De Sint Jacob aan de Zwanestraat, gildehuis der kooplui

Twee Groninger huizen droegen de naam Sint Jacob. Het ene stond aan de Kromme Elleboog, het andere aan de Zwanestraat. Dat tweede huis was tussen 1678 en 1703 het gildehuis van het koopmans- en kramersgilde.

De zwetten van de Sint Jacob aan de Zwanestraat waren:

  • ten noorden de Zwanestraat,
  • ten oosten de ingang van Achter de Muur,
  • ten zuiden Achter de Muur en
  • ten westen een buurpand.

Met Achter de Muur werd het Soephuisstraatje bedoeld, en het was dan ook het pand op het huidige adres Zwanestraat 12, dat Sint Jacob heette.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Nu is dat het Griekse restaurant Olympia, een rijksmonument, vooral vanwege de rijk met Jacobsschelpen versierde voorgevel, waarop ook een steentje met het jaartal 1612 prijkt. Het pand  dateert dus van twee jaar na de aanleg van de Zwanestraat, een stadsdoorbraak over het genaaste terrein van het voormalige Minderbroedersklooster, waarvoor herberg De Zwaan aan de Guldenstraat wijken moest.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Terwijl de Sint Jacob aan de Kromme Elleboog mogelijk al in de zestiende eeuw voorkwam, was de Sint Jacob aan de Zwanestraat zeer beslist nieuwbouw van na de Reformatie, toen het vernoemen van panden naar heiligen eigenlijk niet meer zo voor de hand lag. Dat het pand Sint Jacob heette, horen we echter pas in 1652. De eigenaars zijn dan Hindrick Harmens van Loon en zijn vrouw Asseltien, die we al kennen van de oude Sint Jacob aan de Kromme Elleboog, 1651.

Anders dan gedacht vormden uithangborden menigmaal mobiel goed, dat meeverhuisde. Waarschijnlijk brachten Van Loon en vrouw het hunne over vanuit de Kromme Elleboog. Dat ze daar in financiële problemen raakten, kwam wellicht doordat ze het pand daar niet konden verkopen, terwijl ze dat aan de Zwanestraat al hadden verworven. Hoe dan ook, de executieveiling van de Sint Jacob aan de Kromme Elleboog verhinderde niet dat de Van Loons in 1652 en 1654 voor nog eens bijna 3000 gulden aan leningen konden afsluiten met de door henzelf bewoonde Sint Jacob in de Zwanestraat als onderpand.

Eind 1672 bleek dat Hindrick Harmens van Loon organist was. Hij vroeg en kreeg toen 278 gulden achterstallig tractement wegens “het bedienen van het gewezen orgel in de A-kerk”. Vijf jaar later kwam hij opnieuw in financiële problemen, zodat er toen een executoriale veiling van de Sint Jacob aan de Zwanestraat plaatsvond. Het pand werd gekocht door het Koopmans- en Kramersgilde, dat er waarschijnlijk 2300 gulden voor bood.

Het gilde liet het vervolgens voor ongeveer 1600 gulden verbouwen. In een bundel met ingebonden stukken van het gilde vinden we namelijk de rekening wegens verbouwingskosten, die olderman Jan Testart maakte tussen oktober 1677 en juli 1678. Daarbij gaat het niet alleen om timmerlui die maandenlang werk hadden, maar ook om een leidekker (voor het maken van een pomp en een bak), een glazenmaker, een slotenmaker, een geelgieter (voor een kraan), een schilder en een steenhouwer, naast materialen als zand, steen, kalk en hout, spijkers, lood en een watersteen. In een van de vensters kwam waarschijnlijk een gebrandschilderde voorstelling te hangen, want Testart betaalde drie dukaten, dat was bijna 16 gulden, “voor een glas”, wat rijkelijk veel zou zijn als het slechts om een eenvoudig ruitje ging. Maar Testarts’ meest opmerkelijke uitgave betrof “het uijthangh boort de Sunt Jacob”. Hij betaalde er de vorige eigenaar Hindrik van Loon 6 ducatons voor, of bijna 19 gulden, een bewijs dat het uithangbord inderdaad niet bij het aard- en nagelvaste goed hoorde, maar een mobilium was.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Naar uit nog weer een ander postje op de bouwrekening blijkt, ging het koopmans- en kramersgulde de Sint Jacob verhuren. De eerste pachters waren nog onbekend, maar vanaf 1680 staan de namen op de huurcerters in bovengenoemde bundel. Deze contracten kenden steeds een looptijd van drie jaar, en ze laten zien dat de pachters een soort zetbazen van een koopliedensociëteit waren, want de gildeleden vormden zelf de belangrijkste klandizie van “onse Gilde Behuisinge”. Weliswaar hielden ze hun vergaderingen in het reventer (in het Rode Weeshuis), maar eten en drinken deden ze in de Sint Jacob.

De eerste huurcontracten noemen steeds een huursom van 200 gulden per jaar, wat behoorlijk hoog is. In 1680 bleek daarbij, dat het bier van brouwer Boll kwam. Als pachter Carel Reijneman en zijn vrouw Adriana ter Borch het bier van een andere brouwer wilden betrekken, waren ze verplicht…

“…geen minder ofte slechter Bier in te leggen en uit te slijten als sij duslange van Boll hebben genooten, doch alles tot goetkeuringe van olderman ende hovelingen van onse Gilde.”

