Terugkeer van Napoleon gaf repercussies in Kloosterburen

De ontscheping van Napoleon 1 maart 1815 bij Antibes

 “Parijs den 7 Maart. Gisteren in den morgen liepen er allerhande geruchten van een ongunstigen aard, die op de beurs weldra geconfirmeerd werden. Men vernam alstoen dat Napoleon Buonaparte met 1200 man en 4 stukken geschut bij Cannes, tusschen Fréjus en St. Tropez ontscheept was en zich van verscheide plaatsen in het département du Var had meester gemaakt. Deze tijding maakte dadelijk eene zeer groote sensatie en baarde veel ongerustheid, terwijl de renten terstond 3½ per cent vielen en de bank-actiën van I200 op 1165 kwamen.”

Aldus de Opregte Haarlemsche  Courant van 14 maart 1815, twee weken na de landing  van Napoleon,  die met een soort van vreedelingenlegioen van zijn ballingsoord Elba ontsnapt was.  Aanvankelijk werd het gevaar in de meest gelezen krant van Noord-Nederland gebagatelliseerd: het viel allemaal wel mee, er heerste geen grote ongerustheid. Op 18 maart echter, berichtte de Haarlemmer al dat Frankrijk in rep en roer was, met muitende garnizoenen en zich overgevende steden. In het machtscentrum Parijs heerste grote neerslachtigheid. Wie wat te verliezen had, begon er zijn boeltje te pakken.

Het bericht over Napoleons landing  haalde op 17 maart de Groninger Courant, die sprak over een “heilloos plan van de wereldberoerder”. Op 21 maart meldde dezelfde krant, dat de vestingen in het zuiden van Nederland (het latere België) in paraatheid waren gebracht.  Zo kwam het nieuws dichterbij, want ook Groningen was een garnizoensstad en vanouds gingen er tussen deze vesting en de zuidelijke nogal wat troepen heen en weer.

Op 20 maart zat Napoleon al in Parijs, nieuws dat de 28e in de Groninger Courant  stond. Het gevaar nam nu werkelijk schrikbarende vormen aan. En dat lokale autoriteiten toch ook wel een tikje nerveus begonnen te raken,  blijkt uit een brief die de schout (burgemeester) van het overwegend katholieke Kloosterburen een dag later, op 29 maart, stuurde aan de officier van justitie bij de Rechtbank van Eerste Aanleg in Appingedam.  Bij de schout waren klachten ingekomen over “ruststoorend gedrag” in een plaatselijke herberg, en hij voelde zich verplicht die door te geven aan de officier,

 “doordien de rust en veiligheid in deze tegenwoordigheid van zaken oplettend dient te worden gehandhaaft”.

De schout had alvast inlichtingen ingewonnen en daarbij bevonden dat ene Lucas Derks Kok “den ergsten in het geval is geweest”. Alles was gebeurd zonder medeweten van de kastelein, dus die moest er niet op aangekeken worden.

De inlichtingen van de schout waren vervat in een verklaring door de dagloner of boerenarbeider Kornelis Eppes Werkhof (21) uit Hornhuizen, Rentjen (ook wel Reint) Harms Vos (20), een boerenknecht uit Kloosterburen, de boerenzoon Pieter Sjabbes Damhof (19) uit Kloosterburen en de boerenzoon Jan Rijkes (of Riekes) Beukema (20) uit Hornhuizen. Op 21 maart, dus een week voordat de schout de klachten doorstuurde, was dit viertal jongens ’s om een uur of half tien bij kastelein Egbertus Zonder in Kloosterburen geweest, en daar hadden ze gehoord hoe “enige personen”, namelijk Lucas Derks Kok van de Grijssloot onder Leens, Harm Roberts Klaver uit Kloosterburen en Hindrik Harms Timmer uit Hornhuizen,

“zich ruststoorend hebben gedragen met te zingen van liederen ten gloria van Napoleon…”

Ook hadden Kok, Klaver en Timmer “Vivat de Empereur” geroepen en gedreigd:

“Napoleon koomt schielijk weder terug, en dan zullen wij die blixemse orangelieden opknopen en den prins die vagebond wel vinden.”

