Zo de wind waait, waait mijn lokje

Als je haar maar goed zit, dan zing je jippiejajee:

20013-05-12b 037

Heb ik soms wat van je aan?

20013-05-12b 038


Hoogkerkermarkt was doodgeboren kindje

De Hoogkerker hotemetoten hadden de koppen bij elkaar gestoken en besloten dat er ook hier kansen lagen voor een jaarmarkt. Op 23 oktober 1798 zetten ze hun initiatief in de krant:

“De carspellieden van Hoogkerk, adverteren door dezen aan een ieder, dat aldaar twee PAARDE en BEESTE MARKTEN staan gehouden te worden, de eerste op de laatste maandag in october 1798. en de twede de eerste woensdag in juny 1799. — en zo vervolgens alle jaaren.”

Ook de voorjaarseditie van 1799 adverteerden ze nog:

“’t Word door dezen aan alle belang hebbende bekend gemaakt, dat op aanstaande woensdag den 5 juny te HOOGKERK, PAARDE en BEESTE MARKT staat gehouden te worden, en verder al wat te voorschyn zal worden gebragt.”

Dat laatste duidt erop dat ook een annexe warenmarkt in de bedoeling lag. Maar de ambitie bleek wat te hoog gegrepen, want hierna horen we er niet meer wat van. Op de marktkalenders in de almanakken van de negentiende eeuw schittert Hoogkerk dan ook door afwezigheid.

De belangrijkste jaarmarkten, die van het najaar, vielen op:

Indien succesvol, zou Hoogkerk met zijn laatste maandag van oktober dit  rijtje hebben gesloten. Maar na de Zuidlaardermarkt was er kennelijk geen ruimte voor nog een jaarmarkt op de kalender. Het vuur in de haard ging aan, de belanghebbende strekte liever zijn benen even in een behaaglijke ledigheid.


Paasbeste sigaar

Paasbeste sigaar Senator NvhN 19 april 1957

Intussen is die sigaar op een onmogelijke manier in die rokersmond gehangen, of niet?

Bron:  Nieuwsblad van het Noorden 19 april 1957


‘De karnemelk doet hun veel nadeel’

2013-03-03 118

 

“Naar de mening van paardensporters heeft het Friese stamboekpaard te weinig uithoudingsvermogen”, zegt vandaag de dag een fokker van Arabo-Friezen.

In ruim twee eeuwen is er weinig veranderd. Zo kwalificeert een Verhandeling over inlandsche paarden uit 1795 de Friese paarden aldus:

“Friesland levert groote paarden, die week van aart zyn, hoewel op ‘t oog vol vuur. De karnemelk, die men hun geeft by wyze van voedsel, doet hun veel nadeel. Het is waar: zy worden er dik van, maar wanneer zy naa andere landen gebragt worden, weigeren zy onderweg het beste voeder, en vermageren. Daarenboven hebben zy zeer veel tyd noodig, eer dat zy van dienst worden. De ondervinding heeft alle kenners, die by het.leger in de Vlaamsche en Brabandsche oorlogen geweest zyn, overtuigd, dat dit ras van paarden in ‘t geheel niet sterk is. De Hollandsche ruitery die, tot haar ongeluk, zulke paarden had, heeft het klaarblykelyk ondervonden: zy zyn magteloos en vervallen door vermoeidheid, slegt weer en vermindering van voer. Als het leger optrok, had men niet van nooden te vraagen waarheen het verreisd was, men had slechts de nog leevende paarden, die niet meer voort konden, en de lyken van dat ras te volgen om te komen waar men wezen wilde. Niettemin vind men in Friesland schoone koetspaarden, maar zy hebben tyd noodig om zig van dat slappe vleesch, dat zy door de karnemelk bekomen, te ontdoen, en een vaster vleesch weer te krygen.”

Overigens hoeft Stad & Lande zich in hippisch opzicht nergens op voor te laten staan:

“Het Land van Groningen geeft vry mooye paarden, maar uit hunne luchtstreek gebragt zynde, word er ook tyd vereischt, om ze aan eene nieuwe te gewennen. De Friesen gaan er veulens koopen, die zy ook met karnemelk mesten en dat de gevolgen daarvan dezelfde zyn is zoo waar dat ik, in vroeger tyd, eene menigte paarden zoo uit Friesland als uit Groningen gezien heb, die de Heer Groeneveld in Frankryk geleverd had voor de ruitery en andere gebruiken, waarover men niet opgehouden heeft zig te beklaagen.”


