Hindrik Vondeling en Grietje van der Velde

c3b0254749

“Geliefde zuster, deze dient u te berichten dat wij allen goed gezond zijn brief volgt daar kan meer in staan
Zuidhorn H. Vondeling en huisgenoten”

Links mijn overgrootvader Hindrik Vondeling, die het kaartje beschreef. Naast hem mijn overgrootmoeder Grietje van der Velde. De lokatie is Zuidhorn, even voor 1900. Hij kwam uit zijn werkplaats gelopen, heeft een schoenmakershamer in zijn rechterhand en mogelijk een zool in zijn linker. Zij draagt een beweeglijk klein kind op de arm. Zo te zien is het hun derde.

In totaal kregen ze er tien. Zeven jongens en drie meisjes. Een elfde kind stierf jong.

Schoenmaker was zijn hoofdberoep, maar hij fungeerde ook wel als barbier, vooral op zaterdagavonden en zondagochtenden, als men een beetje fatsoenlijk in de kerk wilde verschijnen. In die hoedanigheid had hij niet zoveel klanten. Een paar oude mannen en verder wat kinderen, bij wie het haarmachientje er van voren inging en van achteren weer uit. Eenheidstarief voor scheren en knippen een stuiver. Iets oudere kinderen kregen daarvoor een ‘poney’.

De schoenmakerij en de barbierszaak zaten in één vertrekje; met aan de wand de spreuk “Een tevreden roker is geen onruststoker”. Hij rookte pijp en pruimde veel, sigaren waren nog een luxe.

Bij zijn twee hoofdberoepen was hij ook nog telegrambesteller, leedaanzegger en bode en drager van de begrafenisvereniging. Bij begrafenissen zag hij er uit als een minister op prinsjesdag, met een zwarte steek waarop een witte struisvogelveer prijkte, en met witte epauletten en tressen op zijn zwarte jas.

Voor dat werk hoefde hij niet ver te reizen, want het gezin woonde aan de Jellemaweg, naast een steeg die uitliep op een smeedijzeren hek met een zandloper, zeisen en uilen. Het hek was de toegang  tot het kerkhof, en de steeg heette in de volksmond wel ‘Vondelings ree’ (van reeweg of lijkweg). Met Pasen stonden er altijd mannen en jongens te “potjen en riesteren” (noten te schieten).

Ook mijn overgrootmoeder werkte buitenshuis. Zij liep met een broodkar te venten voor een bakker. Het kruidenierswinkeltje dat ze er een tijdje had gedreven was geen groot succes geweest en had ze moeten opdoeken.

Hij stond bekend om zijn streken. De meeste huizen hadden regenbakken met houten pompen buiten de deur, waar mensen doorgaans hun klompen naast zetten als ze naar binnen gingen. Hij voorzag deze wel eens van een scheut pompwater.

Ook haalde hij later graag gekkigheidjes uit met kinderen op het voetbalveld. Hij ging dan achter ze staan, trok ze even aan het haar, waarna hij zijn handen in de zij plantte en quasi-onschuldig de andere kant opkeek.

Zijn vrouw, van gereformeerde komaf, was serieuzer, en op zondagen een statig dametje met achterovergekamd haar en met een zwart fluwelen, van gouden sieraad voorzien bandje om de hals.

“Een vrouw van sterke innerlijke kracht en toch uiteindelijk subtiel gebouwd…, iemand van wie veel is uitgegaan”, aldus de dominee bij haar begrafenis in 1945:

“Altijd in de weer, binnen- en buitenshuis was haar nooit iets te veel. En alle dingen deed zij met een opgewekt gezicht, vol moed steeds ook als zij het zwaar had te verduren en te verantwoorden. Geen wonder dat het gezin aan haar hing en wijs met haar was… “

Advertenties

5 reacties on “Hindrik Vondeling en Grietje van der Velde”

  1. ton schreef:

    Mooi om nog zoveel van je voorouders te weten.

  2. Karin Vondeling schreef:

    Geweldig om zo’n foto van mijn overgrootouders te zien, hoe kom je daar toch aan?

  3. Gelkinghe schreef:

    @Karin,
    Dit is een bewerkte uitsnede van een foto van een op zich al gereproduceerde ansichtkaart waar de halve straat mee op staat. Mijn moeder kreeg de reproductie een jaar of wat geleden van een verre nicht.

    Ik stuur je de volledige foto straks wel even toe.

    Of had ik hem van jou? 🙂

  4. Karin Vondeling schreef:

    @harry,
    Nee, je had hem niet van mij, maar nogmaals bedankt voor de foto, super!

  5. hindrik schreef:

    De gelijkenis met mijn oom Gerard in zijn jonge jaren is echt opvallend. Overigens hadden vrijwel alle mannelijke vondelingen van die generatie de kenmerkende diepe haarinhammen met de markante centrale toef. Mijn vader (Anton) werd daardoor regelmatig herkend en steevast aangeduid als één van de “kruuddoorns” (kruisbes). Dit laatste verwees naar de waarschijnlijke vindplaats van onze stamvader Albert. Mijn oom Jan leek met zijn fijne postuur meer op zijn moeder.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s