Alleen buitenstaanders betaalden imegeld

Geplaatst op 17 november 2009  a

Door te googelen op bijen binnen de inventarissen van RHC de Groninger Archieven, vond ik zes losse stukken over imegeld: een willekeur uit Sellingen, een bevelschrift uit Winsum-Bellingeweer en drie ingewilligde rekesten van Oldambster kerspelen. Allemaal komen ze uit de achttiende eeuw. Hieronder behandel ik elk stuk apart, om daarna wat meer algemene conclusies te trekken..

Sellingen, 15 augustus 1712
Eigenerfden en belanghebbenden van het kerspel Sellingen stellen een lokale verordening vast,

“dat alle diegeene soo eenige vrembde Jmen van buiten uit het Oldampt of elders setten”

op Sellinger bodem, drie stuivers per korf moeten betalen. De ene helft van de opbrengst is bestemd voor de diaconie, de andere voor de kerk, dus de kerkvoogdij. Bovendien mogen degenen op wier grond de korven staan nog een stuiver per korf vragen.
Die van Sellingen volgen hiermee het voorbeeld van de kerspellieden van Vlagtwedde, die toestemming voor een dergelijke heffing kregen van het Groninger stadsbestuur, dat het voor het zeggen heeft in Westerwolde.

Winsum-Bellingeweer, 21 april 1777
Op hun verzoek krijgen de ingezetenen van Bellingeweer van de lokale rechter van Winsum en Bellingeweer toestemming om

“wegens ieder korf buitenlandsche bijen of ijmen ten profijte van voorschreven diaconije te mogen bedingen eene stuiver. En zullen dezelve het getal der korven, zoo door buitenlanders op voorschrevene conditie bij hun worden geplaatst aan de boekhouder van de respective diaconye moeten opgeven en gemelde korven niet laaten vaaren voor dat de bedongene stuivers door de eigenaren zijn voldaan.”

Met andere woorden, hier heb je de van Noordbroek bekende tax van 1 stuiver per korf. Deze moet in Winsum worden betaald door “buitenlanders”, waaronder je zowel mensen van buiten de jurisdictie als van buiten de Ommelanden of de provincie zou kunnen verstaan. Maar de betaling geschiedt waarschijnlijk indirect. Want degenen op wier grond de ‘buitenlandse’ korven staan, zijn verplicht daarvan aangifte te doen bij de diaconie. Bovendien mogen de grondbazen de korven niet laten gaan voordat er betaling geschied is.

Wildervank, 3 september 1776
De boekhoudend diaken van Wildervank memoreert bij de drost van het Wold-Oldambt dat zijn armenfonds een jaar eerder, op 11 september, toestemming van diezelfde drost kreeg

“om van ieder korf ymen, van buiten wordende ingebracht, te mogen vorderen 2 st[ui]ver en in cas van wanwilligheit der voldoeninge de ymen te mogen arresteren”.

Zo’n geval doet zich nu voor inzake de nalatige Jacob Braam. De boekhoudend diaken vraagt de drost om honorering van een “mandaat van arrest”, d.w.z. een machtiging om tot beslaglegging over te gaan. Volgens de kantbeschikking van de drost op het verzoekschrift geeft hij inderdaad die machtiging.

Nieuwolda, 23 mei en 6 juni 1780
De collector (belastinggaarder) Jacob Syses, geeft namens de diaconie van Nieuwolda aan de drost van het Wold-Oldambt te kennen…

“…hoe dat sommige van hun ingeseeten eenige korven met bijen uit andere Jurisdictieën zijnde gekoomen op hun grond hebbende, en daar voor het ordinaire geld aan de Diakonij ter plaatse competeeren, namelijk 1 stuiver per corv, aan dezelve weigeren te betaalen. Waar in de rem[onstran]ten sustineeren geensints wel behandelt te worden…”

Met andere woorden: sommige ingezetenen hebben bijenkorven van elders op hun grond staan, maar weigeren de gebruikelijke tax van een stuiver per korf aan de diaconie te voldoen. Daarom verzoekt de diaconie aan de drost om een algemene lastgeving.
Na een onderzoek geeft de drost de diaconie van Nieuwolda toestemming om de inwoners ter plaatse ieder jaar aan het begin van mei door kerkenkondiging aan de regeling te herinneren. Die regeling bestaat eruit dat alle inwoners van Nieuwolda die op hun tuinen, landen of hemen bijen hebben staan,

“aen persoonen buiten het carspel behorende”

verplicht zijn om voor iedere korf van die vreemdelingen een stuiver te innen, die bestemd is voor de diaconie. Deze gelden moeten de inwoners voor 1 november elk jaar aan de diaconie hebben betaald. Als ze dit niet doen kan de diaconie een onderpand bij ze weg laten halen.
Aan de andere kant legt de drost de diakenen de verplichting op om elk jaar voor 1 juni een inventarisatie te maken van degenen op wier terreinen de vreemde bijenkorven gezet zijn.

