Een schetsje van de Midwolder meenscheer

121

Nee, dit is geen schatkaart. Het kaartje is op zich een schat.

Het betreft een ruw, heel snel getekend potloodschetsje uit 1808-1810 van de Midwolder meenscheer, een gemeenschappelijk weidegebied waar boeren naar rato van het bedrag dat ze aan grondbelasting betaalden, paarden en vee mochten laten grazen.

Volgen we de contouren vanaf linksboven (het noordwesten) met de klok mee. Linksboven zien we allereerst de term hooiland staan en de aanduiding voor een huis met de naam Pasop. Het is de oudste naamsvermelding van Pasop, destijds een herberg. Over de weg hier zien we ook een aanduiding van de wring (= boerenhek) die passanten niet open mochten laten staan: Pas op!

Ter weerszijden van de oostelijke uitstulping van de meenscheer, rechtsboven en rechtscentraal, de kant van Lettelbert op, lag er ook boerenhooiland. De Midwolder meenscheer werd hier omgeven door drassige gronden, waar alleen in de zomer een snee hooi vanaf te halen viel. Hier in het oosten is de grens van de meenscheer niet direct herkenbaar gemarkeerd, maar de uiterste oostgrens lag zo ongeveer op dezelfde lengte als de kerk van Lettelbert.

Helemaal onderaan het schetsje, in het zuiden, zien we de kerk van Midwolde. Vanaf die kerk had je iets voorbij de dubbele kniebocht ter hoogte van de Hondehoek de oosterwring die toegang gaf tot de meenscheer. Op dezelfde hoogte, maar dan in het westen, bij de Hoge Traan en aan het begin van de Traansterweg, lag de westerwring, die het drietal toegangen tot de meenscheer completeerde. Vandaar naar het noorden kreeg je eerst de petgaten van de Traan en daarna een eendenkooi. Het hooiland waarmee we deze rondgang begonnen, bestond gedeeltelijk nog uit heide.

Over de meenscheer liep een tweetal wegen. Vanaf het noorden langs het huis Pasop had je de meenscheerweg, nu de N978 of Pasop, die naar het zuiden toe richting de westerwring zwenkte. De andere weg, richting oosterwring en kerk van Midwolde, heette “nieuwe weg” en was kennelijk recenter aangelegd dan de oude meenscheerweg.

Ten noordwesten van de meenscheerweg viel de grens van de meenscheer zo’n beetje samen met de huidige Traansterweg. In het tussenliggende gebied staan een rondje met het woord Bult en een slordig rechthoekje met de term Zantvoor. Bult was een lokale boerenfamilienaam, wellicht afkomstig van een huis- en/of veldnaam en van Zantvoor(t) ben ik geneigd hetzelfde te denken. Rond de nogal willekeurig aangegeven lokaties Bult en Zandvoort was de meenscheer al voor 1808 overgegaan in handen van particulieren die haar verkavelden. Iets wat in de decennia na het maken van de kaart met de hele meenscheer zou gebeuren.

Bron: RHC Groninger Archieven Toegang 626 (Huisarchief Nienoord) inv.nr. 604 (Processtukken die het recht van Nienoord op een groot aandeel in de meenscheer van Midwolde moesten verdedigen, 1808-1810).


3 reacties on “Een schetsje van de Midwolder meenscheer”

  1. Siebrand Homan schreef:

    De familienaam Bult werd ingevoerd in 1812 en was ontleend aan de woonlocatie van het gezin: een natuurlijke verhoging in het landschap. Rijdend op de weg Pasop is dit zeer duidelijk waar te nemen. Zandvoort is een plekaanduiding waar kennelijk een doorwaadbare plaats in de Matsloot was: een zandig pad en voorde.

  2. Lex Slager schreef:

    Kwam op dit leuke artikel omdat ik in mijn genealogisch onderzoek op zoek was naar de herkomst van een voormoeder van mij met de naam Antje Alberts Bult.
    Bij haar overlijden in 1831 te Oosterwolde staat vermeld dat zij toen 77 jaar oud was en dat zij geboren is te Midwolde uit het huwelijk van Albert Berends en Antje Klasen.
    Helaas heb ik van deze ouders (nog) niets kunnen ontdekken, maar “mijn” voormoeder Antje zal, gelet op haar latere familienaam, waarschijnlijk op het “de Bult” uit uw artikel grootgebracht zijn.

  3. Reina schreef:

    Vind het vreemd dat er drie wringen waren, hekken die alle drie niet open mochten blijven staan en dat er maar bij één een bordje Pas op was geplaatst. Natuurlijk kan dit zijn, omdat enigszins aangeschoten bezoekers van de herberg extra gewaarschuwd moesten worden het hek te sluiten, maar zou het niet ook zo kunnen zijn, dat dat een drogreden was en in werkelijkheid gewaarschuwd werd voor de Rode Roede (veldwachter) die daar misschien wel vaak op de loer lag om iemand, die te veel theewater tot zich had genomen te arresteren? Pas op, de veldwachter kan in de buurt zijn, matig je drankgebruik (en eet een hapje meer, ter compensatie van het gelagverlies). Dingen zijn vaak anders dan ze lijken, er waren sarieshutten bij molens, waar de saries (belastinginner) een oogje in het zeil hield om de veldwachter te kunnen informeren wie te veel drank had genuttigd, gezien de wankele gang tijdens het lopen. De saries was toch al niet geliefd, dat kon er ook nog wel bij. Ik heb dit van horen zeggen, een sarieshut bij een molen vlakbij een tol of kruispunt was daar volgens zeggen heel geschikt voor. Misschien eens beter kijken wat er vroeger nog meer vlak bij die herberg stond of woonde. Pasop als waarschuwing om een hek te sluiten wil er bij mij nog steeds niet in, misschien was het wel een plek waar paarden even verder nogal vaak op hol sloegen, dan wil je ook wel gewaarschuwd zijn, pas op (je paarden) of Pas op dat de wind geen vat op je zeilen krijgt, zodat ze neer slaan, maar Pas op, doe het hek dicht? Elke plattelander van toen wist hoe belangrijk dat was, daar hadden ze toch geen extra waarschuwing voor nodig? Reina


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.