Hommelstommel en nachtmerrie

Anders dan ik meende, bleek de hommelstommel wel degelijk inheems in Groningerland. Ook de radicaal-verlichte Marten Douwes Teenstra schreef namelijk over dit paardmens als incarnatie van de duivel, al kwam die volgens hem qua uiterlijk niet met een omgekeerde, maar met een normale centaur overeen:

“Dit groote Phinxachtig gewrocht der verbeelding noemt men in het Oldambt, alwaar het ook spookt, hommelstommel en in het Westerkwartier hompelstompel. Men ziet dit wangewrogt hier en daar ook als een paard zonder kop, zoals er onder andere nog een bij Oldersum loopt, gaande steeds van het zuiden naar het noorden.”

Overigens jammer dat Teenstra zich in zijn boek niet beperkte tot Groningerland, de Marne, of nog beter: zijn woonplaats Ulrum. Hij heeft er van alles en nog wat uit de wijde wereld bijgesleept, en zo werd dat boek een omgevallen kaartenbak. Bovendien was Teenstra een ongedisciplineerd schrijver, die veel te veel zijpaden bewandelde. Zijn vooropgezette meningen over bijgeloof en cocksianen stonden een fundamenteler begrip in de weg.  Toch zitten er prachtige krenten in de pap, en de gedeelten over Ulrum e.o. zouden samen met allerlei bronnenmateriaal over de Afscheiding een mooie historisch-antropologische studie van dit stuk Groningerland in het decennium 1830-1840 op kunnen leveren.

Om terug te komen op de hommelstommel, een collega van dit plaagbeest was de nachtmerrie. Want onder nachtmerrie werd niet alleen de angstdroom verstaan, maar ook een paard-, aap-, of mensachtig wezen dat je op onheuse wijze in je slaap bezocht. Tegen de menselijke variant bestond echter een weermiddel, aldus Teenstra:

“Om te ontdekken of iemand al of geen Nachtmerrie was, namen de waarzeggers met zekere meelspijzen, vooral pannekoeken, de proef, welke proefneming alphimantie genoemd wordt. Een Jan in den zak (ketelkoek of meelpuil) konde in het bijzijn van een nachtmerrie van binnen niet gaar worden, dit was ook het geval met tulband en pofferd. En waar pan, trom, zak noch pot alsdan niet wilden laden – dat is dat het gebak niet in deszelfs geheel wilde loslaten – moest ongetwijfeld eene nachtmerrie in huis zijn.”

De opsomming van meelspijzen doet mij sterk denken aan de namen van de drie herbergen bij het Hoendiep op de grens van Hoogkerk en het Vredewold. Mogelijk speelde hier ook een nachtmerie parten, toen dominee Potter er iets kwam nuttigen.

Bron: Marten Douwes Teenstra, Volksverhalen en legenden van vroegere en latere dagen  (Groningen 1840) met name de pagina’s  26, 27 en 80-82.


One Comment on “Hommelstommel en nachtmerrie”

  1. Martin Hillenga schreef:

    Mooi dat je Westendorp toch wat krediet geeft; inmiddels had ik ook al naar Teenstra gegrepen. Oppassen is het pas echt voor de Aufhocker (‘Huckup’) – daar is geen ontkomen aan.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.