‘Wat het gros der dagbladlezers hebben moet’

“Moordnaarswijken; vondst van lijken, soms verminkt en soms nog gaaf;
Blanke duiven, in de kluiven van een snooden gier of raaf;
Misdaadholen, diep verscholen; huizen vol verborgenheên;
Galgverzorgers, onschuldworgers, die hun helsche plannen smeên!…
Vrekken delven in gewelven, azende op een rijken schat;
Beursbandieten; sybarieten, op hun weeldrig leven prat;
Boeven kapen; woekraars schrapen, koud voor armoe’ en ellend;
Stelers, helers, valsche spelers; schurkerijen zonder end!….
Detectieven; bloedige grieven, dolk, revolver rattenkruid;
Echtschandalen; hofkabalen, zelfmoord eener vorstenbruid;
De verschijning en verdwijning van een reus of Don Juan;
Waanzinvlagen; nachtgelagen, bij fandango en cancan!…
Bergen schuren; vlammen kleuren heinde en ver de hemel rood;
Allen sneven die er leven; heerschappij slechts voert de dood;
Spoorwegrampen; treinen stampen en vermorzlen de offers fijn;
Schouwburgbranden; woeste stranden, die bezaaid met wrakken zijn!…
Dammen, dijken, zij bezwijken onde d’aandrang van den vloed;
Winden blazen; stormen razen; ’t vreeslijkst noodweer dat er woedt!
Waar eens steden stonden, heden slechts ruïnen, puin en gruis;
En verzwelgend en verdelgend houden de elementen huis!…
Tobbers boeten voor bankroeten, die voorname heeren slaan;
En zij fluiten naar hun duiten, waarmee de oomes strijken gaan;
Zie hen woelen, hoor hen joelen voor het deftig bankgebouw –
Vruchtloos wenschen de arme menschen heel de kliek aan ’t henneptouw!…
Adelgrootheid, bluf en blootheid, die familiewapens huurt;
Twisttoonelen, schriktafreelen in een vunzige achterbuurt;
Vrouwen tieren; kinderen gieren; zuipers vloeken bij hun kraf;
En reeds zakken er klabakken ijlings naar dit lustoord af!….
Steigers zwichten; speelsche wichten trekken thuis een kookstel om;
Dolle koeien; hooi aan ’t broeien; plots de Tweede Kamer stom;
Buitenbeentjes; leelijke eendjes – dàt is krantenlezerskost!”

Dit kostelijke poeem, dat zeker niet had misstaan in de bloemlezing van Komrij, komt uit Oud en Nieuw, een bundel uit 1903 met werk van de Groninger talenleraar en privaatdocent Gerrit Berend Kuitert (1855-1927). Volgens de oude Groninger Encyclopedie, die van Ter Laan, schreef Kuitert kronieken voor onder meer de Provinciale Groninger Courant. Ook leverde Kuitert dialectstukjes aan kranten, verzorgdde hij vertalingen en schreef hij romans. De bundel Oud en Nieuw verscheen in eigen beheer, verder is er alleen een bundel met nagelaten werk van Kuitert bekend en zal men dus kranten moeten afzoeken voor een compleet beeld van zijn oeuvre.

Met dank aan Henk Scholte, die me het  gedicht toezond.


3 reacties on “‘Wat het gros der dagbladlezers hebben moet’”

  1. jan schreef:

    Prachtig, er is niks veranderd. Ik ga deze onder collega’s verspreiden.

  2. ijsbrand schreef:

    ‘If it bleeds, it leads’ is korter, maar niet beter.

  3. Jan K. schreef:

    Er is weinig veranderd, alleen bralt een deel van de (dagblad)lezers er tegenwoordig ook op allerlei plaatsen over mee …


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.