De Grouwelderij, voorlopige lijst van hoofdbewoners, functies en spellingsvarianten

1720, 1722: Claes Claesen.
Hij huurt het huis de Grouwelerije onder de klokslag van Wierum (= onjuist) met 10 gras land van de erven olderman Roelef Lanckhorst. Bij boedelscheiding gaat het eigendom over op diens schoonzoon, de oorspronkelijk  uit Diever afkomstige brouwer Hendrik Ottinga van De Sleutel aan de oostzijde van de A, bij de Vissersbrug. Dat een brouwer eigenaar is, maakt het waarschijnlijk dat het goed toen al een herberg was. Mogelijk was ook Lankhorst al brouwer, maar dat heb ik nog niet kunnen verifiëren.

1744, 1747, 1757: Claas Claasen Groewel.
In maart 1744 overlijdt eigenaar Hendrik Ottinga. Diens dochter Henrica, getrouwd met brouwer Albertus Vos van de gekroonde Vos aan het Damsterdiep nz., erft de Grouwelerije en de 10 gras land in de Paddepoel, met daarbij nog twee gras eigen grond in de Paddepoel die door iemand anders worden gebruikt. Volgens een later bericht is de Grouwelderie samen met een huis in Baflo verkocht.”voor 100 gulden en een olt peert”. Op de boedelscheiding van 1747 krijgt Henrica in plaats van het huis wel wat meer dan dat: drie schuldbrieven ten laste van Claas Claasen Groewel, samen waard 300 gulden, waarbij diens vastgoed het onderpand is. Ik denk dus dat Claas Claasen het door hem bewoonde pand heeft gekocht,  maar kon het bewijs daarvoor niet rond krijgen. De achter- of bijnaam Groewel levert verder geen aanknopingspunten op.. Die lijkt eerder incidenteel toegekend, dan vast.

1763: Claas Clasen, de zoon(s).
Van wijlen Claas Claasen in de Groewelderij onder het Carspel Noorddijk worden de roerende goederen geïnventariseerd.  Daaronder bevinden zich:

- qua meubilair:

  • 11 stoelen
  • 3 tafels

- qua drinkgerei:

  • 8 tinnen kroespullen
  • een dito mengel
  • een dito oort
  • vier dito half oorden
  • enige flessen
  • enige roemers en bierglazen

- qua rijtuigen en boerengerei:

  • een sjees toebehorende aan de zoons
  • twee sjeestuigen en een beltuig toebehorend aan de zoon Claes Clasen
  • twee beslagen wagens
  • een bodde, een eide en seeltuig

- aan levende have:

  • 2 oude peerden (oud = volwaasen HP)
  • 2 koeien
  • 3 hokkelings
  • 2 kalver
  • 1 schaap
  • 2 biggen

Wat hier doorheen schemert is een kleine tapperij,  gecombineerd met een klein boerenbedrijf. Dat het aantal paarden en koeien gelijk is, zegt wat. Waarschijnlijk verhuurt de gelijknamige zoon van Claas Clasen zich met die sjees (luxegoed!) aan mensen die snel voor de een of andere boodschap of visite het platteland op willen gaan, maar zelf niet over zo’n rijtuig beschikken.

!783: Claas Clasen.
Op 4 februari vindt in het Blauwe Paard aan het Nieuwe Kerkhof de veiling plaats van: I. – Een Behuizinge , zynde een Neringryke Herberge (de Grouwelderie genaamd) staande en geleegen onder Selwert; II – De vaste beklemming van 16 grazen land mede aldaar geleegen, en eveneens door Claas Clasen en vrouw gebruikt. Eigenaar van dit land is de doopsgezinde koopman Berend Abrahams Hulshoff, aan wie Clasen 96 gulden per jaar aan beklemhuur betaalt. NB: er is een beklembrief, die de gegadigden vanaf drie dagen voor de veiling kunnen inzien. Hulshoff was voor 1757 waarschijnlijk al in bezit van een kwart aandeel in dit Paddepoelster land. In 1757 en 1766 kocht hij twee mede-eigenaren met elk een kwart aandeel uit. In de desbetreffende koopacten wordt gezegd dat de de behuizing de Grouwellerije, ook wel de Grouwelderije op dit land staat. Waarschijnlijk komt al het land uit een en dezelfde doopsgezinde familie voort. Naderhand moet Hulshoff het laatste kwart nog hebben verworven. De zwetten zijn:

  • -         noord: de wed. Wassenborgh / Jan Anken als meier
  • -         oost: de kinderen van Heins Anken / Jan Anken als meier
  • -         zuid: de tocht of ds. Pabus (een nazaat van Lanckhorst!)
  • -         west: de Weg

