‘Verbazend en onafzienbaar is de vlakte’

Geplaatst op 10 september 2006  vlakte

Op 24 september 1799 schrijft Jacob van Geuns uit Groningen een brief aan zijn familie in Utrecht over het reisje dat hij twee weken eerder met het Stadsjacht naar Bareveld en het nieuwe Stadskanaal maakte. Jacob, een jonge arts die aan de Steentilstraat op kamers woonde, ging mee met de stedelijke commissie die de vierde turf, een belasting in natura, voor de stad moest verkopen.

“Het reysje nae Bareveld waar van ik in mijn laatste gewag maakte dat geschieden zoude, heb ik zeer tot mijn genoegen volbragt. Den 9en ’s middags vertrok ik met de Commissie uit de Municipaliteit, de Rentmeester en de Stadsboumeester in het Stadsjagt, waarin men van alles wat tot gemak, agrement en verkwikking kan dienen rijkelijk verzo[r]gt word.

De vaart ging langs Martenshoek tot Sapmeer, waar wij het kanaal nae Veendam & Wildervank insloegen, en om 10 uur op Bareveld aankwamen. Onderweg viel niet veel bijzonders op te merken, dan algemeen welvaren en bevolking, ’t welk zeker alleropmerkelijkst is, indien men zich circa een eeuw terugdenkt, toen de geheele streek ruwe en onbewoonde wildernis en moeras was, thans door menschenvlijt en industrie herschapen [is] in vrugtbare wei- en zaailanden, alles met regelmatige en nette canalen en vaarten doorsneden. Uitnemend welvarend ziet het er in de streek van de Wildervank en Veendam uit, alwaar men langs de beyde en paralel lopende canalen niets dan goede woningen ziet, meest alle van nog nieuwe datum. De bevolking beloopt daar verscheiden duizenden van zielen, men treft daar al verscheiden bewoners aan die aanzienlijk rijk zijn, jae zelfs sommigen tot de 80 en 100 duizend guldens, alles met veenafgraving en landbouw gewonnen. Zeer veel schippers wonen aldaar welke de turf veelal nae Hamburg, Bremen enz. voeren, en ook niet zelden met graan beladen daarheen reyzen. Inlands word ook heel veel van die turf gebruikt, de ligtere of bovenste voor trafieken en fabrieken, terwijl de onderste of harde turf meest tot huisbrand dient.

Aan ’t huis Bareveld komende, ’t welk 10 uur was, vonden wij daar het soupé klaar. Dit huis dat aan ’t eind van ’t Wildervanger Canaal staat heeft de Stad door aankoop gekregen, en laat daar iemand in wonen, die aldaar ook herberg houdt. De morgen van den volgenden dag 8 uur gingen wij in ’t Jagt, en al dejeuneerende voeren wij ’t Nieuwe StadsCanaal op. Dit Kanaal loopt van Bareveld door ’t veen heen in een regte lijn, en moet volgens het plan over ’t Klooster ter Apel tot in Munsterland lopen. Hetzelve loopt paralel met de Semslinie, 80 roeden daar van af. Voor 30 jaren heeft de Stad begonnen daar aan te laten graven, en thans is dit Canaal 2800 roeden lang. Men rekent dat met vijftig à  zestig jaren het met Munsterland kan communiceeren wanneer wegens afvoer van goederen daarvandaan, die nu meest met Hessekarren over Zwol gaan, onberekenbaar voordeel aan onze streken kan worden toegebragt.

Aan weerszijden van ’t Canaal word Jaarlijks een groote quantiteit turf gestoken. Vooraan in ’t kanaal zijn enkelde stukken lands reeds van ’t opliggend veen ontlast, en vertonen reeds in stede van woeste heyde schoon wey- en zaailand. Als het veen van het land af is, heeft men meestal zand, hetwelk vermengd en gebroken met de veenbonken, dat is de bovenste korst van ’t veen, en dan met mest voorzien vrugtbaar land afgeeft. Meest alle Jaren laat de Stad door uitbesteding 100 roeden verder het canaal afgraven en verkoopt dan het veen in reguliere afdelingen aan de liefhebbers. Deze kopers graven de turf af, en geven daarvoor aan de Stad de vierde turf, dat is van de 4 turven een. Nu om deze tijd is de in dit Jaar gegraven turf droog, zijnde het graven met Juny gedaan, en bij hopen van vaste maat, een dagwerk genoemt, opgestapelt. Dit word nu door de Commissie naegezien alsmede de voortgang van ’t Canaal opgenomen. Het afgegraven en afgeveende land blijft het eigendom der Stad, waervan de koper een vaste grondpagt Jaarlijks aan de Stad betaalt, zijnde egter in de eerste tien jaren daarvan vrij. In de Pekel, Wildervank en Veendam bedragen deze grondpagten enige duizend[en] guldens jaarlijks.