Op 9 april werd hoofdverdachte Lucas Derks Kok verhoord door de officier van justitie. Hij bleek boerenknecht in het kerspel Kloosterburen en niet in Leens, zoals zijn beschuldigers meenden. Hij woonde in bij Harm Weggens, een boerenarbeider, was 23 jaar oud en geboren op de Rodehaan onder Warfhuizen. Tegen de officier gaf Kok toe, dat hij de bewuste avond een uur had doorgebracht in de bewuste herberg. Hij kwam er met een andere boerenknecht en een kleermaker, maar hield niet hun gezelschap  en zocht dat van zijn mede-verdachten Klaver en Timmer op, al was hij met deze evenmin “in één gelag” geweest. Inderdaad waren er die avond patriotse èn oranjeliedjes gezongen. Wie dat allemaal nog meer deden? Och,

 “Er waren zoveel, dat ik ze niet kan opnoemen.”

Wie de patriotse liederen zong, wist Kok niet. Ook ontkende hij zich te hebben uitgelaten over de terugkerende Napoleon en het opknopen van oranjelui en de prins als vagebond. Wie deze uitlatingen dan wel deed? Dat wist hij niet, hij had ze niet eens gehoord.

Kok wist dus van de prins geen kwaad. Op 20 april nam de vrederechter van Winsum daarom nadere verklaringen op van Werkhof, Vos, Damhof en Beukema, waarin wat dieper werd ingegaan op het voorval in de kroeg te Kloosterburen. Intussen was er een maand voorbij gegaan, en de jongens waren niet helemaal  eenstemmig meer qua chronologie en incriminerende feiten, maar wat ze bij de vrederechter vertelden kwam hierop neer:

Kleine jongens, die in het voetspoor van de oudere jongens naar de herberg van Egbertus Zonder kwamen, waren begonnen met het zingen van Franse liederen en het roepen van “Vivat Napoleon” en “Vivat l’Empereur”. De oudere jongens, met name Kok en zijn maten Timmer en Klaver, vielen hierbij  in. Toen die even ophielden,  raakten ze in een twistgesprek met Werkhof over de toestand in de wereld.

Timmer:De Franschen zijn alweer een stuk weer hier”.

Klaver:Ik wilde dat zij hier maar weder waren”.

Werkhof:Het is tog nog Oranje boven”.

Volgens Werkhof, blijkbaar een orangist,  liep Kok vooruit op de komst van de Fransen. Kok zou hebben gezegd:

 “Dan zullen wij de Oranjelui wel vinden en wel opknoopen en de Prins die vagebond wel vinden”.

Damhof viel Werkhof wat dit betreft bij, maar Vos herinnerde zich het anders. Volgens hem had Kok niet gedreigd maar voorspeld:

“Als de fransozen er weder waren zouden zij de Oranjelui noch opknoopen, en de Prins die vagebond wel vinden.”

In elk geval was alleen Kok verantwoordelijk voor een dergelijke uitlating, van diens maten hadden Werkhof c.s. zoiets niet gehoord, of konden ze dat niet met zekerheid verklaren. Toen Kok c.s. weer begonnen met het zingen van Franse liederen en het roepen van “Vivat de Keizer”, hadden Werkhof en zijn drie kameraden het raadzaam geacht om de herberg te verlaten,

“als vreezende [dat ze] gemaltraiteert zouden worden”.

Een week na het opnemen van deze nadere verklaringen, onderzocht de Winsumer vrederechter ook nog een rustverstoring op een boeldag in Leens, waarover hij bij geruchte had vernomen. De deurwaarder die de boeldag organiseerde, kon hem melden dat er  wel enige “historieën en rusiën” voorvielen, maar wist niet wie daarvoor verantwoordelijk waren geweest. Of Kok erbij was, kon hij evenmin zeggen, omdat hij die niet kende.

Op 1 mei stuurde de officier alle verklaringen naar de Rechtbank van Eerste Aanleg, met het verzoek om een  arrestatiebevel tegen Kok als ”voornaamste belhamel”,

“Daar nu zodanige faiten in een land van orde en goede justitie niet straffeloos kunnen worden geduld.”

