Zelfs met een blok aan haar been bleek ze niet te houden

Verzoekschrift, dat de kerkeraad van Delfzijl op 28 oktober 1788 indiende bij het gerecht van die plaats:

“Geeft UEdel Mog. op ’t ootmoedigste en met diep respect te kennen de kerkenraad in de Fortresse Delfzijl, hoe dat de E. Cornelisjen Ludolphs, dogter van wijlen Ludolph Pieters en Lijsbet Harms echtelieden, gedoopt den 8 maij 1746, naa de dood van haar vader, met haar moeder eenige jaaren door onse diaconie is gealimenteert, zoo alderslegts haar gedragen heeft, dat sij bij ’t leven van haar moeder een onegt kind gebaart heeft, en na derselver beide dood een tweede onegt kind, ’t welke overleden zijnde, tegen alle vermaninge, bestraffinge en bedreiginge van ons angewent, in hoererie voortleeft. Nu voor eenige weeken, Edel Mog. Heeren, is zij weggelopen geweest en heeft haar linnen en wollen goed dat zij aan ’t lijf hadde, verkogt, zoodat zij bijna nakent wederom is gekomen, waarover zij geklopt is, een blok met een kettinge aan ’t been gesloten is, egter met al haar goed dat zij hadde, zondagh den 6 julius met ’t blok aan ’t been is wederom weggelopen, na Gronigen gereist, daar haar nigt, zoo men segt,van eenig goed vervreemt, en dus vresende voor kwaad te begaan, bloot te staan.

Tevens UEdel Mog. zeer gedienstig verzoekende UEdel Mogend gelieven te veroorzaken dat genoemde Cornelisjen Ludolphs gratis mogte in ’t Provincie Tugthuis mogte geplaatst worden ’t zij voor eenen zekeren tijd, of voor al hun leven, om met hun handen werk de kost te gewinnen.”

Curieus aan dit rekest is de E. voor Cornelisje, de eerste keer dat die voornaam valt. Zo eerzaam was Cornelisje immers niet in de ogen van de kerkeraad. Als ondersteunde van de diaconie kreeg ze tot twee maal toe een onecht kind en ondanks alle maatregelen bleef ze “in hoererie” voortleven. Meermalen liep ze weg, zelfs met een blok aan haar been, en verkocht dan de kleren die ze van de diaconie gekregen had, terwijl ze ook nog haar Groningse nicht zou hebben bestolen. De kerkeraad was bang dat het van kwaad tot erger zou komen en verzocht daarom haar opsluiting in het tuchthuis. Een beetje vreemd is de laatste regel van het citaat. Daarin gaat de kerkeraad of zijn advocaat over op een meervoud en lijkt er sprake van overname van een formule uit gerechtelijke vonnissen.

Of Cornelisje inderdaad naar het tuchthuis ging, is nog even de vraag. Gedeputeerde Staten, die als bestuurders van het tuchthuis dit rekest het eerst voor ogen kregen, verwezen de kerkeraad op 17 juli al naar het lokale gerecht, mogelijk ook om niet zelf voor de kosten op te hoeven draaien. Richter Helperi van Delfzijl vroeg op 29 oktober, een dag na de indiening van het rekest, aan Cornelisje om op de aantijgingen te reageren. Dat moest ze binnen acht dagen doen, maar in het civiel-rechtelijke prothocol zag ik geen vervolg. Mogelijk is er een vonnis in het strafrechtelijke prothocol, dat ik nog moet bekijken. Dat recidiverende ongehuwde moeders naar het tuchthuis werden gestuurd, was echter niet zo ongewoon, dat gebeurde wel vaker.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 733 (gerechten Fivelingo) inv.nr. 74.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.