Tsjir, tjir, tjirrup!

DE LEEUWERIK ALS KAMERVOGEL EN LEKKERNIJ

Geplaatst op 17 maart 2007  a

Burgemeester Johannes Verrutius had in zijn huis aan de Sint-Jansstraat een “lieuwerikscouw van rijs” (1684). Ook bij Raadsheer Pels (1705) en Rentmeester Borgesius (1732) was er thuis zo’n “leeuweringhskorf”. En een dergelijke voorwerp voor het houden van leeuwerikken is eveneens te vinden op de inventarissen van twee stad-Groninger juristen (1720, 1734), een luitenant (1720), een brouwer (1659), een brandewijnstoker (1713), een koster (1691), een schrijver (1701), een bakker (1719), verschillende kruideniers (1715 en 1731), een paar schoenmakers (1717 en 1728), een scharenmaker en leerbewerker (1647), een hozenmaakster (1729), en wat moeskers of tuinbouwers (1701 en 1723).

In regenten-huishoudens vind je dus leeuwerikskorven, maar ook bij koop- en ambachtslui die veel volk over de vloer kregen. In de Smidskroeg aan de Jacobijnerstraat hing een leeuwerikskorf (1675), zo ook in de Burse aan de Broerstraat waar de heren studenten een warme maaltijd konden eten (1714). Uiteraard had lang niet iedereen een dergelijke kooi van wilgentenen of rijshout, het ging om een liefhebberij van misschien één procent der bevolking, maar bijna iedere stadjer van die tijd moet wel iemand met zo’n voorwerp hebben gekend.

Geplaatst op 17 maart 2007  b

Veel minder vaak wordt de bijbehorende vogel, de veldleeuwerik, genoemd. De korf vertegenwoordigde echter een vastere economische waarde dan de vogel, die een korter leven beschoren was. Zo tref je katten eveneens zelden op inventarissen aan, terwijl die toch wel degelijk in en om het huis rondscharrelden. Ik neem dan ook aan dat bij elke korf ooit een leeuwerik hoorde, anders zou de korf allang weg zijn gedaan.

Nog iets: van alle vogels wordt er in de inventarissen van de zeventiende eeuw het meest naar de leeuwerik verwezen. Zo bezien was toentertijd de leeuwerik de populairste kamervogel in en om de stad Groningen. Daarna kwamen pas de kanarie, de vink, de robijn (kneu), papegaai, putter en al dan niet sprekende ekster. Pas in de achttiende eeuw doken de kauwtjes, de kwartels en de duiven in Groninger huishoudens op. Toen ook overvleugelde de kanarie, die elk jaar in november, december door kiepkerels van Tirol en de Harz hierheen werd gebracht, langzamerhand de leeuwerik als dè vogel die het huis met zijn zang opluisterde.

Maar natuurlijk weet hedentendage lang niet iedereen meer hoe een leeuwerik er uitziet en klinkt. De alauda (Latijn), alouette (Frans), lark (Engels), lerche (Duits), laiwerk (Gronings) of ljurk (Fries) is nauw verwant aan de mus, en even onopvallend met zijn voornamelijk lichtbruine, zwartgevlekte en grauwwit afgebiesde verenkleed. Al is de leeuwerik een slag groter en krijgt hij tijdens het broedseizoen een kuifje. Dat seizoen brengt hij het liefst door op wijd open, zo coulissenloos mogelijk hooi- of weiland, samen met de vrouw, bij een met droge sprietjes bekleed kuiltje in het gras, waarin een stuk of wat lichtgrijze, bruin gevlekte eitjes liggen.

In het najaar en ’s winters, met de vogeltrek, zag je leeuwerikken in zwermen op stoppelakkers fourageren. Beide biotopen kwamen en komen in Groningerland veel voor. Oorspronkelijk is de leeuwerik een steppenvogel, die van alles van de bodem lust: zaden, granen, jong gras, kruiderij, insecten, spinnen en wormen. Het gebruik van zaadontsmettings- en bestrijdingsmiddelen verminderde zijn voedselvoorraad en ondermijnde zijn weerstand en voortplantingsvermogen. Dichtere grassoorten en de opkomst van wintergranen en mais beperkten naast de stedelijke olievlekwerking bovendien zijn levensruimte. Door al die factoren zijn er in Nederland nog geen 100.000 broedparen over, van de 700.000 stelletjes die ons land in 1950 nog telde. Daarom staat de leeuwerik inmiddels op de rode lijst van de meest kwetsbare en zwaarst beschermde vogels.