Dat bevel kwam af op 18 mei. Vanaf die dag echter, bleef het proces vrij lang stilliggen. Intussen raakte ook Nederland in rep en roer, want – wat we ons vaak niet realiseren – Waterloo lag nog binnen onze grenzen. Pas nadat Napoleon hier zijn definitieve nederlaag leed (18 juni) en bekend werd dat men hem naar Sint Helena zou gaan verschepen (begin augustus), ging het proces tegen diens drie (vermeende) aanhangers te Kloosterburen verder.

Op 5 augustus werd Kok opnieuw verhoord. Hij wist niet waarom hij vastzat, noch dat hij überhaupt iets misdaan had.  Dat er in de Kloosterbuurster herberg Franse liederen waren gezongen, wist hij niet. Hij ontkende andermaal de gewraakte uitlatingen te hebben gedaan, of zelfs maar te hebben gehoord.

Ook de getuigen of beschuldigers moesten nog eens komen opdraven. Zij verklaarden op 22 augustus alles nog eens conform hun eerdere deposities, maar dan onder ede.  Alleen meldde Beukema dat zijn groep uitgedaagd was door Kok en diens metgezellen die zich volgens hem “onrustig” en “zeer slegt” gedroegen –

 ”als zeggende onder elkander dat zij wenschten dat wij maar eens buiten kwamen”.

Nieuw bij Damhof was, dat die nu een van de gewraakte liedjes noemde. Het ging om de Carmagnole,  een Frans revolutionair spotlied uit 1792 dat drie jaar later, bij de Bataafse revolutie, in Nederland veel rond vrijheidsbomen gezongen werd.  In 1799, toen Napoleon als eerste consul in Frankrijk de macht greep, was het door hem verboden. Een dergelijk lied getuigde vooral van een democratisch-patriotse gezindheid, die op gespannen voet lijkt te staan met een regelrechte Napoleon-verering.

Koks niet gedetineerde mede-verdachten Timmer en Klaver werden eind augustus pas voor het eerst verhoord. Beiden ontkenden het gezang, de leuzen en de uitlatingen en pleitten daarvan ook de andere twee vrij. Timmer, geconfronteerd met het feit dat er beëdigde verklaringen lagen:

 “Indien er zulke getuigen zijn die dit zeggen dan verklaren zij onwaarheid.”

Klaver had wel horen zingen, maar het specifieke repertoire was hem ontgaan:

 “Ik heb daarop geen aandacht gegeven omdat ik zelve niet zing.”

Ook  ontkende hij het uitdagen –

“Echter moet hij bekennen dat dien avond is geroepen Oranje Boven door Kornelis Eppes Werkhof, met bijvoeging van God verdoeme mij en slaande op de tafel zoo dat er een half oorts glas van de tafel viel en de overige glasen stonden te rummelen, dat ik wel begrepen heb dat dit tot spijt van mij geschiedde aangezien ik, als behoorende tot de patriottische partij aldaar bekend sta, en ik wegens ligchaams gebrek niet onder de Landstorm ben en te meer nog dewijl ik tot de Roomsche Gezindheid behoor en Kornelis Eppes Werkhof van de Gereformeerde gezindheid is, zoo dat uit dien hoofde er oneenigheid tusschen ons bestaat.”

Het zingen van oranjeliedjes kon helemaal niet voor een bekentenis doorgaan, want die mochten vrij gezongen worden. Het citaat maakt echter duidelijk dat er ook, en wellicht zelfs eerst, oranjeliedjes waren gezongen en oranjeleuzen waren geroepen door de gereformeerde en orangistische aanwezigen, wat in het katholieke en patriotse Kloosterburen als een provocatie kon worden opgevat. Mogelijk was dat ook de reden dat andere aanwezigen op patriots repertoire overgingen, waarbij we de napoleontische leuzen wellicht aan hun oververhitting mogen toeschrijven.