Van mei 1683 tot mei 1686 pachtten Jan Sandebeeck (ook wel Sambeeck) en zijn vrouw Geesie de Sint Jacob aan de Zwanestraat. Eind 1685 raakten zij dusdanig in de schulden, dat hun inboedel voor alle zekerheid opgeschreven werd. Zo weten we de indeling van het pand: voorkamer, blauwe kamer, achterkeuken, kamer ’t Oogh in het Zeijl, (boven)Zael, Oldermanskamer. stoeffie (roeffie?) en weer voorkamer.

Wat men met dat ‘oog in het zeil’ bedoelde is onduidelijk. Het zou een erkertje boven de straat kunnen zijn, maar ook een kamer met een groot geschilderd zeegezicht, iets wat, dunkt me, wel bij kooplui past.

Op de inventaris staan dan onder meer zes ‘verkeerborden’ (voor triktrak, het populairste spel) en een “trecktafel met 2 stocken en ballen, zo gezegd wordt de kremers toe te behoren”. Zo’n primitief biljart was er nog bijna nergens, en ook de bas en de twee violen tonen aan dat de Sint Jacob als herberg een zekere standing had. Op een latere inventaris vinden we bovendien de portretten van Jan Sandebeeck, zijn vrouw en zijn zuster. Wat laat zien, dat het niet om ordinaire kroegbazen ging.

Wel veranderde er iets in de verhouding tussen gilde en zetbaas, getuige latere huurcontracten. In dat over de periode 1689-1692 kregen pachter Bastiaen Dentinck en zijn vrouw gedaan “dat de Olderman en Heuvelingen geholden sullen wesen de Capitale Gilde gelagen nergens anders als in dit Huys te moeten leggen”. De pachter legde het gilde dus een soort gedwongen winkelnering op, iets wat ondenkbaar zou zijn geweest als het gilde nog in een even sterke onderhandelingspositie verkeerde als voorheen.

Volgens het contract over 1696-1699  met Gerrit Bloem en vrouw Anna Dorothea van der Boom verlaagdce het gilde de pacht met 60 gulden tot 140 gulden per jaar, maar kreeg het wel weer zijn bestedingsvrijheid terug, terwijl er een vaste prijs voor zaken als pijpen, vuur en licht werd afgesproken:

“… sal het d’Oldermannen en Heuvelingen soo daene Maeltijden wegens de twe nieuwe Heuvelingen vrij staen te brengen waer het haer sal believen indien sij voor een behoorlijcke prijs met de Huirders van ’t Huis niet konnen accordeeren gelijck sij bij een ander souden konnen doen, en sullen de Huirders voor ordinaris daegen van ’t Gilde houden hebben te genieten de somme van een en dartigh Carol: gulden tyn stuivers waer voor sij sullen hebben te leveren vrij pijpen, Glasen, vuir en licht. Edoch soo jeemant jeets anders koomt Commandeeren deselve sal het moeten betalen.”

Blijkbaar kon een eigen gildehuis toch niet zo uit, want in 1698
wilden olderman en heuvelingen van het koopmansgilde de Sint Jacob weer verkopen, inclusief hun trektafel op de bovenzaal. Op de veiling werd echter zo laag geboden, dat olderman en heuvelingen zelf als hoogste bieders eindigden met hun bod van 1800 gulden.

Voorlopig bleven zij de zaak verhuren voor 140 gulden per jaar. Omstreeks Allerheiligen 1703 ondernamen ze een nieuwe poging, die wel slaagde. Met de ruim 1200 gulden opbrengst delgden ze hun schulden.

Onder de laatste eigenaars die het pand aan de Zwanestraat nog Sint Jacob noemden – HT Cock en diens dochter Hermanna Cock – is er geen bewijs meer dat het nog als herberg fungeerde. In 1737 verkochten de erven juffrouw Cock het vastgoed voor 1500 gulden aan Pieter van Marum en vrouw. De behuizing heette toen “de oude Sint Jacob”, een teken dat het uithangbord verdwenen was. Het betreft ook de laatste keer, dat de naam Sint Jacob hier in een koopacte valt. De Sint Jacob aan de Kromme Elleboog, die sowieso al de oudste rechten op de naam had, heeft het dus aardig wat langer volgehouden dan de naamgenoot aan de Zwanestraat.

Geplaatst op 21 februari 2009  d


2 reacties on “De Sint Jacob aan de Zwanestraat, gildehuis der kooplui”

  1. Hendrika schreef:

    Interessant verhaal achter dit (mooie) pand. Ik heb ooit een keer gegeten in het Groningse restaurant ‘Salle à Manger’ en dat pand lijkt veel – in mijn herinnering, maar hoe betrouwbaar zijn herinneringen? – op bovenstaand pand. Weet jij waar ‘Salle à Manger’ ooit geëxploiteerd is?

  2. Gelkinghe schreef:

    @Hendrika,
    Poelestraat dacht ik.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.