Eind 1784, begin 1785: Jan Bastiaans.
De neringryke herberge (de Groewelderie genaamt), staande onder Selwert, staat nog steeds te koop. Als Hulshoff geen eigenaar meer is, zal dat waarschijnlijk iemand zijn uit de doopsgezinde familie Ten Cate. Afgaand op het gereformeerde doopboek zou de achternaam van de huurder Jan Bastiaans wel eens Bazuin kunnen zijn. Na de mislukte veiling  staat in februari de behuizing zijnde een Herberg in de Paddepoel de Groeweldery genaamt, onderhands te koop en te huur, naar keuze van de gegadigde met of zonder de vaste beklemming van nog steeds die 16 Grazen groen- en bouwland. Liefhebbers moeten zich wenden tot de doopsgezinde koopman Jacob te Cate in de Nieuwe Ebbingestraat.

Begin 1804: De weduwe Arend Jans.
“Met Gerichts Consent gedenkt de Wedw. van ARENT JANS publiek op Strykgelds Conditien te Verkopen : Hare BEHUIZINGE en HEEM, nevens de vafte BEKLEMMINGE van plus minus 14 Grazen best GROEN en BOUWLAND, staande en gelegen in de Paddepoel, DE GROEWELDERY genaamd, doende de Landeryen ‘s jaarlyksche huur 90 guld. en het Heem 4 guld. Deze Verkopinge zal zyn ten Huize van bovengemeld in de Paddepoel, op Donderdag den 12 January 1804. ‘s avonds om 5 uur, de Conditien zullen aldaar 3 dagen bevorens zyn te zien en te lezen.” (advertentie Groninger Courant). NB De veiling vond dus in eigen huis plaats, wat er op wijst dat het nog steeds een herberg was, want vastgoedveilingen vonden vrijwel altijd in herbergen plaats.

<1840 – 1858: Berend Jans Zuidema.
Volgens het bevolkingsregister is hij tapper. Hij heeft als weduwnaar in 1840 drie werkboden in huis, waaronder een weduwe van 35, Enje Jans de Boer. Met haar is hij op 13 juli 1842 getrouwd  Hij heet dan tapper en landbouwer. Op 29 oktober 1856 overlijdt hij. Als weduwe blijft zij op de Grouwelderij wonen.

1858 – 1871: Steven Jacobs Zevenberg.
Op 1 februari 1858 hertrouwt de weduwe Zuidema, “tappersche”, met Steven Jacob Zevenberg, die sinds 13 mei 1857 bij haar inwoont. Bij hun huwelijk staat hij nog te boek als arbeider, maar dat verandert snel, want in het bevolkingsregister heet hij tapper.

mei 1871 – mei 1884: Hindrik van der Zwaag.
, Hij wordt Landbouwer, ook wel landgebruiker genoemd in het bevolkingsregister. Maar hij staat te boek als tapper in in een lijst van ingediende verzoekschriften om vergunningen tot het verkopen van sterke drank in het klein, 1881 e.v.j. Volgens deze lijst tapt hij ook tussen zaterdagavond 6 uur en maandagochtend 6 uur.

mei 1884 – 1887: Jan Olcherts Clevering.
Volgens het bevolkingsregister Landgebruiker. Echter Tapper volgens een lijst van ingediende verzoekschriften om vergunningen tot het verkopen van sterke drank in het klein 1881 e.v.j.

mei 1887 – juni 1898: Sako Huizinga.
Landbouwer en koemelker volgens het bevolkingsregister. Tapper volgens een lijst van ingediende verzoekschrift
en om vergunningen tot het verkopen van sterke drank in het klein 1881 e.v.j.

juni 1898 – maart 1901: Jan Kwint.
Koemelker volgens het bevolkingsregister. Er is géén vergunning tot tappen van hem bekend.

april 1901 – maart 1902: Geertje Munting.
Koemelkster volgens het bevolkingsregister. Er is géén vergunning tot tappen van haar bekend.

april 1902 – ????: Hendrik Kwint ?
Kastelein, maar niet in het bevolkingsregister. Broer of zoon van Jan? Van april 1902 dateert een (nogal standaard) huurcontract, waarbij Jacob Munting (broer of zoon van Grietje?) tot zetkastelein aanstelt Hindrik Kwint, landgebruiker, wonende te Paddepoel, gemeente Noorddijk.

