De watermolens van Hoogkerk (1812)

Hoogkerk telde in 1812 maar liefst 19 watermolens. De twee grootste waren collectieve die aanzienlijke gebieden ten noorden en ten zuiden van het Hoendiep drooghielden, elk ruim 2000 grazen groot (een gras is iets meer dan 0,4 hectare). Dan had je nog een kleinere collectieve van de Zwitsers-doopsgezinde familie Leutscher (200 grazen) en verder waren het allemaal particuliere molentjes die poldertjes van 10 tot 123 grazen bemaalden, waarschijnlijk steeds het land van een enkele boerderij.  Omdat de originele lijst niet naar adres, maar in willekeurige volgorde lijkt te zijn opgemaakt, heb ik die hieronder maar even gesorteerd op de grastallen, dus de grootte van de bediende arealen:

10   – Gertrude (= Geertruid) Franke
24   – Albert Hindriks Klein
25   – erven Thys Martens
29   – Albert Gerrits Oosterling
30   – Thies Thiesen Veenhuizen
42   – wed. Jacob Jans Jager
44   – wed Barteld Harms Staal
50   – Jan Gerrits Anken
50   – Luitje Willems Dijkhuis
68   – wed. Jacob Duurts Diepinga
70   – Klaas Cornelis Geertsema
72   – Jan Matthies Veenhuizen
80   – Gerrit Klaasen Huisinga
89   – Hermannus Pieters
100 – Pieter Cristiaans Gerber
123 – Albert Hindriks Hoiting
200 – Jannes Izaacs Leutscher in comp.
2286 – Eigenaars ten zuiden van het Hoendiep
2471 – Eigenaars ten noorden van het Hoendiep

Van beide grootste watermolens zijn de lokaties nog zichtbaar. Die van het Hoendiep noordzijde, doorgaans de Noorderwatermolen genaamd, stond aan de oostkant van het Aduarderdiep, daar waar je halverwege Vierverlaten en Nieuwbrug op de westoever van het Aduarderdiep een bosje met een inrit hebt.  Vanaf de molenlokatie loopt de molentocht nog steeds naar het oosten.  De molentocht van de Zuiderwatermolen, de zogenaamde Avondsloot, bestaat nog ten zuiden van de Gabriëlflat. De lokatie van deze molen zelf is tegenwoordig aan de andere kant van de A7, temidden van de vloeivelden van de suikerfabriek.

Bron: RHC Groninger Archieven, archief van de voormalige gemeente Hoogkerk (toegang 1493)  inv. nr. 1527: Staat windmolens 1812 (in het Frans). Deze staat negeert de korenmolen(s), en noemt verder alleen een houtzaagmolen.

NB: Een jongere watermolen is De jonge Held.


8 reacties on “De watermolens van Hoogkerk (1812)”

  1. Bob Poppen schreef:

    Watermolens stonden er ook in de landerijen ten noorden en westen van de stad Groningen. Maar iedere eigenaar was daarbij gericht op zijn eigen belang en spuide het water zoals hem het beste uitkwam. Zoiets veroorzaakte uiteraard overlast voor andere landeigenaren, hetgeen vele conflicten opleverde.
    De overheid nam daarom meerdere maatregelen, zoals het verbod op het willekeurig plaatsen van watermolens en het invoeren van peilbouten en peilmolens. In de ordonnantie van 16 mei 1825 worden de genomen maatregelen tegen te hoog opmalen in Groninger schepperijen vermeld.
    In mijn op 27 april a.s. verschijnend boek “Groninger molenhistorie” heb ik de tekst van deze ordonnantie opgenomen.

    Maar ook in Westerwolde speelde dit. Vele processen zijn daar gevoerd zijn over het gebruik van watermolens onder met name het Karspel Bellingwolde.
    In 1808 werd een wet ingevoerd, waardoor tevoren vergunning moest worden aangevraagd, aleer een watermolen mocht worden gebouwd.
    En prompt kwam er een proces of bepaalde molens nu wel of niet voor die datum waren opgericht.
    Ook over deze kwestie heb ik in het boek een hoofdstuk opgenomen. Hierin zijn ook de transcriptie van de processtukken, een beschrijving van de molens en hun locaties en de genealogische gegevens over de betrokkenen vermeld.

    • groninganus schreef:

      Bob, Ook lang voor 1808 moest vergunning voor het plaatsen van watermolens worden gevraagd. Zie de rekesten bij de Hoge Justitiekamer, de instantie voor waterschapszaken in de provincie. In stadsgebied moest (ook) het stadsbestuur toestemming geven. Een overzicht van watermolens in de provincie Groningen zo van 1600 tot 1900 is overigens zeer gewenst.

  2. Aan wat voor molentype(n) moet ik hierbij denken?
    Waren het b.v. tjaskers, of meer het standaard model molen …?

  3. Bob Poppen schreef:

    De landerijen die middels molens werden drooggehouden waren geen grote oppervlaken. Kleine percelen konden dan ook soms met een tjasker worden bemalen, maar veel vaker werd gebruik gemaakt van spinnekopmolens. Dit waren kleine windmolens met een schroef, die veelal in bezit waren van de boeren en door de lokale molenmaker vrij makkelijk en snel konden worden gebouwd. In het proces te Bellingwolde, in 1808, is sprake van de opbouw in één dag. Spinnekopmolens kwamen vroeger veel voor in onze provincie, nu is er niet één meer over. In Friesland staan nog diverse van deze molens.

  4. Bert Visser schreef:

    Wederom interessante wetenswaardigheden over Hoogkerk.
    Hartstikke goed


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.