Op 5 oktober zat Kok nog steeds vast. De offcier van justitie overwoog die dag, dat er weliswaar geen “oproer of seditieuse beweging” was veroorzaakt, maar dat er wel degelijk sprake was geweest van een “ongehoorde belediging jegens Neerlands beminde souverein”. Ook beschuldigde de officier Kok c.s. van het “aankweken van oude partijschappen”, en een poging om “oproer te verwekken en daardoor burgeroorlog te ontsteken”.  Met die kanttekeningen gingen de stukken naar de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof in Den Haag, dat over het vervolg van de procedure zou moeten beslissen.

Bij de stukken zat ook een signalement van Kok. Voor wat het waard is:

“Groot 5 voet en 9,5 duim. Langwerpig van aangezigt, bleke couleur, rond voorhoofd, donker bruin hair en wenkbraauwen, blauwe ogen, langen neus, kleinen mond en ronde kin.”

Op 30 oktober besloot het Hooggerechtshof Kok en zijn twee metgezellen in officiële staat van beschuldiging te stellen en hun zaak toe te wijzen aan Hof van Assisen in Groningen. Misschien komt het voor de lezer als een anticlimax, maar die rechtbank verklaarde op 20 november 1815 alle drie de verdachten voor “niet schuldig” en stelde Kok op vrije voeten.

Een motivatie van de rechters ontbreekt helaas bij het vonnis, maar dat de vier getuigen niet helemaal consonant waren, en regelrecht werden tegengesproken door de drie beschuldigden, zou een reden kunnen zijn. Ook moeten de rechters hebben beseft, dat hier sprake was van een uit de hand gelopen kroegruzie, waarbij niet alleen politieke, maar ook religieuze tegenstellingen meespeelden. Bovendien zou er wel eens sprake geweest kunnen zijn van een orangistische provocatie.  Waar twee partijen elkaar ergerden, hadden twee partijen schuld. Een vrijspraak leek dan de verstandigste weg, gooide althans geen olie op het vuur. En zo eindigde dan dit zaakje, dat me verder ook niet bekend is uit historische literatuur.

Bronnen:

RHC Groninger Archieven,  toegang 141, archief Hof van Assisen Groningen en Drenthe te Groningen, inv.nrs. 6.19 (procesbundel L.D.Kok) en 2.2 en 4.1 (minuut zitting en arrest met de vrijspraak van 20 november 1815).


9 reacties on “Terugkeer van Napoleon gaf repercussies in Kloosterburen”

  1. > en dan zullen wij die blixemse orangelieden opknopen en den prins die vagebond wel vinden

    Dat klinkt mij nou sympathiek in de oren.

    Hoewel je met spottend internet-trollen tegenwoordig ook gevaar loopt door de geheime dienst te worden vervolgd, net als onder de vroegere Oranjes.

  2. Emigrant schreef:

    Die roeier vooraan draagt een hoge hoed! Zou hij die gestolen hebben, of was dit soort hoed ook bij niet zo voorname mensen in gebruik? Wat heeft de tekenaar bezield?

    • groninganus schreef:

      Ik denk dat de hoge hoeden op het plaatje vooral de burgerlijke status van de dragers aangeven. Dergelijke hoeden waren nog niet zo lang in de mode, op dat moment.

      • Emigrant schreef:

        Ah, dus de roeier was geen gewone roeier, maar een bourgeois, die zich inzette voor de goede zaak.

        • Martin Hillenga schreef:

          Dit soort hoeden werd vanaf het eind van de 18de eeuw gedragen door zowel Franse als Engelse mariniers (en ook wel door andere legeronderdelen). Gemaakt van beverhuid, later van stof. De associatie met bourgeois klopt: ze kwamen in de mode vanaf het begin van de 19de eeuw in verschillende typen/stijlen: ‘Wellington’, ‘Paris beau’, ‘d’Orsay’. Een en ander laat natuurlijk inzet voor de goede zaak onverlet

    • Frans van Woerkom schreef:

      Misschien was deze roeier door de week schoorsteenveger.

  3. Richard Paping schreef:

    De drie beschuldigenden waren inderdaad allen RK (net als de herbergier Sonder), de vier beschuldigers protestant


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.