  • Het betreft een behuizing met vergunning, stal en schuur aan de grintweg te Paddepoel, waarvan het precieze adres (letter en nummer) in het contract achterwege wordt gelaten, maar dus hoogstwaarschijnlijk wel de Grouwelderij is.
  • De pacht bedraagt 130 gulden per jaar, steeds in twee termijnen te voldoen, per mei en november (de traditionele verhuizingsdata). De looptijd van het huurcontract is van 1 mei 1902 tot 30 april 1904.
  • Voorwaarden: Kwint moet het huis met zijn gezin betrekken , het gedurende die tijd bewonen en het van genoegzame stoffering voorzien. De eigenaar mag dit controleren. Alle roerende goederen van de pachter dienen als onderpand voor het opbrengen van de huur.
  • De zetkastelein zorgt voor zijn eigen rekening voor het gewone klein onderhoud. En hij moet grotere herstellingen en vernieuwingen door de eigenaar gedogen, zonder huurvermindering te vragen, zelfs  al duurt zo’n karwei langer dan veertig dagen.

mei 1903 – mei 1919: Gerrit Meyer.
Koemelker volgens het bevolkingsregister. Niet bekend als tapper uit de bewaard gebleven vergunningsregisters.

mei 1919 – okt. 1919: Leegstand voor een opknapbeurt?

oktober 1919 – mei 1921: Jan Enne Van Dijken.
Veehouder volgens het bevolkingsregister. Niet bekend als tapper uit de vergunningsregisters. Wel bekend als tapper uit het boek van de nazaat over boeren in de Paddepoel. Hield dus waarschijnlijk een stille knip.

 mei/juni 1921 evj: Jakob Nienhuis.
Melkslijter volgens het bevolkingsregister. Niet bekend als tapper uit de vergunningsregisters. Wel bekend als tapper uit het boek over boeren in de Paddepoel. Hield dus waarschijnlijk een stille knip.

 

Naar de conclusie uit deze lijst


RESEPT VAN HINDERK: GRUNOPUDDING

Mjammie!!! 

Grunopudding n oergrunneger recept uut laankmanstied veur lu dij t nog aan tied hebben veur t koken. Veur dizze pudding hèje t volgende neudeg:

  • 5 aaier
  • 75 gram suker
  • 75 gram bitterkoekies
  • 80 gram botter
  • 75 gram theekoekies (sosjoaltjes)
  • 1 dL. melk
  • 75 gram krinten en rezienen (haalf/haalf)
 

Je goan din as volgt aan loop. Snie bitterkoekies in leutje stukkies. Moal twijbakken en theekoekies fien in n meurzer. Schaaidt 5 aaierdolen van t aaiwit en dou de dolen in n ruierschuddel. Meng d’aaierdolen mit suker en dou de sneden bitterkoekies, vergroesde twijbakken en theekoekies, de veurof goud wossen krinten en rezienen, smolten botter, melk en de marasquin derbie tou. Kwengel t spul mit n holten lepel goud deur nkaander . Dek de schuddel mit inhold goud of en loat t n beste zet (n poar uur) in de waik stoan. Neem hierveur dus rusteg de tied, n uur te laank kin gain kwoad en je huiven as je zukswat koken ducht mie ook nait op tied veur traain op statsion te wezen.

As t din aan tied is, om t aalmoal kloar te moaken veur de kook, goan we eerst aan loop mit t slim stief kloppen van d’ aaiwitten. Zukswat nemt veul kracht en tied. Je hebben hierveur n slagkomme neudeg dij hailemoal vrij van vetterij wezen mout. Ik streu der veurtied aaltied wat zolt bie, omreden dat n goie invloud op t rizzeltoat van t omhoog kloppen van aaiwit het.

As dit doan is, din ruiern we t aalmoal luchteg duer de puddingmassa. Nou gaait de haile brud in n ofsloetboare tulbandvörm. Ik bruuk hierveur n povvert-panne dij k veurtied van binnen bebotterd en aansloetend mit paneermeel bestreud heb en dat inclusief binnenkaande van deksel. Povvert-panne wordt nou tou drijkwart vuld, omreden e tiedens t kookperces roemte neudeg het om uut te dijen. Zörg veur n roeme panne mit kokend hait wotter. Dou de povvert- panne mit inhold der votdoalek in. Men nuimt zukswat ook wel au bain marie.

t Kokende wotter mout wel onder de sloeten van povvert-panne blieven, want as e tiedens de kook lekt , nemt pudding wotter op en zakt e in n kaander. Nou mout je der zorg veur droagen dat wotter zachies (tegen de 90 groaden) veur zuk uutkookt en vul t verdampte vocht of en tou aan mit nij kokend hait wotter.

