Toen Trijntje Kaaloor opnieuw zwanger bleek

Op 23 februari 1779 vernam de kerkeraad van Zuidbroek & Muntendam dat Trijntje Kaaloor, geboren te Meeden, maar zich ophoudend in Muntendam, zwanger ging van een onecht kind. Straks kwam ze ten laste van de plaatselijke diaconie. Dat zag de kerkeraad helemaal niet zitten. Afgesproken werd, dat de diakenen zo spoedig mogelijk bij de Drost van het Wold-Oldambt zouden verzoeken “datt die persoon gedelogeerd moge worden”.

De Drost wenste vooreerst niet te besluiten tot een gedwongen verhuizing. Trijntje moest binnen zes weken een borgstelling, denkelijk van de Meedener diaconie, bij de Zuidbroekster diaconie komen brengen en bracht ze die niet, dan zou ze “verdreven worden”. Het vereiste papier leverde ze niet in. Eind mei werd in de kerkeraad gerapporteerd dat ze inderdaad “gedelogeerd” was. Waarschijnlijk gebeurde dat door de plaatselijke wedman.

Ruim een jaar later bleek dat Trijntje haar onechte kind toch in Muntendam ter wereld had gebracht. Dat kind was nog steeds niet gedoopt. Met de diaconie van Meeden maakte die van Zuidbroek intussen de schikking dat het kind half door Meeden en half door Zuidbroek & Muntendam zou worden onderhouden.

Niet altijd was de kerkeraad van Zuidbroek & Muntendam zo hard tegen ongehuwde moeders, die in die tijd nog habitueel voor hoeren werden uitgemaakt. Een meisje dat zich in de stad had laten bezwangeren noemde hij “dit ongelukkig mensch”, een formulering waaruit enig medelijden sprak. Waarom was de houding tegenover Trijntje dan zo anders?

Trijntje had een verleden. Ze was eens tot vier jaar tuchthuis veroordeeld wegens diefstalletjes. Maar dat was het enige niet. Oh nee.

Tijdens haar detentie leek het of ze zwanger was. Ze werd op 22 juni 1769 vanuit het Provinciale Tuchthuis overgebracht naar Zuidbroek, waar ze tot haar bevalling ten huize van Tjasso Jans zou verblijven. De 62-jarige Tjasso (ook wel Tjaske) Jans was de roderoede van Zuidbroek, de kerspelsoldaat, zeg maar een soort van politieman. Ze kon niet weg uit zijn huis, ze zat zat er in “daartoe expres vervaardigde boeijens”. De roderoede mocht ook niemand bij Trijntje toelaten zonder machtiging van de Drost.

Na vijf weken menstrueerde Trijntje. Of, zoals het toen heette, ze had de “gewone vrouwlijke suiveringe”. Zo ontdekte ze dat ze niet zwanger was. Op de zesde zondag van haar verblijf, “wanneer het andere volck na de kerk was, en zij werkelijk om haar been geboeijt zat”, probeerde Tjasso Jans haar over te halen tot “ontugtigheden”. Ze weigerde, maar hij had haar  “onder eenige sware vloeken” met boeien en al tegen de grond gegooid. En terwijl zij “met het hooft buiten de keukendeure hadde gelegen” had hij “door gewelt met haar vleeschelijk geconverseert”.

In augustus moest de vrouw van Tjasso Jans bij een naber waken. Toen misbruikte hij Trijntje nogmaals, “gedurende zij haren gewonen plage de vallende ziekte hadde gehadt, zijnde ter dier tijdt niet geheel buiten verstant maar ten enenmaal kragteloos, en dus tegens hare wille gebruikt”. Het hek leek toen van de dam. Voortdurend had hij haar onbehoorlijk betast, “zijne ontbloyte mannelijkheit voor haar onbeschaamdelijk ten toon gestelt, en andere vuiligheden geëxperpetreert”.

Ze dreigde hem te zullen aangeven, en op op een oktober-avond maakte hij haar beenboeien los, met de raad om te vluchten, “gelijk ook dieselve nagt geschiedt was”.

Ze werd al snel weer gepakt, in de buurt van Wildervank. Tjasso Jans had nog een boodschap naar haar ouders gestuurd dat men fanatiek naar haar zocht. Omdat Trijntje niets losliet over de verkrachtingen, viel hem alleen te verwijten dat zij ontsnapte door zijn “nonchalance, zo niet opzettelijke conniventie” (oogluiking). De Drost nam zijn armoede ook nog eens in overweging, en veroordeelde hem slechts tot acht dagen water en brood, een berisping en vergoeding van de 44 gulden die de opsporing van Trijntje had gekost. Zijn baantje mocht de roderoede houden. Dat nog wel.

Intussen zat Trijntje weer in het Tuchthuis. Na haar arrestatie had de Drost haar laten onderzoeken door een ervaren vroedvrouw, en daarbij bleek natuurlijk al gauw dat ze helemaal niet zoveel maanden heen was, als ze volgens het vrehaal zou moeten zijn. Maar in april 1770 dienden zich desondanks in het Tuchthuis “de zekerste tekenen van zwangerschap” aan. Deskundigen hielden het dit keer op de zevende maand. Daarom werd ze op de twaalfde van die maand naar het huis van Evert Jans overgebracht. Hij was de roderoede van Noordbroek.

Tijdens de barensweeën, de ‘partus dolore‘, verklaarde Trijntje Stoffers Kaaloor daar, dat ze tijdens haar detentie bevrucht was door door Tjasso Jans, de roderoede van Zuidbroek. Hem liet de Drost opnieuw in hechtenis nemen, nu op de gijzelkamer in het rechthuis van Zuidbroek. Maar Jans bleef de verkrachtingen en de ontucht hardnekkig ontkennen, ook in de confrontatie met Trijntje.

De Drost overwoog dit keer dat het bewijs moeilijk te leveren viel. Maar als je negen maanden terugrekende, dan klopte het precies. En Tjasso Jans kon evenmin toegeven dat er dan een andere kerel bij Trijntje was geweest. De Drost veroordeelde hem nu tot 40 daalder boete. Ook moest hij binnen  een maand het kostgeld van zijn gijzeling aan de kastelein van het rechthuis betalen. En nu kreeg hij wel zijn ontslag als roderoede.

Na de geboorte van een meisje moest Trijntje opnieuw terug naar het Tuchthuis. Haar dochtertje werd op last van de Drost gedoopt in Zuidbroek. Maar omdat het kind met geen enkele diaconie een directe relatie had, verordonneerde de Drost dat alle Oldambster diaconieën er gezamenlijk voor verantwoordelijk zouden zijn. Jaarlijks moesten ze elk voor 1 mei de somma van vier-en-een-halve gulden betalen aan de diaconie van Zuidbroek, die het meisje zou opvoeden en verzorgen. Bleven ze in gebreke, dan kwam er voor straf nog een gulden overheen.

Dat was met zoveel woorden, wat de kerkeraad van Zuidbroek zich herinnerde, toen Trijntje Stoffers Kaaloor opnieuw zwanger bleek.


3 reacties on “Toen Trijntje Kaaloor opnieuw zwanger bleek”

  1. Wieke schreef:

    Je zult ook maar Kaaloor heten…

  2. Maartje schreef:

    Wat een prachtige verhalen iedere keer weer. Maar wat een tijd. En dan te bedenken dat het feitelijk maar door gaat: verkrachtingen en ontkenningen en overgeleverd zijn aan de goede oren van een rechter met een zuivere kijk en inzicht.

  3. Dwarsbongel schreef:

    …en Tjasso was geeneens Jezuïet…?


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.