Leonidas, graaf van Sparta, een ‘Grieks fondsenwerver’ in de Nederlanden

david-leonidas-at-thermopylae1

Hij noemde zich Joanni Nicolai Leonidas, graaf van Sparta en hij verscheen in het najaar van 1825 te Groningen. Naar eigen zeggen had hij als officier te Morea, dus op de Peloponnesos, gevochten voor de zaak van de Grieken, “zijne landgenoten”.

Op dat moment voerden de Grieken al vier jaar lang hun vrijheidsoorlog tegen de Turkse overheerser.  Het zag er slecht voor ze uit en er gingen geruchten dat de Turken alle overlevende Grieken zouden deporteren naar Ethiopië, waarbij ze dan de Ethiopiërs in Griekenland zouden vestigen. Maar de kansen zouden keren. Europa koos massaal partij voor de Grieken, die opeens als christelijke broeders werden herkend, en begon ze geld, wapens en vrijwilligers toe te sturen.

Leonidas, graaf van Sparta, zei in Groningen geld in te zamelen voor Griekenland. Hij wilde naar de Peloponnesos terugkeren, was al naar een haven aan de Middellandse Zee geweest, maar kon daar de reis nog niet ondernemen. Inderdaad beschikte hij over een pas, in Neurenberg afgegeven voor een reis naar Marseille. Volgens die pas was hij geboren in Pera, bij de Bosporus. Naast dit reisdocument en andere “schijnbaar echte papieren” toonde hij “werkelijke aanbeveelingen van achtingswaardige mannen in Duitschland”.

Dat zit wel snor, dacht een “aanzienlijk getal van geleerde en achtingswaardige mannen te Groningen” en zij gaven Leonidas onbekrompen steun “voor de zaak der Grieken”. Toen Leonidas naar het zuiden wilde vertrekken, gaven de Groningers hem zelfs een certificaat mee, een door hen ondertekende “algemeene aanbeveling (…), dienende, om het medelijden der weldenkende Nederlanders op te wekken”.

Nauwelijks had Leonidas met dit stuk zijn hielen gelicht, “of men werd uit ingewonnene berigten gewaar, dat men om den tuin geleid was”. Op het logeeradres van de “avonturier” trof men een door hem achtergelaten briefje aan, waarin men “de bekentenis van zijn bedrog” las.

Een van de bedrogenen was het invloedrijke statenlid Jan Remees Modderman, die in 1813 als onderprefect van Oost-Groningen persoonlijk de Russsiche kozakken had binnengehaald, en die in 1823 de genius was achter een boerenpetitie tegen onbeperkte graaninvoer. Deze strijder voor de belangen van de boerenstand stuurde op 29 oktober een uitgebreide bekendmaking naar de Opregte Haarlemsche Courant, indertijd nog de grootste krant van Nederland, die Moddermans tekst op 3, 5 en 8 november plaatste.

Modderman wilde met zijn bekendmaking “het Nederlandsch publiek” waarschuwen tegen Leonidas, wiens signalement hij niet gaf, maar wiens papieren hij wèl beschreef:

“Deze waarschuwing moge dienen, om voortekomen, dat niet meerdere goedhartige menschen worden misleid, en, zoo mogelijk, het certificaat, beginnende met de woorden: alle weldenkende Nederlanders, in deze maand aan LEONIDAS afgegeven, en door den ondergeteekende eigenhandig geschreven, worden ingetrokken en aan den ondergeteekenden teruggezonden; waarmede men hem en zijne medeteekenaren ten hoogste zal verpligten.”

Gesteld dat Leonidas een oplichter was, zoals Modderman wilde, dan had diens fancy naam toch argwaan kunnen en mischien wel moeten opwekken. Leonidas noemde zich immers naar de koning van Sparta die de held van Thermopylae was, zo’n beetje hèt icoon van de strijdende Grieken. De schilder David had een beroemd schilderij van Leonidas bij Thermopylae gemaakt, bovendien figureerde de Griekse held in populair drama, en leende hij ook nogal eens zijn naam aan schepen. De naam lag dus nogal voor de hand. Dat de ‘Groningse’ Leonidas desondanks heren als Modderman, die niet helemaal achterlijk waren, wist te bedotten, pleit dan ook voor diens overtuigingskracht of toneeltalent.