Grunopudding het veur t goar worden om en bie anderhaalf uur neudeg. Stört de pudding bie t opdoun op n veurverwaarmd bord, noa hom wel eerst even zunder deksel indreugen te loaten in n open oven. De pudding trekt din wat van de wand lös en loat zuk din makkeleker keren.

Ik kwam dit Groningse recept tegen op de Facebook-pagina van Henk Scholte. Op de vraag of het ter overname was antwoordde Henk: "Doar heb k zulf gain bezwoar tegen, omreden ik t geern mit aander lu dail".


BEDIENINGSPANEEL HOOGWERKER

Paneel hoogwerker 


RONDJE YDE, DONDEREN, EELDE

Bovenlicht met uiltjes tussen eikenloof, Yde:

2010-07-25 082

Geïmproviseerde afrastering en dito schuurtjes, Yde:

2010-07-25 091
Dal met grazend vee tussen Yde en Donderen:

2010-07-25 110
De mais schiet al aardig omhoog:

2010-07-25 137
Er vloog een joekel van een insect over het Paasveen. Het bleek een sprinkhaan die niet poseren wilde:

2010-07-25 171

Dan maar een distel, die loopt niet weg:

2010-07-25 174
Klassiek landschapje met vee bij een boom langs de Bunnerweg tussen Donderen en Eelde:

2010-07-25 177

Bloemenakker met ganzenbloemen, korenbloemen en klaprozen aan de Eskampweg bij Eelde:

2010-07-25 202

Route


BENGAALSE OEHOE

Hij had zeven roofvogels bij zich, de valkenier uit Friesland, vanochtend bij Beatrixoord in Haren. Verschillende valkjes, een havikachtige woestijnbuizerd en een Falkland Caracara, Maar de show werd wat mij betreft gestolen door de Bengaalse Oehoe:

Oehoe a
Oehoe b 
 
  


STAD & LANDE NUMMER 2 VAN 2010

Cover Stad en Lande 2010 nr 2

Morgen of overmorgen ligt-ie bij alle abonneees in de bus, daarna begint de losse verkoop, zolang de voorraad strekt. Met dit keer stukken over:

  • De topaffiches van Fongers
  • Steur in de Hunze
  • Morrelen aan de muur vanaf het Martinikerkhof
  • De aanwinsten van het Groninger Museum in 2009

STAD & LANDE NUMMER 2 VAN 2010

Cover Stad en Lande 2010 nr 2

Morgen of overmorgen ligt-ie bij alle abonneees in de bus, daarna begint de losse verkoop, zolang de voorraad strekt. Met dit keer stukken over:

  • De topaffiches van Fongers
  • Steur in de Hunze
  • Morrelen aan de muur vanaf het Martinikerkhof
  • De aanwinsten van het Groninger Museum in 2009

VERVAL BIJ HEMMEN

Ik wilde vanavond even kijken naar het stuk land aan de voet van de Hondsrug, waar in de middeleeuwen de bisschoppelijke hof van Hemmen stond. Op die plek zelf kan je niet komen, het zijn particuliere landerijen, maar een eindje verder er loopt er wel een krom weggetje de Hondsrug af:

20100615_032

Aan het eind van dat weggetje stuit ik, onverwacht, op de zoveelste vervallen boerderij:

20100615_035

Ik ben achterom gelopen, een bijgebouw was nog wel bewoond. De half ingestorte schuur intussen:

20100615_039

Of het dak nu open is,

20100615_043

of dicht, dat maakt de bomen niets uit:

20100615_045

De weinig florissante voorgevel:

20100615_048

Met desintegrerend metselwerk:

20100615_050

Een binnenmuur tussen woongedeelte en stal lijkt nog vrij nieuw::

20100615_053

 


FIJKE LIEMBURGTOERNOOI

Fijke_liemburgtoernooi

(Vanmiddag gezien bij de Tiehof in Onnen.)


BEATKANARIE

Naar aanleiding van het logje over de grote kanarietentoonstelling stuurde een trouwe lezer mij deze foto.

Beatkanarie

Het betreft een kanarie die medio jaren zestig veel gekweekt werd. Het beestje floot graag mee met de plaatjes, gedraaid op de zeezender Veronica.


TOPONIEMEN MARKE ONNEN

NB: door het plaatje aan te klikken kan je het groter maken:

Marke_onnen_3mbladen_1973

Bron: G. Smit – Over de historische geografie van Onnnen. In: Driemaandelijkse bladen (jrg. XXV, 1973), pag. 81 – 104


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 434 other followers