Zeldenwind (II)

Om even op Zeldenwind terug te komen, de stad-Groninger verzegeling waarover ik het had blijkt een boedelscheiding van de erven Everhard Ringels, die dateert uit 1708.

Van haar kinderen mocht de weduwe Ringels ad vitam, dus levenslang, het vruchtgebruik houden van de boedel, In volgorde van belang gaat het dan om:

  • Het huis aan het A-Kerkhof zuidzijde in de stad dat ze zelf bewoonde, met de bijbehorende hof en de stal
  • Het (blijkbaar verhuurde) huis De Eenhoorn, aan de oostkant van dit huis aan het A-Kerkhof zz.
  • Een heerd land De Koningspoort genaamd met twee ommegangen in de Schepperij van Hoogkerk, waarvan de ene mandelig is met de heer Abdias Velingius, predikant te Leiden; plus twee ommegangen in de Grietenij van Hoogkerk, volgens het klauwboek horend bij ’t Hol en Abelema Werf
  • Een heerd land Seldenwint te Hoogkerk, mandelig met dezelfde dominee Velingius
  • 16 gras Drystenborger land en Het Molenhiem, groot 4 gras, te Hoogkerk
  • Een hof in de Brandenburgersteeg buiten de Oosterpoort, met de grondpacht van het (verhuurde) hof ernaast
  • 4 ommegangen in de Grietenij van Leegkerk en Dorkwerd, waarvan er een mandelig is met de Gezworene Alstorphius
  • Een halve stem in de collatie (verkiezing van predikant, kerkvoogden en schoolmeesters) te Leegkerk, eveneens mandelig met ds. Velingius

De grootte van Zeldenwind wordt dus niet opgegeven, en evenmin vermeldt men of het een behuisde heerd land is en of deze verhuurd wordt. Wel valt op dat Zeldenwind net als de ommegangen die bij De Koningspoort  horen en de halve stem in de collatie van Leegkerk mandelig bezit is met de Leidse predikant Abdias Velingius. Waarschijnlijk was Velingius op de een of andere manier (aangetrouwd) familie van de Ringels en stammen deze goederen uit een enkele erfenis, waarin de Koningspoort het belangrijkste element vormde.

Genoemde Abdias Velingius was van 1678 tot 1693 predikant van Groningen, waarna hij naar Leiden vertrok, waar hij in 1735 stierf. Volgens het Ommelander Borgenboek was hij getrouwd met Bernardina van Ewsum, die via haar moeder, een MacDowell, in 1706 het huis Elmersma aan de zuidkant van het Hoendiep in Hoogkerk erfde. Waarschijnlijk hebben Velingius en vrouw dit borgje niet veel later verkocht.

De Koningspoort, nu vloeivelden van de suikerfabriek in de zuidoosthoek van Hoen- en Peizerdiep bij Vierverlaten, was volgens hetzelfde Borgenboek nog in de zestiende eeuw bezit van de commanderij der Duitse Orde te Bunne. In elk geval vanaf 1574 bestond dit goed uit twee heerden. De ene werd later omgezet in een borgje, de andere bleef een boerenplaats. Het borgje was in 1719 eigendom van Wesselus Ringels, in 1702 al genoemd als hoveling te Hoogkerk, ongetwijfeld als opvolger van zijn vader Everhard Ringels, grietman van Vredewold, die in stukken van 1683 voorkomt als hoveling op Koningspoort, Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd.

Volgens het Borgenboek hoorden het borgje Koningspoort en de heerd Seldenwint ook in 1712 nog bij elkaar. Bij de borg hoorden namelijk 41 grazen land, “het Seldenwint genaamd”, waarop ene Andries Vreriks als meierboer zat. Later waren het borgje Koningspoort en beide heerden het eigendom van de familie Lewe van Aduard.

In de boedelscheiding van 1708 wordt gezegd dat de aandelen Koningspoort en Seldenwint na de dood van de weduwe Everhard Ringels het eigendom zullen worden van Johan Schott, Proviandmeester van de Nieuweschans, en diens vrouw Gesina Ringels. Aan zoon Wesselus Ringels werden andere goederen toegescheiden. Als dan Wesselus Ringels in 1719 eigenaar is van het borgje Koningspoort en Seldenwint, houdt dat niet alleen in dat de weduwe Everhard Ringels inmiddels gestorven is, maar ook dat Wesselus Ringels deze goederen overnam of erfde van zijn zwager en zuster. Bovendien moet ds. Velingius tussen 1708 en 1719 zijn uitgekocht.

Al met al zijn er voldoende aanknopingspunten om de eigendomslijn van Zeldenwind verder uit te zoeken. In het archief van de Kadaster-inspectie zitten drie bladen, die wat meer kunnen vertellen over de landerijen en hun ligging in de periode 1820, 1830. Die vraag ik bij een volgend archiefbezoek maar eens aan.

Advertenties

One Comment on “Zeldenwind (II)”

  1. Benne de Jong schreef:

    Quote: Genoemde Abdias Velingius was van 1678 tot 1693 predikant van Groningen, waarna hij naar Leiden vertrok, waar hij in 1735 stierf. Volgens het Ommelander Borgenboek was hij getrouwd met Bernardina van Ewsum, die via haar moeder, een Macdowell, in 1706 het huis Elmersma aan de zuidkant van het Hoendiep in Hoogkerk erfde. Waarschijnlijk hebben Velingius en vrouw dit borgje niet veel later verkocht
    reactie: Op de Elmersmaborg woonden William MacDowell die getrouwd was met Bernadina van Fritema(weet niet zeker of dit goed gespeld is).William MacDowell was één van de eerste 4 professoren van de universiteit van Groningen


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s