Finsterwolde, 29 juni 1784
De diakenen van Finsterwolde vertellen de drost van het Wold-Oldambt

“hoe des jaarlijks vele honderden korven met imen alhier worden gezet”.

Graag zouden ze daarvan, net als andere kerspelen van het Wold-Oldambt, een stuiver per korf heffen voor de armen, “wiens aantal groot is”. Maar omdat ze wel eens onaangenaam bejegend zijn bij de invordering van het imegeld, vragen ze expliciet om toestemming van de drost voor de heffing. Deze krijgen ze. Ze mogen van degenen

“bij wien vreemde korven geplaatst worden”

een stuiver per korf “stedegelt” eisen voor de armenkas. Deze beschikking mogen ze bovendien voortaan elk jaar in de kerk van Finsterwolde laten afkondigen..

CONCLUSIE

Veel van deze stukken gaan over de rugdekking die diaconieën van plaatselijke rechters vroegen en kregen voor de heffing van het imegeld. De inning sprak niet helemaal vanzelf. Er was wel eens oppositie tegen.

De rechters bepaalden daarbij vaak hoe de inning van het imegeld moest plaatsvinden. In Winsum zijn de grondbazen verplicht om aangifte van de korven op hun grond te doen bij de diaconie. Bovendien mogen ze de korven niet laten vertrekken voordat er voor ze betaald is. in Nieuwolda is zelfs expliciet geregeld dat de grondbazen het imegeld in eerste instantie moeten innen. De deadline voor afdracht is hier 1 november, wat sterk doet denken aan de novemberposten in de diaconierekeningen van Noordbroek. Ook in Finsterwolde zijn de grondbazen de door de diaconie aan te spreken partij. In Nieuwolda kan de diaconie een onderpand laten halen bij een wanbetaler, en in Wildervank is er zelfs een reële beslaglegging op korven. Om te zorgen dat de regelingen in elk geval als bekend verondersteld mogen worden, is er aan het begin van het bijenseizoen steeds een kerkenkondiging, zoals blijkt uit de voorbeelden van Finsterwolde en Nieuwolda.

De bestemming van het imegeld is overal de armenkas, alleen in Sellingen deelt de kerk mee in de opbrengst. Daar (en in Vlagtwedde) is het imegeld ook het hoogst: 3 stuivers per korf. In Wildervank  bedraagt het 2 stuivers  en in Winsum, Nieuwolda en Finsterwolde 1 stuiver de korf, net als in Noordbroek. Waar veel heide is, op zand en veen, is de tax blijkbaar hoger dan op de klei. Wellicht heeft men daar ook wat meer verlet om het geld.

Maar wat het allermeest opvalt, is dat het niet om korven van ingezetenen gaat, maar om korven van buiten het eigen kerspel. In Sellingen zijn het vooral korven uit het Oldambt, in Winsum gaat het om “buitenlandse” korven, in Wildervank om korven van buiten, in Nieuwoldas om korven “uit andere Jurisdictieën”, en in Finsterwolde om “vreemde korven”.

Dat was niet te merken aan de Noordbroekster diaconierekeningen, maar daar toch waarschijnlijk ook het geval. Het imegeld valt dan te beschouwen als een poging om een graantje mee te pikken van het periodieke verkeer van bijenkorven tussen de verschillende drachtgebieden (met bloeiend koolzaad, klaver, boekweit, heide enz.).

Als het imegeld inderdaad ook in Noordbroek louter van buitenstaanders gevergd is, dan komen de cijfers daar ook in een heel ander daglicht te staan. De gemiddeld 200, 300 vreemde korven die daar in de drie laatste decennia van de achttiende eeuw staan, vormen dan slechts een deel van het totale korvenbestand. Aangezien je mag aannemen dat de inboorlingen veel meer korven hadden staan, mag je het totale aantal bijenkorven dat gedurende die periode zo’n beetje jaarlijks in Noordbroek stond, schatten op minstens 600.

BRONNEN

  • Alles in het RHC de Groninger Archieven:
    Toegang 528, Familie Hesse (1), inv nr 122
    Toegang 333, Hervormde gemeente Winsum, inv. nr. 162
    Toegang 731, Rechterlijke Archieven Wold-Oldambt, inv. nr. 6161
    Toegang 232, Hervormde Gemeente Finsterwolde, inv.nr. 2, notulen kerkeraad pag. 8 dd februari 1784.
Advertisements


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s