Groningers die nu nog een leeuwerik willen zien en horen, moeten hem zoeken oostelijk van Haren, richting Waterhuizen of op de Peizermaden. Met meer geluk dan wijsheid kan je daar een mannetje met snelle vliegbewegingen steil omhoog zien gaan, tot hij bijna niet meer aan de hemel te ontwaren is. Verrassend dichtbij klinkt dan nog zijn zang, waarmee hij het voedselterritorium afgrenst, een zang die hij doorspekt met rollers, twinkels, en trillers: tsjir tjir tjir up twiedel tsjir tjir up riiiwup tsjir wiew tsjir!

In de zeventiende en achttiende eeuw vond men dat al “zeer aangenaam en vermakelyk” om te horen. “De leeuwerik en de koekoek bei, verkondigen de aanstaande mei”, dichtte Vondel. Wat talloze poëten hebben beaamd. Hun leeuweriksverzen werden door componisten als Liszt, Schubert, Glinka en Lalo gretig op muziek gezet:

“Ma voix est sans note plaintive,
Je ne dis rien au triste soir;
Je suis la chanson folle et vive
De la jeunesse et de l’espoir”

 

Geplaatst op 17 maart 2007  c

Geen wonder dat leeuwerikkenmannetjes begeerte opriepen en vooral kwajongens ze in het voorjaar als kuikens uit nesten haalden. Zo’n leeuwerikje fokte men eerst op in een doos of kistje, waarin men een graszode legde. Het vogeltje vereiste veel zorg; doorlopend moest men het voederen met in water geweekte beschuit- of broodkruimels, fijne haver of gerstegort, eventueel gemengd met een beetje gehakt vlees, snippertjes hardgekookt ei, gebutste klaver, meelwormen of miereneieren. Als het leeuwerikje eenmaal zelf aan het eten kwam, kreeg hij verder droge gort voorgezet, met wat hennepzaad, de zojuist genoemde extra lekkernijen, en natuurlijk wat water in een bakje.

Al met al geen hobby voor langslapers, want de leeuwerik is voor dag en dauw actief en dreigde het loodje te leggen als men te lang talmde met het verstrekken van zijn ontbijt. Als hij eenmaal goed vloog, kwam de vogel in de leeuwerikskorf, weer met een graszode om op te zitten. Want door de gesteldheid van zijn poten kan hij niet op stokjes of takken staan. De kooi hing men aan de zoldering, zo dicht mogelijk bij een raam. En zingen maar.

Voor een goeie leeuwerik werd anno 1707 wel vijf gulden geboden, zo blijkt uit een zaakje dat voor het stad-Groninger Nedergericht diende. Dat was een of twee gulden meer dan een kanarie deed, of bijna het weekloon van een geschoolde, volwas (scheeps-)timmerman.

Hier en daar houdt men nog wel leeuwerikken in Nederland, zonder meer een illegale aktiviteit. In Brabant komt men daar trouwens openlijker voor uit dan in het noorden. Hoe zuidelijker in Europa, des te groter de kans is dat er leeuwerikken worden gehouden.

Geplaatst op 17 maart 2007  d

Een andere culturele aanwending, het bejagen van zwermen leeuwerikken in het najaar en de winter, heeft eveneens het langst stand gehouden in landen als Italië, Frankrijk en Spanje, terwijl die jacht hier in Noord-Nederland begin twintigste eeuw al voorgoed passé was.

Tot diep in de negentiende eeuw jaagde men in Groningerland nog wel op zangvogels. Omdat het kuieren rond de wallen van de stad zo een stuk minder aangenaam werd, beschermde een placcaat van 1767 hier weliswaar nachtegalen en vinken, maar bijvoorbeeld de leeuwerik bleef alom in Stad en Lande een “vrije vogel”, ten prooi aan boeren, burgers en
buitenlui. Mogelijk bejaagde jonker Coppen Albert Jarges, die in 1681 maar liefst negen vis- en vogelnetten in zijn stadsonderkomen naliet, met zijn vogelnetten de leeuwerik. Vrijwel zeker is dat het geval met Evert Jans, die een winkeltje in koffie en meel uitbaatte, maar ook een “leewerix net” bezat (1741). Meer professionele vogelvangers leefden er trouwens ook in de stad. Zo woonde er anno 1762 ene Engelbert in een kamer aan het Zuiderdiep, die heel vroeg opstond omdat hij de kost verdiende “met vogelen te vangen”, terwijl er na 1805 een Jan Jans in het Groninger opsporingsregister stond, een plat Gronings pratende metselaar die zich ’s winters met het vangen van vogels in leven hield.

