Een gevalletje syfilis in Groningen (1704)

“Als ik in het jaar 1704 nog te Groningen practiseerde, wierd ik ontbooden by een fraay burger man (ik zoude in dit geval niet liefst iemand noemen). Deeze hadde des nagts de burgerwagt mede waargenoomen ende beneevens zyne andere medeburgers eens hertig omgedronken van een zeeker zoort van zwaar bier, dat in die stad gebrouwen word ende men daar kluyn noemd. Tegens de morgen, als men naa huys gaan zoude, konden ze niet scheyden, zonder alvoorens daar een brandewyntje op gezet te hebben, het welk dan oorzaak was dat deeze man (dog wat teeder en de hertigste niet) beschonken raakte. Aldus tehuys koomende, vind zyn vrouw (die op die tyd al hoog zwanger was) te bed, gaat by haar en wil met haar de trouwgemeenschap genieten, maar deede vergeefsche poogingen, alzoo de natuur niet en volgde.”

Zo begint de beschrijving van een casus ‘Spaensche pokken’ (syfilis) door Henricus Buyzen in de derde druk (1735) van zijn Practyk der medicyne (p. 262-264). Voordat deze arts en predikant naar Haarlem verhuisde (ca. 1707), was hij zo’n vijf jaar werkzaam in Groningen geweest. Vandaar dat zijn boek ettelijke ziektegeschiedenissen uit die stad bevat. Buyzen, geboren  in Coevorden, studeerde en promoveerde aan de Groninger Academie bij hoogleraren als Bernoulli en Eyssonius. Voor een andere hoogleraar, De Moor, deed hij wel lijkopeningen.

Destijds was al wel duidelijk hoe syfilis zich verspreidde. Buyzen betwijfelde echter of dat alleen door besmetting van buitenaf gebeurde. Met het Groninger geval wilde hij aannemelijk maken, dat men syfilis niet alleen opliep door “vleeschelyke vermenging”, “het slaapen bij een pokkige, het kussen aan, het zuygen van en gebooren worden uyt een pokkige”, maar dat men deze ziekte ook kon krijgen door een interne oorzaak. Daarbij betoonde de Haarlemmer arts zich een warm aanhanger van de theorie dat lichaamssappen en de bijbehorende humeuren in evenwicht moesten zijn, of dat anders onherroepelijk ziekte zou volgen.

De gezeten burger wiens naam Buyzen ongenoemd liet om zijn reputatie niet te beschadigen en wiens karakter hij eerder teder dan vurig achtte, probeerde het na een dag of vijf, zes opnieuw bij zijn zwangere vrouw:

“…nam hy wederom de genoegten van het houwelyk, wel met beter genoegen, dog van een ongelukkige uytkomst, want gekoomen zynde, vond [ik] haar alle beyde aan een vuyle zaadloop vast, zynde de materie geel, groen en stinkende, verzeld met veel pyn ende snydingen in het watermaaken.”

Etterende geslachtsorganen, brandende pijn bij het urineren – symptomen van de sief:

“Inzonderheyd klaagde hier de vrouw over, wiens eene zyde der vrouwlykheyd ook al zeer gezwollen ende ontsteeken was, klaagende alle beyde niet te weeten wat haar scheelde.”

Dokter Buyzen die er pas na drie weken bijgeroepen was, schreef beide echtelieden een conditum voor, een middel dat hij ook lijders aan gonorrhea liet gebruiken. Omdat bij de vrouw voorzichtigheid geboden was, kreeg zij een lagere dosering, wat gecompenseerd werd met een zalfje. Volgens Buyzen genazen man en vrouw beide. Intussen wilde het er bij hem niet in dat er in dit geval een externe oorzaak was:

“Ik konde deeze geschiedenis van die lieden wel gelooven, overmids niet anders in haar geheele gedrag konde bemerken, als dat het vroome ende ook Godvreezende menschen waaren, waarvan ook alle die haar kenden geen andere getuygenis droegen.”

