‘De schrik van Muntendam’

Gister was het nog weer in Opsporing Verzocht: het gevalletje van de stalen buis op het spoor bij Lelystad, die zondagavond een gat sloeg in de bodem van de intercity naar Groningen.

Het deed me denken aan soortgelijk gevalletje dat zich in oktober 1895 voordeed bij Zuidbroek. Daar lagen toen zware ijzeren platen op de rails bij het station. De trein uit Nieuweschans stootte erop en daarbij vlogen de hulpmachinist de scherven ijzer om de oren. Net als bij Lelystad was het ijzer dat op de rails had gelegen totaal verwrongen. Het was een wonder dat de trein niet ontspoorde, aldus de kranten.

Weldra pakte de plaatselijke politie Anno Slor op. Noch hijzelf, noch zijn ouders wisten zijn leeftijd precies te noemen, maar hij was twaalf of dertien jaar oud. Zijn familie  had wel vaker de kranten gehaald, en niet in positieve zin.

Zo stond dit bericht in het Nieuwsblad van het Noorden van 30 oktober 1894:

“MUNTENDAM, 28 Oct. De familie Slor huist hier reeds sedert den vorigen winter aan den Ouden Weg in eene woning, een hok of keet, zooals zoodanige luidjes in dergelijke omstandigheden, zoo primitief mogelijk natuurlijk, plegen op te slaan. Niemand wil de „Slorren” huisvesting verleenen, niemand, dan Vrouwe Justitia, bij wie de leden van het gezin het telkens weer verkerven. De menschen zijn te lastige personages, dan dat men ze in zijne nabuurschap zou wenschen. Zooals ze dan nu echter aan den weg wonen, veroorzaken ze weder veel last en schade ook, aan de omringende landbouwers. Vandaar talrijke klachten. Maar schoon onze raad een paar maand geleden een oommissie benoemde om in overleg met het bestuur der diakonie eene woning op te sporen, tot nog toe is zulks niet gelukt.” 

In oktober 1895, ten tijde van het ijzer op het spoor, bleek de familie verhuisd naar even verderop, naar de Hondenlaan, op de grens tussen Zuidbroek en Muntendam. Onder koppen als  ‘Een verwilderd gezin’ deden diverse landelijke kranten – bijvoorbeeld het Algemeen Handelsblad en De Tijd – nu verslag van haar woonsituatie:

“Reeds geruimen tijd heeft een zekere familie Slor haar tenten opgeslagen in de nabijheid van Zuidbroek. Deze familie, reeds voor een paar jaren uit eene woning op straat gezet, heeft sedert dien tijd geen woning meer kunnen huren, waarom zjj ergens aan den weg eene keet bouwde en daar verbleef totdat op last van den burgemeester van Muntendam dit getimmerde werd afgebroken en de primitieve woning met have en goed werd vervoerd naar de zoogenamde Hondenlaan. Hier heeft de familie zoo ongeveer het geheele jaar gehuisd.

Midden in het veld, omringd door weelderig graan, achtte zij het niet ondienstig eenige knorrige viervoeters er op na te houden, die ruimschoots hun dagelijksche behoeften vonden. Eenige malen werd proces-verbaal opgemaakt tegen een of meer bewoners, die over met vruchten bezaaiden grond liepen, doch de meeste malen bleef eene aanklacht wegens eene zelfde of nog erger daad uit vrees achterwege.

Natuurlijk laat de opvoeding der kinderen alles te wenschen [over]. Een er van werd voor jaren geplaatst in een rijksopvoedingsgesticht en heeft binnenkort zijn tijd „om”, om zoo terug te keeren in den schoot zijner familie in de ouderlijke woning.”

Welke straf Anno Slor kreeg, viel uit de kranten niet op te maken. De zaak zal wegens zijn leeftijd achter gesloten deuren zijn behandeld. Vrijwel zeker heeft hij, net als zijn oudere broer, een tijd doorgebracht in een rijksopvoedingsgesticht.

Zoals gezegd haalden leden van de familie Slor nogal eens de krant. Ze gold wel als “de schik van Muntendam” (De Grondwet 8 juni 1897). Een uitputtende opsomming van alle berichten zou de lezer maar vervelen, denk ik, maar vermeldenswaard is nog dat de mannen de kost verdienden als scheepsjager. Dat bleek althans bij een steekpartij die zich in 1897 in Sappemeer-Oost voordeed tussen vier neven Slor, die ruzie hadden gekregen over een paard, dat daarbij ook deerlijk gestoken was.

De naam Slor, en dit tot besluit, heeft waarschijnlijk te maken met die scheepsjagerij. Slor komt namelijk van sleuren. Als zelfstandig naamwoord  staat slor voor versleten en gescheurd goed, een ouwe lap, vod of lor van linnen of katoen. Het bijvoeglijk naamwoord slordig is ervan afgeleid.

Vervolg

Advertentie

2 reacties on “‘De schrik van Muntendam’”

  1. gizteren schreef:

    Hanno Slor is op veertienjarige leeftijd overleden in het Rijks OpvoedingsGesticht (R.O.G.) te Avereest. Hij is er dus niet meer uit gekomen.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.