Hoewel er ’s winters op de kale moeskerstuinen ten noorden en zuiden van de stad best wel eens groepen leeuwerikken geweest zullen zijn, moest de jager voor de grotere zwermen naar de braakliggende akkers van het Hogeland, het Oldambt of de Veenkoloniën. Volgens een voornaam heer uit Friesland, die een boerenhandboekje schreef waarvan de tweede druk anno 1768 ook in Groningen verscheen, waren er in Friesland, en waarschijnlijk dus ook in Groningerland, vier jachtmethoden in zwang, drie min of meer aristocratische en één volkse.

Een heer verschalkte leeuwerikken met een fuik, een sleepnet gecombineerd met een roofvogel, of een stelnet, terwijl de gewone man zich alleen van het sleepnet bediende.

Met de fuik ging het zo. Eerst werd die op leeuwerikkenland geposteerd, met bij voorkeur een paar aan touwtjes vastgemaak­te lokleeuwerikken vlakbij de opening. Dan, liefst ’s avonds, als leeuwerikken niet hoog vliegen en dichtbij elkaar zitten, dreef iemand ze met een geschilderde koe of paard naar en in de fuik. Een ervaren drijver kon er op die manier veel vangen.

De methode van het sleepnet gecombineerd met een valk, havik, sperwer of uil maakte gebruik van de angst van de leeuwerik, die stil op de grond gaat liggen en zich niet meer verroert als hij een roofvogel ziet. De roofvogel moest dan wel doorlopend in beweging zijn op de ene arm van de jager, die met zijn andere arm het net over zijn prooi heen sleepte. Op die manier vielen er veel minder leeuwerikken ineens te vangen.

Een nog veel effectiever middel was het stelnet, een manshoog net van veertig, vijftig meter breed, met mazen waar de kop van een leeuwerik net doorheen paste. Dit net werd op een herfstige of winterse namiddag recht, of in een iets gebogen vorm op een leeuwerikkenakker neergezet. Bij avondschemer dreef een grote groep mensen op een rechte of gebogen lijn de leeuwerikken, die dan niet hoog vliegen en steeds maar een paar meter verschikken, langzaam naar het stelnet. Tot de drijvers vlakbij dat net op een seintje plotsklaps flink wat herrie maakten, en de leeuwerikken in paniek het net invlogen. Op die manier verstrikten zich honderden vogels ineens, vooral als de drijvers een lang touw met vogelvleugels tussen zich in over de grond meesleepten, waarmee men alle vogels in een gegeven omtrek opdreef en insloot. Door het formaat van het stelnet, het touw met de vleugels en de grote groep drijvers was deze vorm van leeuwerikkenjacht kostbaar, “weshalven het ook meest een Jagt of Vangst is, die aan grote of andere ryke Heeren toekomt, en tot dien einde haar Volk kunnen ordineeren”, aldus de Friese heer.

De boeren zelf vingen leeuwerikken met sleepnetten, waarschijnlijk ook voor burgers uit de stad de populairste methode. Voor een optimaal resultaat bij deze jachtvorm moest het pikkedonker zijn. Een stel mannen ging dan tijdens de maanloze nacht een stoppelakker met veel leeuwerikken op, met tussen zich in een redelijk groot sleepnet, dat ze waterpas en iets boven de grond over het veld heen droegen. Onder dat net sleepte een staart over de grond, die de leeuwerikken met enig gedruis tegen het net op deed vliegen, waarna de dragers dat net lieten vallen en bij het licht van een “dieflantaarn” (die kon worden verduisterd) hun prooi onder het net vandaan haalden.

Al deze in het najaar en ’s winters gevangen leeuwerikken werden gedood, geplukt en ontdaan van ingewanden. Ze vormden een lekker hapje, maar niet voor iedereen. “Ze worden meest gebraden zynde gegeten”, aldus mijn bron, “dog ook op andere wyze, (…) maar ’t is geen gemeen Boere-Eten…” (gemeen = gewoon). Zelfs in het westen van het land at de gewone man geen leeuwerikken. Volgens Le Francq van Berkheij vormden leeuwerikken daar “lekkernijen voor Adellijke tafels en die der aanzienlijke kooplieden”. En als de leeuwerik in Friesland en Holland al iets exquis voor de beter gesitueerden geweest is, dan ging dat zeker voor Groningen op.

Gewone Nederlanders vingen wel leeuwerikken, maar aten ze zelden of nooit. Een groot verschil, toentertijd al, met hun Fransen standgenoten, “die nog al veel op hebben met het eeten van klein wildbraad”. Voor die Fransen waren leeuwerikken gewoon licht verteerbaar met wat spek en peterselie, of verwerkt in ragouts en pasteien.