Modderman besloot zijn advertentie met de mededeling dat Leonidas volgens berichten het laatst gezien was in Zwolle, op 27 oktober. Op de dag dat hij zijn waarschuwing schreef, 29 oktober, was Leonidas echter ’s nachts  al gearresteerd, en wel in IJsselmuiden door de politiecommissaris van Kampen, dit op verdenking van daar “gepleegde opligtingen”. De procureur-generaal bij het Hooggerechtshof in Den Haag bepaalde dat Leonidas in Groningen terecht zou moeten staan, en naar die stad werd hij in december overgebracht.

Op 1 mei 1826 verklaarde de Groninger Rechtbank van Eerste Aanleg “Joanni Nicolai Leonidas, zich noemende Graaf van Sparta, en volgens zijn verklaring 28 jaren oud, geboren te Pera, laatst woonachtig in Horea, officier bij een Grieksch corps” schuldig aan:

“valschelijk te hebben vervaardigd en nagemaakt een acte op naam van een minister van het Grieksche Gouvernement, strekkende om de welwillendheid op te wekken, zoo voor hem als voor de Grieksche natie en dezelve onderstand te verschaffen, alsmede zich van die acte te hebben bediend…”

De rechtbank veroordeelde Leonidas tot een half jaar gevangenisstraf, plus 50 gulden boete en de proceskosten, begroot op 90 gulden. Helaas is hier geen procesdossier bewaard gebleven, maar het vonnis – en dat was voor deze tijd vrij uitzonderlijk – kwam ook terecht in de Groninger en Haagse couranten:

“De beruchte Joanni Nikolai Leonidas, zich noemende graaf van Sparta, en voorwendende afgezonden te zijn door den Griekschen senaat, om ten behoeve van de zaak des vaderlands in Europa inzameling van bijdragen te doen, is heden bij vonnis van de regtbank van eersten aanleg hier ter stede, in zake correctioneel, veroordeeld tot eene gevangenis van zes maanden en eene boete van vijftig gulden.”

Leonidas ging echter in hoger beroep, een appèl dat op 3 juli 1826 voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leeuwarden diende. De stukken daar heb ik nog niet kunnen bekijken, maar afgaande op een wat later tijdschriftartikel drongen zijn slachtoffers, “de persoonen zelve die hij bestolen had” er op zijn vrijlating aan,

“althans zij waren huiverachtig in het geven der vereischte verklaring. Zij wilden den bedrieger niet ongelukkiger maken dan hij reeds was, en veroorzaakten daardoor dat hij op vrije voeten kwam, en welligt tot inkeer geraakte.”

Door dat intrekken van de eerdere getuigenverklaringen, oordeelde de Leeuwarder rechtbank dat artikel 161 van het Wetboek van Strafrecht, de onderlegger van het Groninger vonnis, niet van toepassing was. Leonidas kon dus niet schuldig worden verklaard aan het daarin genoemde “wanbedrijf” van oplichting met vervalste overheidspapieren en moest dientengevolge worden losgelaten.

Dezelfde maand dook hij op in Rotterdam. Tenminste, dat laat zich afleiden uit de advertentie die hij de 18e in de Rotterdamsche Courant  plaatste:

“De ondergetekende werd in het jaar 1823 van den Griekschen Senaat naar Europa gezonden, om er ondersteuning voor de ongelukkige natie intezamelen, doch werd in Kampen gearresteerd en na een onderzoek van negen maanden op den 3 Julij door de Regtbank van Leeuwarden in appel onschuldig verklaard en vrij gesproken.

JOANNI NiCOLAI LEONIDAS, Graaf van Sparta

De man ging dus door met zijn fondsenwerving. Intussen was er in Noord-Nederland echter een brede, officiële collecte voor de Grieken geweest, die in Groningerland via de predikanten verliep. Dat nam particulieren als Leonidas hier de wind uit de zeilen, en waarschijnlijk zocht hij daarom zijn toevlucht in het zuidelijke deel van het Koninkrijk, het huidige België. Dat zijn vrijspraak in Leeuwarden daar weer leidde tot geloofwaardigheid bij gulle gevers, kan je opmaken uit enkele nummers van De Argus, een soort van opinieblad dat in onze toenmalige hoofdstad Brussel verscheen. Het Argus-nummer van 4 oktober 1826 duidt Leonidas aan met een verfranste naam – Jean-Nicolas Léonidas – en verwijst denkelijk naar de Rotterdamse advertentie waar het schrijft:

