Een volksgericht in Middelstum

Het eerste wat aan het vonnis opvalt: ze vierden Groningens Ontzet in Middelstum, eind achttiende eeuw. Nog mooier: het vonnis vertelt over een volksgericht en hoe Ommelanders dat destijds opvatten.

De slachtoffers van dat volksgericht waren een Helena Hindriks, woonachtig in de dorpskern van Middelstum,  en een Hindrik van de Burg, die bij de borg van Middelstum (Ewsum) in dienst was als hovenier. Dorps- en streekgenoten ergerden zich aan het “slegt gedrag” van Hindrik en Helena en vermoedden dat beiden er een “onbetamelijke  conversatie” op na hielden.  Men beraamde het plan om ze

“op de karre te krijgen en ter spot langs ’t loeg te krooden”.

Dat laatste woordje doet ten onrechte vermoeden dat het stel met een kruiwagen door het dorp gevoerd werd – uit het vervolg blijkt dat waarschijnlijk toch wel een grotere (mest-)kar is gebruikt.

De hoofdverdachte in dit drama was een Harm Willems, 31 of 32 jaar oud en geboren in Westeremden, maar eveneens wonend in Middelstum. Helaas staat zijn beroep niet in het vonnis, maar ik heb zo’n idee dat het een boerenarbeiders of boer was – in elk geval ging het om een sterke kerel. Hoewel het vonnis ook enkele namen van zijn kameraden noemt, kregen die geen crimineel proces aan de broek. Wellicht zijn die boetstraffelijk aangesproken.

Op zondag 28 augustus 1785,

“als wanneer er ter vieringe van Victorie wegens het verlaaten van Groningen in ’t loeg swarvers wierden opgestooken en afgesmeten” (voetzoekers HP),

vervoegde de hoofdverdachte zich ’s avonds voor het huis van Helena Hindriks bij zijn kameraden.  Ze klopten aan bij Helena met de smoes dat ze een pijp tabak wilden aansteken en “onder conditie dat haar geen kwaad wilden doen”, liet Helena ze binnen,

“met dien gevolge, dat onder het schermutzelen de lampe is uitgeraakt”.

Kennelijk was de hoofdverdachte, Harm Willems dus, toen ergens anders nodig want  hij begaf zich naar buiten, “onder de zamengerotte menigte der menschen”.  Sommigen wezen hem op de hovenier, die een eindje verder op een publiek toegankelijk paadje stond te praten met iemand.  Hoewel de hovenier  “voor een sterken weerbaaren man gereputeert wierde”, wist Willem de man te overmeesteren door hem

“onverhoeds van agteren aan te tasten, op de grond te smijten en zodanigh vast te houden dat dezelve hem niet reppen off roeren konde”.

Die houdgreep bleek echter precair en Willems riep naar jongens in de “ommestaande en vergaderde menigte” dat ze hem moesten helpen. Dat hadden ze hem toch beloofd, “als het ertoe kwam”? Hij moest ze herhaaldelijk aan die belofte herinneren, maar toen schoten ze hem te hulp. Met vereende krachten kregen ze de hovenier op “de karre” die ze naar het huis van Helena Hindriks reden. Onderweg wist de man nog te ontsnappen. Ze achterhaalden hem, maar kregen hem niet weer op de kar.

Willems kameraden hadden Helena intussen nog steeds niet uit haar huis gekregen. Zij hield zich onder de bedstede schuil voor hun “insultes”. Met hulp van een schippersknecht sleurde Willems haar onder die bedstee vandaan,

“zodat zij in handen van de vergaderde menigte uit het huis en in de karre is gebracht”.

De hovenier dwong men vlak achter de kar te gaan lopen. Dat hield men vol tot voor de borg van Middelstum, waar hij er in slaagde te vluchten en de borg te bereiken, waar hij zich onttrok aan verdere “fachinante omstandigheden”.

Rechter overweegt

Als voornaamste belhamel werd Harm Willems door het lokale gericht opgesloten, eerst mogelijk in de toren van Middelstum, maar naderhand  in een cel van de Hoge Justitiekamer aan de Oude Boteringestraat in de stad Groningen.  Daar zat hij begin december 1786 nog steeds, toen de kerkeraad van Middelstum en een behoorlijk aantal “voorname ingesetenen” een rekest bij de rechter indienden, waarin ze zeer de nadruk legden op het “anders onbesproken gedrag” van de zondaar en pleitten voor diens spoedige vrijlating.

De rechter overwoog dat Willems “zich misschien door een onbezonnen drift heeft laten vervoeren en hem laten gebruiken” voor het overmeesteren van de hovenier en het buitenshuis krijgen van de weerloze Helena, die hij “ten prooije van ’t volk” overgaf. Waarschijnlijk nam men, aldus de rechter, “de voorhebbende karrevaart”, eerst niet serieus,

“als wordende zulks ten platten lande, zoals ten meeremaalen gebleken is voor eene, hoeverregaande ook, boerterie en spelletje beschouwd en gereputeert”.

Een en ander nam niet weg dat Willems het volksgericht op gang hielp, iets wat een “welgestelde jurisdictie” niet ongemerkt voorbij kon laten gaan, maar streng bestraffen moest. Het verzoekschrift van de Middelstummer dorpshoofden wilde de rechter echter wel mee laten wegen, en zo kwam het, dat Willems zijn inmiddels ruim vijftien maanden durende voorarrest als straf opgelegd kreeg, waarbij hij de gerechtskosten tevens voor zijn rekening moest nemen.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 136 (archief Hoge Justitie Kamer) inv.nr. 1986: vonnissen vreemde gerichten, het vonnis d.d. 9 december 1786 door richter D.J. Nauta van Middelstum.

 


One Comment on “Een volksgericht in Middelstum”

  1. Bert Visser zegt:

    Mooi verhaal Harry. Ook mooi de motivering van de rechter met de woorden ‘boerterie en spelletje’ prachtig.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s