Gewone Groningers bliefden geen leeuwerik op hun bord. Een enkele keer, begin januari 1778, konden zij ook in de Groninger Courant lezen, hoe het mensen verging die ze wel lustten. Het bewuste bericht kwam van nabij de grote rivieren, op de grens van noord en zuid:

“NYMEEGEN den 3 Januari. In den voorleden Week is hier aan het huis van zeeker geweermaker dit droevig ongeval gebeurd. De voornoemde geweermaker leeuwrikken geschooten, en daarop zyn huisgezin vergast hebbende, zyn alle die, welke daar van hadden genuttigd, doodziek geworden, waar onder ook de man zelfs. Dog niemant ongelukkiger dan de vrouw, die dit werklyk met de dood heeft moeten boeten. Men heeft zedert andere Leeuwrikken geschooten, en derzelver kroppen geopend hebbende, dezelve geheel en al vervuld bevonden met dolle kervel, welke zy zoo men zegt, des winters, wanneer de grond bevroozen is, en zy op geen wormen kunnen aazen, veel tot voedzel gebruiken.”

Geplaatst op 17 maart 2007  e


12 reacties on “Tsjir, tjir, tjirrup!”

  1. Mies schreef:

    Alouet..je te plumerai..

    Eindelijk is het leeuwerikblogje geschreven.. Interessant 🙂
    Hoe smaakt leeuwerikbout eigenlijk?

  2. Gelkinghe schreef:

    @Mies, Hoe leeuwerik smaakt dat weet ik niet. Ik heb in ’77 wel een blikje met lijster gekocht in een koshere slagerij in Straatsburg, maar kreeg toen hevige ruzie met mijn toenmalige vriendin, en van de weeromstuit ben ik helemaal vergeten hoe het proefde. Ik vond het niet erg lekker, meen ik me te herinneren.

  3. Bert Westerink schreef:

    Prachtig verhaal voor de zondagmiddag. Mooi ook hier weer het Groningse perspectief erbij.
    ps die kanarie bij orgelmuziek, is dat bij jou thuis opgenomen??

  4. Gelkinghe schreef:

    @Bert,
    Nee, bij ons thuis hadden we geen orgel. En ook geen kanaries, trouwens.

  5. Catharina schreef:

    Leeuweriken schrijft men met 1 k, Gelkkinghe.

  6. Bob schreef:

    en ‘hoe het proefde’ moet zijn ‘hoe het smaakte’.

  7. Catharina schreef:

    Bob en ik zijn van de taalpolitie. Overigens is de dubbele k in het krantenartikel uit 1778 wel correct. Toen was de spelling nog niet gestandaardiseerd.

  8. Gelkinghe schreef:

    @CCatharina,
    Tegenwoordig is er ook geen standaard-spelling meer. Ik wijs op het bestaan van groene en witte boekjes en wat dies meer zij. Er heerst een grote verwarrimg op orthografisch terrein, hedentendage. De discipline is totaal zoek. En af en toe wens ik ook aan mijn eigen spelling vast te houden. Zeg nou zelf, klinkt de i in leeuwerikken naar de i in ik, of naar de i in ike? Precies, daar heb ik je. Vandaar de twee k’s dus, in mijn spelling van leeuwerikken.

  9. Catharina schreef:

    Kommedie? Marritiem? Ampur? Hont? Harrie? Paaprika? Sentrum?
    Nee, Gelkinghe, zo zijn we niet getrouwd. Maar ik wil in dit speciale geval wel een uitzonderingsbepaling toestaan omdat je zo prachtig argumenteert. “Men schrijft gemeenlijk leeuweriken met 1 k, Gelkinghe schrijft leeuwerikken met 2 k’s.”

  10. Gelkinghe schreef:

    @Catharina (sKatje),
    Zo is dat.Wellicht ten overvloede wil ik er nog op wijzen dat de o in komedie en de a in maritiem een lange o en een lange a zijn, hetgeen het gebruik van de enkelvoudige opvolgende medeklinker in die gevallen rechtvaardigt. Zou de o kort zijn, als in rok, en de a kort zijn als in jas, dan verdient een spelling als de uwe in bovenstaande reactie de voorkeur. Precies zoals de dubbele medeklinker ook volgt op de korte i in mijn leeuwerikken.
    Overigens zijn ampur, hont, harrie, paaprika en sentrum strikt hypothetisch gespeld, en dus bezijden de discussie, want zo zou ik dat nooit doen.

  11. Catharina schreef:

    Als we het gaan hebben over hypothetische spelling weet ik ook nog een leuk voorbeeld: leeuwerikken. Hoe dan ook kan ik meegaan met de norm “want zo zou ik dat nooit doen.” Maar dan even voor mijn perceptie: kieviet? Om in de ornithologie te blijven?

  12. […] leeuwerik als kamervogel en als […]


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.