Maar als er geen besmetting van buitenaf was geweest, wat zou dan de oorzaak zijn geweest? Al redenerend kwam Buyzen tot de conclusie, dat de man, toen die in kennelijke staat zijn vrouw benaderde,

“…zyne natuur geweld aangedaan heeft, en dat in dit zyn bedryf, het zaad wel is bewoogen geworden, dog in zyne vaten en blaasjes ontroerd en in wanordere gebracht, waardoor, om dat het niet van hem afscheydede, is bedurven geworden, welke bedervinge zig in een tweede gemeenschap tot zyn vrouw heeft overgebracht.“

Met andere woorden: het ongestorte zaad van de eerste keer, was na vijf dagen bedorven en veroorzaakte de Spaanse pokken, waarmee de man bij de tweede gelegenheid zijn vrouw besmette.

Buyzen correspondeerde met meer ervaren vakbroeders over deze belangwekkende casus en zij schreven hem,

“dat op deeze wys diergelyke ongemakken wel meerder ontstaan”.

In het Groninger burgermanshuis zou er helemaal geen probleem zijn ontstaan, als de man meteen of anders de volgende dag, “nugteren zynde, zig zelven van deeze stoffe ontlast” had, oftewel gauw dat zaad kwijtgeraakt was. Het bezwaar tegen deze theorie,

“dat als dan het egte bed niet vry is van zulke ongemakken”,

wuifde Buyzen weg met het moralistische argument, dat ook het in dronken staat gemeenschap hebben “onbetaamelyk” is,

“want God heeft de voortteelinge tot een ander eynde, als om die beschonken of dronken zynde te pleegen, geschikt.”

Andere Groninger gevallen (en ook een Friese casus) in het boek van Buyzen:

  • p. 230: een verwaarloosd geval van kinderpokken, dat na dertig jaar het overlijdem van de patiënt ten gevolge had.
  • p. 239: een geval van jicht, dat bestreden werd met een afkooksel van “dikke, witte en veelvoetige may-wormen”. volgens Buyzen een middel dat artsen maar beter konden overlaten aan kwakzalvers en landlopers.
  • p. 264: een student die in Leeuwarden een druiper opliep.
  • p. 315: omzwervende soldatenvrouw met geperforeerde darm wil dat er na haar dood een lijkschouwing plaatsvindt.
  • p. 319: vrouw van trekschipper heeft sporen ontlasting in haar braaksel.
  • p. 325: boer van buiten de Ebbingepoort heeft zijwee met etterspuwing.
  • p. 321: een boerenjongen uit de Ommelanden lijdt aan dezelfde kwaal.
  • p. 336: weversvrouw uit de Visserstraat met waterzucht.
  • p. 338: peuter buiten de Herepoort met waterzucht.
  • p. 338: vrouw uit Eenrum met baarmoederverzakking (?).
  • p. 342: bloedspuwingg bij de oude vrouw Leentje Jans uit de Oosterstraat.
  • p. 344: Groninger heer met zaadloop sterft zeer Christelijke dood.
  • p. 361: Bij boerenruzie te Burum (?, in Friesland) loopt een van de vechtenden een hersenbloeding op en ligt maandenlang in coma.
Advertisements

5 reacties on “Een gevalletje syfilis in Groningen (1704)”

  1. Martin Hillenga schreef:

    Geen gevalletje van ziekelijke belangstelling, maar p. 344 vraagt om een toelichting…

  2. derdeprijs schreef:

    Het is Bernoulli, niet Bernouilli…

  3. anoniem schreef:

    Op de BBc gaf een Britse arts, blijkbaar had hij vooral ziektegevallen uit de 18e en 19e eeuw en hun verloop bestudeerd, aan, dat vooral sief een historie had van herhaling. Men kreeg het op de bekende wijze (lijkt me sterk, dat bekend in een tijd dat geadviseerd werd meisjes uit de hogere standen naar klasieke mameren mansbeelden te laten kijken, opdat zij niet zouden verschrikken, eh, die beelden zijn allen in – laten we zeggen – ruststand, die schrik zal dus toch wel gekomen zijn) en raakte het op het eerste gezicht ook weer kwijt, maar de sief bleef meestal sluimerend aanwezig, om later des te heviger de kop o te steken. Misschien een geevalletje van voor een van beiden al de tweede partner? Dood dat herhalen kon de arts ook het aantal gezond geboren kinderen en de daartussen gapende kinderloze (vroeggeboorten?) of zeer snel overleden kinderen verklaren, in deze perioden zou een of beide ouders besmet zijn en een “aangetast” kind ter wereld komen. Geeft toch weer een andere kijk op roddelpraat of genealogische studies. R.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s