Een spokend wijf bij de Hereweg

Op de plek waar nu het Van Mesdagasiel staat, bevond zich in de 18e eeuw de gerichtsplaats, waar af en toe ter dood veroordeelde misdadigers ten aanschouwe van een massaal toegestroomd publiek werden gerad­braakt of opgehangen. De lichamen van deze criminelen liet men ‘tot lering en exem­pel’ van datzelfde publiek aan de galg hangen of op het rad liggen, tot ze waren vergaan. Voorbijgangers zullen er wel eens een neus hebben dichtge­knepen.

Even verderop lag op de grens van het stads­gebied de Hel­perlinie, een aarden verde­digings­wal met een gracht (nu: het Helper­diep­je). Waar Hereweg en Helperlinie elkaar kruisten kon men de buiten­wacht aantref­fen. Soldaten van het Groninger garnizoen hielden daar het in- en uitga­ande verkeer zo’n beetje in de gaten, als ze niet al te dronken waren.

Die tijd heette niet voor niets De Kleine IJstijd, ’s winters kon het nog gemeen koud zijn. Dat was eind november 1734 ook weer het geval. Toen in die vorstperiode op een avond het rantsoen turf in de buitenwacht was opgestookt, besloten de totaal verkleumde soldaten een rad van de gerichtsplaats te halen. Ze namen niet eens de moeite het hoofd van de terecht­gestelde vrouw eraf te nemen en smeten het hele geval zo op hun zieltogende vuurtje.

Uiteraard werden de autoriteiten dit gewaar. De eerste die op onderzoek uitging was een majoor van de krijgs­raad. Helaas zijn ’s mans papieren niet be­waard gebleven; we weten dus niet wat hij te horen kreeg. Maar ook de stadsfiscaal (aanklager) wilde er vanwege de geruchten die in de stad rondgingen het zijne van weten. De beide verslagen van de verhoren die hij afnam, kan men nu nog steeds raadplegen op het archief.

De haren rijzen je te berge! De getuigen, die de namen van de betrokken soldaten niet wilden noemen, gaven als bijzonderheden dat het hoofd van Trijne – want zo heette de geëxecuteerde vrouw – tot twee maal toe van het vuur was afgespron­gen en dat het, nadat het er ten derden male op was gelegd, finaal uit elkaar was ge­klapt.

Geen wonder dat het was het gaan spoken, daar aan de Here­weg. Een soldaat die in de buiten­wacht een uiltje knapte had zich een tijdlang absoluut niet meer kunnen verroe­ren: hij was ‘zonder handen vast­gehouden’. En een andere soldaat had een zwart ding door de schoorsteen zien vallen, een ding dat de gedaante aannam van een hond. Mis­schien was het wel een Drentse weer­wolf, je wist maar nooit waar die op kwamen duiken, bij winternacht.

—-

Ingekort en herzien verhaal uit De Oosterpoorter (ca. 1993). De tekening is van Thomas Rowlandson en vond ik in de collectie van het British Museum.


11 reacties on “Een spokend wijf bij de Hereweg”

  1. Aragog schreef:

    Mooi verhaal, zo tegen Halloween 😉

  2. Frans schreef:

    Het moeten echt barre tijden zijn geweest dat die arme soldaten zich zelf moesten vernikkelen.

  3. Jan de Jong schreef:

    Prachtbeeld van een stukje historie.

  4. Moniek schreef:

    Je reinste Shakespeare om de hoek.
    Dank voor dit verhaal!

  5. Wim schreef:

    Een welgekozen plaats voor het Mesdagasiel. Voortgang in de menselijke beschaving, zou je bijna zeggen.

  6. boomkruiper schreef:

    Ter hoogte van het Sterrebos zeker. Brrrrr moet er niet aan denken 🙂

  7. De grize giet my hjir oer de grauwe … 🙂


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.