Wie het kleine niet acht, mist verhalen


Rekening van de zeilmaker J. Brands voor de volmachten van de watermolen “Bij heideweers”, ca. 1809.

Met dat Heideweers wordt bedoeld: Eiteweert, waar de Zuiderwatermolen van Hoogkerk tamelijk dichtbij stond. Stel nu dat we die echte naam Eiteweerd nooit overgeleverd hadden gekregen en alleen zouden weten van de verbastering Heideweers. Dan zag ook de verklaring van het toponiem er heel anders uit. Dan zou er gewezen worden op de heide, die hier in de buurt inderdaad aanwezig was, en ‘weer’ als strook land of als rijshouten visschutting. Op de herberg met overzet hier zou niemand komen.

Brands verstelde vier molenzeilen met negen el oud doek en drie el iets duurdere lapdoek. Ongetwijfeld was het effect dat de zeilen er ook opgelapt uitzagen. In onze tijd zie je zulke molenzeilen niet meer.

De eerste vier bedragen – voor doek, garen, lijn en naalden – waren in stuivers, het laatste, voor arbeidsloon, in guldens. Tel je nu die 47 stuivers van de eerste posten en de 6 gulden van de laatste op, dan kom je op 8 gulden en 7 stuivers in plaats van de 13 gulden en 11 stuivers als eindbedrag op de rekening. Kon de zeilmaker niet rekenen? Nee, dat was het niet zoals uit het controlesommetje door de boekhouder van de watermolen, linksonder op de nota, blijkt. Van de ellewaren schreef de zeilmaker de prijs per el op, niet de totaalbedragen.  Wat zeker geen usance was in deze tijd. Brands had beslist niet lang doorgeleerd, maar dat blijkt ook wel uit zijn ‘langzame’ handschrift. Je ziet bijna hoe hij zijn best doet, ’s avonds bij wat spaarzaam kaarslicht, met het puntje van zijn tong buiten de mond.

En zo kan je dan allerlei bijzonderheden ontdekken aan een tamelijk onbeduidend stukje papier. Tegenwoordig wordt dit soort rekeningetjes bijna altijd weggegooid bij het verwerken van archieven. Dat is voorschrift. Begin jaren zeventig is dat zelfs eens bijna gebeurd met de bijlagen bij de Groninger stadsrekeningen uit de 17e en 18e eeuw. Dat zulke notaatjes  bewaard zijn in het archief van waterschap ‘De Verbetering’, zoals dat berust bij het Noorderzijlvest, mag daarom een klein wonder heten en is een compliment aan de waterschapsarchivarissen waard.

Advertisements

2 reacties on “Wie het kleine niet acht, mist verhalen”

  1. Bob Poppen schreef:

    Prachtig Harry, wat een mooie vondst.
    Zo kreeg ik een maand geleden drie kwitanties uit 1829 aangeboden, gevonden tijdens restauratiewerkzaamheden in een huis te Bedum.
    Het betreft een verrekening van het maalloon over de maand juni 1829, afgegeven door de gemeente-ontvanger van Bedum. De ontvangers zijn de molenaars van Bedum, Onderdendam en Noordehoogebrug. De kwitanties zijn vodjes papier, maar toch…
    De drie kwitanties heb ik aangevuld met genealogische gegevens van de betreffende molenaars, alsmede met gegevens over de molens waarop zij werkzaam waren. Daarna heb ik het geheel overgedragen aan het RHC Groninger Archieven, waar ze welwillend in ontvangst zijn genomen en bij de reeds aanwezige documenten van de drie molens zijn gevoegd.

  2. Emigrant schreef:

    Ja, vreemd he, dat archieven zulke papiertjes weggooien. Zo ken ik ook een bibliotheek die het tot haar taken rekent, boeken weg te gooien. Ik kan daar heel bedroefd over worden.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s