Het ontslag van een snikkejongen

Fragment uit een prent van Isaac la Fargue van Nieuwland, Vaart met trekschuit (1763), Rijksmuseum.

Fragment uit een prent van Isaac la Fargue van Nieuwland, Vaart met trekschuit (1763), Rijksmuseum.

Op 13 februari 1782 liet Jan Luitjens zich aandienen bij het gericht van Oosterdeel-Langewold in Zuidhorn. Hij vertelde er hoe hij zijn zoon aan het werk hielp bij een schipper van een trekschuit:

“…hoe gepasseerde Maaii zijn zoon Luitjen Jans heeft verhuurt bij Hidde Berents om als snikke jonge te dienen op het veer van Noordhorn na Groningen en vice versa geduurende de tijd van Maii tot Maii voor de summa van 20 Gls. en het builgeld daar en boven”.

Met dat builgeld zal een deel van de fooien bedoeld zijn. Het vaste tractement van 20 gulden lijkt weinig, maar de zoon, in het vervolg ook wel “zoontje” genoemd, was nog jong en moest nog van alles leren. Bovendien bleef Luitje niet thuis wonen, maar kwam hij in de kost bij de snikkevaarder. Zij het niet voor lang, want op de zondag na Nieuwjaar , dus geruime tijd voor het aflopen van het arbeidscontract, zegde Hidde Berents dat op, met de mededeling aan Luitje “om voortaan niet weer te zullen rijden”.  Een reden voor het ontslag gaf Berents niet en ook kreeg Luitje zijn loon niet mee. Redenen voor diens vader om naderhand  bij Hidde Berends langs te gaan, die ook hem echter weigerde motief en loon te geven. Daarom stapte de vader naar de rechter.

Die belegde drie weken later inderdaad de door Luitjes verzochte hoorzitting met de voormalige werkgever van diens zoon. Nu gaf Hidde Berents wèl een reden voor de ontijdige ontbinding van het dienstverband, te weten: “dat de jongen was uitgebleeven op een dag als zij bij open weder na de stad hadden willen vaaren”. Met dat open weer wordt waarschijnlijk open water bedoeld – bij flinke vorst kon men immers niet varen vanwege het ijs en kennelijk was er net een vorstperiode geweest.

Na enige gepraat over en weer, bleken beide partijen “veerdig te zijn deeze zaak in der minne bij te leggen“. Bij deze schikking verklaarde Berents dat hij bereid was een rekening van 19 gulden en 5 stuivers ten laste van Jan Luitjes door te halen. Mogelijk betrof het geld dat de snikkevaarder voorschoot voor kleding en schoeisel, want daarvoor bleven ouders formeel nog jarenlang verantwoordelijk, ook al hadden ze hun kind bij een kost- en werkbaas uitbesteed. Maar het zou natuurlijk ook om vrachtlonen kunnen gaan, we weten het niet. Met het kwijten van dat bedrag betaalde Berents impliciet ook het loon van zijn voormalige snikkejongen. Bovendien gaf hij diens vader nog een douceurtje van een gulden en vijf stuivers “in de hand” en beloofde hij de proceskosten te betalen. In dat laatste zat waarschijnlijk zijn grootste pijn – zoiets beliep al gauw enige tientallen guldens. Berents was dus duidelijk de verliezer van het proces, al schoten Jan Luitjes en zijn zoon er als winnaars maar bitter weinig mee op.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 735 (Gerechten Westerkwartier) inv.nr. 3 (rechtdagenprothocol van de rechtstoel Oosterdeel-Langewold).


One Comment on “Het ontslag van een snikkejongen”

  1. Mooi verhaal, maar in feite zijn er alleen maar verliezers, want die jongen is toch maar zijn baantje kwijt.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.