Dit nieuwe canaal is ruim en vrij diep, dog terstond valt in het oog de kleur van ’t water ’t welk hoog rood is, welke rode kleur veroorzaakt word door een rode stof, oker ’t welk veel onder ’t veen gevonden word. Ik heb van deze oker enige stukken medegenomen, waaronder die de kleur van krap hebben, en een zeer goede verfstof opleveren, zoals het daartoe in de Coloniën gebruikt word, kunnende gemaklijk fijn gewreven worden. Zeldzamer dog enkel vind men onder ’t veen ook blauwe stof. In mijne wandeling die ik op ’t veen gedaan heb, heb ik bij de afgravingen toch ook daarvan gevonden. Ik heb daarvan ook specimina medegenomen, onder anderen een stukje harde turf waarop een dun laag[j]e van deze stof naegenoeg als ’t Berlijns blaauw. Deze verfstoffen zijn zeker door het ijzer en Calory (?) ontstaan.

Verbazend en onafzienbaar is de vlakte van veen die men ontdekt. Aan ’t eind van ’t kanaal gekomen zijnde, half uur bij ’t zelve is ’t veen reeds bezakt en niet spongieus meer, doordien het water nae ’t kanaal afzakt. De Onstwedder Aa, anders een vrij aanzienlijk water was droog, zodat ik deszelfs bedding zonder nat worden kon doorgaan. Tot tusschen dit water en de Mussel A is het Canaal gevordert. Het veen is van boven geheel bedekt met lange heyde, en aan de grond met mos. Verbazend is de laag die op de grond ligt van veen, van 20 tot 30 jae soms meer voeten. De bovenste 6, 8 à  10 voeten is grijs, en daar vind men zeer duidelijk dat het veen door vegetabelia geformeert word, in al ’t geen ik zag waren de heyde blaadjes en mos zeer duidelijk te onderkennen. Dieper word het veen donkerder van kleur, en eindelijk zwart. Dit geeft de beste turf. Ik zag daar veenhopen leggen, die zeer zwaar en compact van stuk waren, en bros als de Drentsche harde turf. Zoo spoedig als door ’t ruwe veen de gruppen en afwateringen gestoken worden om ’t water af te leiden, bezakt het 5 à  6 voet en word vrij vast, doch dan ook neemt de veenwording of dit vergaan van de stoffe tot turf een einde. Fraai is het gezigt wanneer men bij het afgestoken veen opziet, en het verschil der beddingen opneemt. Zeker moet de natuur langsaam in zijn progressus voortgaan om de vegetabilia in veenstof te doen veranderen, men verliest zich bijkans in de bedenking hoe lange dezelve gewerkt hebbe om die verbazende lagen te formeren. Onder het veen zag ik ook zeer veel hout, ’t welk men meest voor hazelnotenhout aanziet. Hiervan zag ik dat bijnae geheel kool was, ander dat ontvlambaar of bitumineus was, weer ander met geschroeide en koolagtige oppervlakte, inwendig vrij gaaf. Aanmerkelijke stobben en takken vond ik hier en daar leggen, ook daarvan heb ik iets medegenomen.

Wij keerden nae alles gezien te hebben terug, ik voor mij zeer voldaan, terwijl mij de gedagte zeer verblijde en streelde nae verloop van 60 en meer Jaaren zullen deze woeste en onvrugtbare Streken in blakend vrugtbare landsdouwen door des menschen nijverheid verandert worden, en het werk eens voltooid zijnde, onberekenbare schatten en voordelen aanbrengen, nae dat alvorens de ruwe en onvrugtbare schors de kosten der ondernemers rijkelijk zal beloont hebben.

Het was 3 uur namiddag eer wij terug kwamen op Bareveld, alwaar wij het middagmaal namen, wordende verder namiddags door de Commissie de in dit jaar bij ’t Canaal gegravene Stads 4e turf verkogt, ’t welk over de 8 duizend guldens aanbragt. Dergelijke verkoping zoude de volgende week in de Pekel geschieden en wel 18 duizend aanbrengen, in de Wildervank en Eexte moest dat ook nog geschieden, zodat onze stad daar van reeds jaarlijks schone revenuën maakt. De volgende dag ’s morgens reysden wij weer langs dezelfde weg nae de Stad, komende aldaar ’s avonds aan. Ik voor mij met het geziene zeer voldaan, zijnde er ook geen buitengewoon verlet met de practijk geweest.”


Plaats een reactie on “‘Verbazend en onafzienbaar is de vlakte’”

  1. JP schreef:

    1799, nietwaar? Verbazingwekkend, zo’n scherpe observatie, voor ons nu nog zelfs …, nou ja, zelfs?
    Waar diep je die bronnen eigenlijk op?
    Groninger archieven of elders?
    Dank weer en bye, JP

  2. Gelkinghe schreef:

    @JP, de briefwisseling tussen Jacob en zijn vader Matthias van Geuns, die hoogleraar medicijnen in Utrecht was (na een poos arts in Groningen te zijn geweest), berust sinds een jaar of vijftien in het Familie-archief Van Geuns te Utrecht. Op basis van de passages over het liefdesleven van Jacob schreef mevrouw Vn Eeghen haar amusante boek ‘De Menniste Vrijage’.

  3. Henk Scholte schreef:

    Bie t lezen van dit degelk verslag wordt t mie glad waarm om t haart.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.