‘De karnemelk doet hun veel nadeel’

2013-03-03 118

“Naar de mening van paardensporters heeft het Friese stamboekpaard te weinig uithoudingsvermogen”, zegt vandaag de dag een fokker van Arabo-Friezen.

In ruim twee eeuwen is er weinig veranderd. Zo kwalificeert een Verhandeling over inlandsche paarden uit 1795 de Friese paarden aldus:

“Friesland levert groote paarden, die week van aart zyn, hoewel op ’t oog vol vuur. De karnemelk, die men hun geeft by wyze van voedsel, doet hun veel nadeel. Het is waar: zy worden er dik van, maar wanneer zy naa andere landen gebragt worden, weigeren zy onderweg het beste voeder, en vermageren. Daarenboven hebben zy zeer veel tyd noodig, eer dat zy van dienst worden. De ondervinding heeft alle kenners, die by het.leger in de Vlaamsche en Brabandsche oorlogen geweest zyn, overtuigd, dat dit ras van paarden in ’t geheel niet sterk is. De Hollandsche ruitery die, tot haar ongeluk, zulke paarden had, heeft het klaarblykelyk ondervonden: zy zyn magteloos en vervallen door vermoeidheid, slegt weer en vermindering van voer. Als het leger optrok, had men niet van nooden te vraagen waarheen het verreisd was, men had slechts de nog leevende paarden, die niet meer voort konden, en de lyken van dat ras te volgen om te komen waar men wezen wilde. Niettemin vind men in Friesland schoone koetspaarden, maar zy hebben tyd noodig om zig van dat slappe vleesch, dat zy door de karnemelk bekomen, te ontdoen, en een vaster vleesch weer te krygen.”

Overigens hoeft Stad & Lande zich in hippisch opzicht nergens op voor te laten staan:

“Het Land van Groningen geeft vry mooye paarden, maar uit hunne luchtstreek gebragt zynde, word er ook tyd vereischt, om ze aan eene nieuwe te gewennen. De Friesen gaan er veulens koopen, die zy ook met karnemelk mesten en dat de gevolgen daarvan dezelfde zyn is zoo waar dat ik, in vroeger tyd, eene menigte paarden zoo uit Friesland als uit Groningen gezien heb, die de Heer Groeneveld in Frankryk geleverd had voor de ruitery en andere gebruiken, waarover men niet opgehouden heeft zig te beklaagen.”

Advertenties

6 reacties on “‘De karnemelk doet hun veel nadeel’”

  1. Irene schreef:

    Het Friese paard stond ook toen ik opgroeide nog steeds bekend als enigszins week. Dat dat te wijten was aan het opfokken met karnemelk had ik nog nooit gehoord.

  2. Emigrant schreef:

    Wel fijn voor die paarden zelf, dan hoefden ze niet in dienst.

  3. Martin Hillenga schreef:

    Het bekendste Groninger lied gaat niet voor niets over een dood paard…

  4. Het bestaan van paardenrassen is het gevolg van gericht fokken. De Friese, Oost-Friese, Oldenburgse, Hannoverse en Holsteinse paarden kwamen allemaal uit de kleistreek. Een soort allround paard dat zowel voor de ploeg als voor het berijden geschikt was. Lange tijd erg populair ook voor militaire doeleinden. Met name de laatste graaf van Oldenburg, Anton Günther (ov. 1667) wist zijn landje neutraal te houden in de Dertigjarige Oorlog, mede door de opbrengsten van de paardenhandel en het weggeven van mooie paarden als diplomatiek geschenk.

    De Groningse paarden, die erg leken op de Friese, bleken in de negentiende eeuw te licht voor de grotere trekkracht die in de landbouw was vereist. Daarom werden Oost-Friese en Oldenburgse hengsten ingevoerd. Het zwaardere paardentype dat daaruit aan het eind van de negentiende eeuw ontstond, staat nu bekend als het Groninger warmbloedpaard. Mijn opa was dat nog niet zwaar genoeg, die specialiseerde zich op paarden met een groter aandeel Oldenburgs bloed.

    Het Groningse type is bijna uitgestorven in de jaren na 1970, want het paste niet meer bij de nieuwe vereisten voor de ruitersport, zodat de machtige fokkers die het stamboek bestierden, geen toestemming meer gaven om dekhengsten van het Groningse type te gebruiken. Op een na werden de laatste hengsten verwerkt tot rookvlees, zodat nu een echt inteeltras is ontstaan.

    Daar staat tegenover dat we helemaal geen werkpaarden meer kennen en dat beelden van hardwerkende, zwetende paarden met schuim rond de mond ons tegenwoordig als een vorm van dierenbeulerij zouden overkomen. Er schijnen in Nederland nu bijna evenveel paarden te zijn als in de jaren dertig van de vorige eeuw, alleen van een heel ander slag en type.

    De donkere kleuren van deze paarden zijn overigens het gevolg van negentiende eeuwse modetrends. Graaf Anton Günther liet zich nog portretteren op een kakelbonte hengst.

  5. reina schreef:

    Ben het met emigrant eens, ik dacht ook: mooi, voortaan van het leger vrijgesteld. Overigens gaf een caféhouder op Vierverlaten zijn hard gewerkt hebbende paarden ook een soort toverdrankje, ik meen geklutst ei, om weer op krachten te komen.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s