“In een der dagbladen zijn er, betrekkelijk dezen gelukzoeker, eenige daadzaken opgegegeven, waaruit men scheen te moeten opmaken, dat hij een Griek van geboorte en van eerbaar gedrag was, willende al verder daarmede te kennen geven, dat deze Helleen, die men in Holland had gevangen gezet, een geheel ander onthaal zou verdiend hebben.“

De Argus had echter inlichtingen ingewonnen,

“waaruit het zeker blijkt, dat Jean-Nicolas Leonidas geen Griek, maar een Duitscher is. In 1824 moet hij zich te Harderwijk voor de militaire dienst in Indië hebben laten aannemen. Zijn gedrag was nogtans zoo schandelijk, dat men hem moest afzonderen en opsluiten, en wel zoo lang, tot dat men de gelegenheid vond om hem, wegens infirmiteiten, te doen ontslaan.”

Je zou toch zeggen dat zo’n ontslagen soldaat zich niet zo gauw toegang zou kunnen verschaffen tot de hogere kringen, maar het blijkt dat hij zelfs bijna nog de Koning te spreken kreeg:

“Hij heeft (…) de onbeschaamdheid gehad, op het Loo te komen en zich ter audiëntie aan te melden; dan hij werd door zijn gewezen overste toevallig herkend en drong er toen niet verder op aan den Koning te spreken. – Later leefde hij van afzetterij en bedrog…”

De Argus memoreert dan de arrestatie in Kampen, en meent abusievelijk dat Leonidas al voordat het tot een proces kwam nog in Kampen vrijgelaten werd, dankzij de “overmaat  van goedheid” bij zijn meelijdige slachtoffers.

“Het blijkt alzoo dat hij geenszins op eene onredelijke gestrenge wijze, maar veeleer met alle mogelijke toegevendheid is behandeld geworden.”

In een vervolg-artikel in de editie die op 25 oktober 1826 uitkwam, zet ‘t blad de puntjes wat meer op de i en doet het alsnog de juridische procedure uit de doeken waaraan de “pseudo Griek” onderworpen was. Het commentaar:.

“Men was voorzeker te zeer overtuigd van den bedriegelijken handel des gewaanden graafs van Sparta, dan dat hij toegevendheid of bescherming verdiende. Wanneer men slechts een oog slaat op het aanzienlijk getal van geleerde en achtingswaardige mannen, te Groningen en elders die uit waren deelneming voor de zaak der Grieken, van zijnen aanslag de dupe werden, en wijders zijnen handel en wandel, die beneden den waarde van een fatsoenlijk man was, in acht neemt, dan is het te bejammeren dat men zoodanige overtreders straffeloos hunnen weg moet laten gaan.”

In Brussel bleef Leonidas ook niet lang meer. Het laatste bericht dat ik over hem vond, stond in de Overijsselsche Courant van 20 november 1827:

“Groningen, den 15 November. In het begin dezer maand is te Leipzig een bedrieger gearresteerd, die zich voor een graaf Leonidas, uit Griekenland, uitgaf en de inwoners geld aftroggelde. Denkelijk is deze dezelfde Leonidas, die alhier dergelijke rol gespeeld heeft.”

In dat jaar, 1827, wonnen de Grieken de facto hun vrijheidsstrijd, mede dankzij een zeeheld uit Zuidlaren, die ze liefkozend bébé (vader) noemden. Ze hadden de steun van de Europsese grootmachten Frankrijk, Engeland en Rusland. Voorlopig hoefden er geen collectes meer voor de Grieken gehouden te worden en daarom kon een charity wrecker maar beter een andere naam kiezen, dan een Griekse. Vandaar dus ook, dat Leonidas oploste in de nevelen van de tijd.

Advertenties

2 reacties on “Leonidas, graaf van Sparta, een ‘Grieks fondsenwerver’ in de Nederlanden”

  1. aargh schreef:

    Het etiket psychopaat hadden ze toen nog niet maar het zou me niet verbazen als het van toepassing was op ‘Leonidas’, als ik het verhaal zo lees. Opmerkelijk heerschap in elk geval. Hij heeft vast wel weer wat nieuws bedacht.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s