1915 heerste de verwachting dat alles duurder zou worden, en zeker ook de honing.  Ongetwijfeld heeft dat stimulerend op de bijenteelt gewerkt.

Zeker waren er ook tegenvallers. Veel Oldambtster bijkers zetten hun volken begin juli altijd aan de voet van de Asseberg, op de grens van Westerwolde en Duitsland, waar de bijen dan eerst op het boekweit en later op de heide vlogen. In de Eerste Wereldoorlog lagen hier aan beide kanten van de grens soldaten, en het militaire opperbevel duldde hier geen imkers in het niemandsland. Die moesten dus omzien naar een alternatieve standplaats in het zuiden van Westerwolde. Uiteindelijk was het in augustus en september ook nog slecht weer voor bijen – een Oldambtster imker die 60 volken naar Westerwolde bracht, kwam zo slechts met 40 weer.

Toch viel de opbrengst voor het hele seizoen nog wel mee,  als we afgaan op het gemiddelde aantal kilo’s honing per korf, zoals die genoteerd staan in een aantal gemeenteverslagen van Finsterwolde. Met zijn 15 kilo was 1915 daar een iets bovengemiddeld jaar:

honingopbrenst per korf Fw 1894-1917

Omdat honing in het bijenseizoen van 1915 nog een vrij product was, waren er ook opkopers actief, die het naar Duitsland uitvoerden. Dat dreef de prijs natuurlijk wel op. Bedroeg die in 1914 nog 33 cent per kilo, bij het sluiten van het bijenseizoen, medio september 1915, werd er al 45 cent geboden, terwijl eind september de prijs was gestegen tot 80 cent, dus 2,5 maal zoveel als het vorige jaar. Pas toen vond de regering het welletjes, en kondigde ze een uitvoerverbod voor honing af.

In het stukje over mijn opa’s verlofaanvraag heb ik zijn imkerij, afgaande op het aantal korven, semi-professioneel genoemd. Dat kan ik nu adstruereen. Als ik er van uitga dat hij het hele seizoen zijn 40 bijenvolken  hield en die gemiddeld per volk – als in het gemeenteverslag – 15 kilo winbare honing produceerden, dan kom ik op een totale hoeveelheid honing van 600 kilo voor mijn opa. Reken ik daarvoor namens hem de zachte prijs van 50 cent per kilo, dan kom ik op een omzet van 300 gulden. Natuurlijk ging daar wel iets vanaf, maar dat neemt niet weg dat het om een considerabel bedrag ging. Een grootknecht op een boerderij bijvoorbeeld, verdiende boven kost en inwoning 260 gulden per jaar, terwijl een jachtopziener in Noord-Drenthe met zijn bijbaan 300 gulden per jaar beurde. Zo’n bedrag was dus zeker interessant…

About these ads

5 reacties on “Mijn opa en het bijenjaar 1915”

  1. Staat die piek in 1915 niet in verband met het uitbreiden van de koolzaadteelt, door de gestagneerde import van minerale olieën?

  2. Wat betekent het ‘slachten’ van een bijenvolk eigenlijk.

    Is dat het oogsten van de honing, of wordt het volk ook uitgeroeid of zo?

    (en wat gaven imkers vroeger aan een volk om de winter door te komen als ze de honing hadden geoogst?)


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 582 andere volgers