Rattenkruid in het pannekoekenbeslag

Het boerderijtje heette de Oude Watermolen, omdat er eerder een grote watermolen op het heem had gestaan. Dit bevond zich aan de Katerhals, een watertje aan de zuidkant van het Hoendiep, maar nog wel onder het kerspel Noordhorn. Op de plaats woonden Albert Jacobs, zijn vrouw en de twee kinderen die zij uit haar vorige huwelijk had.

Dit hele gezin werd vergiftigd. Op zondagavond 26 juli 1778 aten man, vrouw en kinderen gezamenlijk pannekoeken, zoals ze dat ook op de vorige avond, op zaterdag 25 juli, hadden gedaan. Vrijwel direct na de maaltijd werden ze alle vier misselijk en voelden ze zich ellendig. ’s Nachts stierf eerst de dochter, en op maandagmiddag Albert Jacobs. Ook de hond ging dood – hij had eveneens een stuk pannekoek gegeten. Alberts vrouw en haar zoon waren toen nog voortdurend aan het overgeven en de buren die erbij geroepen waren lieten dokter Bolt van Grijpskerk komen. Hij constateerde dat het weer de goeie kant op ging met beide overlevende patiënten, maar ging ook op onderzoek uit.

In een restantje pannekoekenbeslag vond Bolt rattenkruid.  De vrouw des huizes verklaarde dat ze dat spul in geen drie jaar in huis had gehad. Zaterdagavond hadden zij, wijlen haar man, haar zoon en wijlen haar dochter nota bene van hetzelfde meel pannekoeken gegeten, en toen was er niemand ziek van geworden. Dat meel kwam van koopman Luitien van Weperen in Niezijl. Dokter Bolt liet navraag doen. Er bleken meer huishoudingen in de omgeving dat meel van Luitien te hebben gekocht, maar nergens werd er iemand ziek van.

In het huis van de slachtoffers waren tussen zaterdagavond en zondagavond alleen de broer van Albert Jacobs, Jan Jacobs, en diens tien- of elfjarige zoontje Jacob op bezoek geweest. Dat zoontje ging met het latere vrouwelijke slachtoffer erwten en peulen plukken in de hof – en zo was Jan Jacobs even alleen in huis geweest. Nadat grietman Fruytier op woensdag 29 juli de slachtoffers en enkele andere betrokkenen had gehoord en ook nog een lijkschouwing had laten verrichten door twee medici uit de stad, beschouwde hij deze Jan Jacobs als verdachte nummer één.

Maar Jan Jacobs woonde in Enumatil, onder het Vredewold, een andere jurisdictie.  En het was midden in de zomervakantie: de grietman  van Vredewold bleek noch in zijn rechtsgebied, noch in de stad te vinden. Daarom moest Fruytier noodgedwongen wachten met de arrestatie van Jan Jacobs tot 1 augustus, de dag dat diens broer begraven werd.

Bijna drie maanden later, op 29 oktober 1778, wees grietman Fruytier  vonnis tegen de gedetineerde Jan Jacobs, ca. 42 jaar oud, geboren te Midwolde (Wk.) en laatstelijk woonachtig te Enumatil.

Fruytier overwoog dat Jan Jacobs zich zeer verdacht had gemaakt. Het schoteltje rattengif dat dokter Bolt uit het pannekoekenbeslag had gehaald en bovenop een kast had gezet, verplaatste Jan Jacobs daar uit zicht achter een kerkbijbel. Hoewel dit door buren gezien was, ontkende Jan Jacobs dit gedaan te hebben. Eerst beweerde hij dat hij niet eens wist dat het schoteltje daar stond, vervolgens gaf hij die kennis toe maar niet het verplaatsen, en toen hij ook dat laatste in confrontatie met de buren moest bekennen, zei hij dat hij dat deed omdat het schoteltje anders maar voor het grijpen stond.

Bovendien had Jan Jacobs bij zijn arrestatie tegen de roderoede (veldwachter) Ype Boon en nog iemand gezegd, dat het gericht een broedermoord nooit zou kunnen bewijzen zonder zijn bekentenis. Ook dat gold als zeer verdacht.

Grietman Fruytier moest echter knarsetandend toegeven, dat er wel veel aanwijzingen voor de schuld van Jan Jacobs waren, maar dat die met elkaar nog geen doorslaggevend bewijs vormden. De verdenking bleef van dien aard dat Fruytier de verdachte niet als gezuiverd wilde ontslaan van rechtsvervolging. Daarom moest Jan Jacobs plechtig beloven zich ter beschikking te houden van het gericht.  Zodra hij een oproep kreeg om daar te verschijnen, moest hij komen. Zoniet dan zou dat als een bekentenis worden opgevat.

Op 5 november, na een toetsing van het vonnis door de Hoge Justitiekamer in de stad, kreeg Jan Jacobs het stuk voorgelezen in de gevangenis aldaar. Ik neem aan dat hij vervolgens onmiddellijk op vrije voeten is gesteld.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 6: notulen van rechtdagen in criminele zaken.


One Comment on “Rattenkruid in het pannekoekenbeslag”

  1. helletocht zegt:

    Spannend stukje. Mooi!


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s