Een polderjongen had ook zijn trots

DSC04676

Nog een hoogtepuntje uit de proto-Leekster Courant, jaargang 1939: het interview met de bijna honderdjarige Zevenhuister Girbe Buist, zoals dat in de editie van 4 november afgedrukt stond, en hier gereproduceerd is. Hij was in 1839 geboren, in 1864 getrouwd en stierf vlak na zijn honderdste verjaardag. Twee citaten:

“Ben je jong getrouwd , Buist?”
“Jao, dat gong nogaal. Maor cinten hadden we niet. Toen we trouwd wassen, kochten we ien ’t gemeentehuus elk twee borrels en toen hadden we nog 25 stuvers over. Een bed hadden we niet; wat stroo met een laoken er overhèn en ’n paor dekens, die warren ons geven. Maor wie hemm er altied lekker op slaopen en goed rust heur!”

Van zijn beroep was hij, zoals dat heette, “polderjongen” – een kanaal- en wijkgraver. Ook zo iemand kon met een zekere trots achterom kijken:

“Jao jong, alle zummers naar ’t kenaol hèn baggeln; die ’n rieksdaolder had, die had één. maor ’n ander leende één en daormet naor ’t kenaol. We kregen sums ien zeuven weken geen kleeren uut; maor het ging om ’t verdienst.
Dat waark heb ik twintig jaor daon; dat was mien vak: baggeln en wiekgraoven. “Joa jong, ’t was altmets zwaor waark. Mor wij hemm ons redt.”



Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.