Wat je langs de Dorpsstraat zag

Götz jrn 60

Zo’n twintig jaar geleden deed ik nogal eens lange interviews met oudere buurtgenoten voor De Oosterpoorter en vaak wisten die nog precies wat voor winkels er voor (ruim) een halve eeuw  aan de Oosterweg en Meeuwerderweg waren geweest. Van pand tot pand konden ze die opnoemen. Als ze er dan verder geen bijzonderheden bij wisten te vertellen, nam ik zo’n opsomming niet op in de uitwerking van het interview. De namen alleen boeiden me niet – daarvoor kan je immers ook wel in de Groninger adresboeken en telefoongidsen terecht.

Het grappige is, dat een dergelijke opsomming bij de Havelter herinneringen van Tjalling Waterbolk me helemaal niet verveelt. Daarin beschrijft hij – nota bene zonder namen te noemen – de panden die hij begin jaren 30 vanaf de Raadhuislaan op weg naar school (nu Piet Soerplein) passeerde:

“Onderweg kwamen we eerst langs een groep grote en kleine boerderijen en schuren rondom een onregelmatige, deels met bomen beplante open ruimte, de Oosterbrink. Daar stond ook een nieuw café-pension. Vervolgens liepen we langs het bedrijf van een schilder, een paar burgerwoningen, een kruidenierswinkel, een smederij, het huis van de gemeenteveldwachter, het huis van de huisarts en een oude boerderij met een klopper op de deur van het voorhuis. Zo kwamen we dan bij de ook weer met eiken beplante Westerbrink, met daaraan een café, een timmerbedrijf, en een grote oude boerderij met een wit geverfd voorhuis. Langs een grote open weide bereikten we ten slotte de school.”

Dat die opsomming me niet verveelt, komt uiteraard door de herkenning die ze oproept. Veel functies waren ruim dertig jaar later nog precies gelijk. Alleen is de school medio jaren 50 verhuisd. Om de omgekeerde tocht van het Piet Soerplein naar de Raadhuislaan te maken:

In die grote open weide tussen de Dorpsstraat en de Kosterijstraat lag een diepe sloot, door ons ook wel de Kikkersloot genoemd. Hierin vingen we salamanders, die dan na een paar dagen onvermijdelijk het loodje legden in onze jampotjes. Het was dan zaak de boel heel vlug weg te gooien, voordat ze begon te stinken.

In het grote vierkante witte huis met het blauwwitte monumentenschildje woonde – dacht ik – een Kassies, in de boerderij erachter zat de pottenbakker Dirk Staf. Van het timmerbedrijf ben ik de naam kwijt (iets als Waning, Waarsing o.i.d?), maar er stond een stellage naast, waarmee men bomen op een zaagstelling takelde, zodat er planken uit gezaagd konden worden. Dat heb ik echter nooit gezien – volgens mij ‘sliep’ dit bedrijf al in mijn tijd. Het café, nu weer deels in oude Jugendstil-gedaante hersteld, was toen van de familie Scholtmeijer. Er hing een kastje met veel geraadpleegde voetbalberichten aan de voorgevel. Achter het café was er met Pasen een keer een kermis met een draaimolen touwtjestrek- en schiettent e.d., later kwam er een grote zaal voor feesten en partijen.

De boerderij met de klopper op de deur heette het Schultehuis, omdat de schulten (zeg maar burgemeesters) er in de achttiende eeuw hadden gewoond. De huisarts, aan de overkant van de Dorpsstraat, moet in Waterbolks tijd dokter Miedema geweest zijn, die in de oorlog zwaar fout was en daarom na de Bevrijding een beroepsverbod opgelegd kreeg. In mijn tijd woonde er diens schoonzoon dokter Landeweer, die door de sneeuwduinen te laat kwam bij mijn geboorte.

Naast de de smederij, even verderop, had je een winkel in huishoudelijke benodigdheden en speelgoed – beide zaken waren van de familie Kwint, dacht ik. Een grote attractie in de herfst vormde de kastanjeboom voor de smederij, het was meen ik de enige kastanje van heel Havelte. Naast de smederij grensde een stukje es (bouwland) aan de Dorpsstraat, hiervoor stond een bord met plaats voor een drietal reclameposters (Martini, jenever uit Sappemeer, Mascotte etc.).

De schilder die Waterbolk noemt, heette in mijn tijd Daleman – deze was tevens drogist en er hing een email bord aan de muur met reclame voor het verfmerk Ripolin, met drie mannetjes in dezelfde verfhouding achter elkaar die elkaars ruggen beschreven.

Tot slot het nieuwe café-pension: dat was in 1930 opgericht door de brugwachterszoon H.J. Götz, wiens voorvader zich in de jaren 1820 vanuit Den Haag in de weldadigheidskolonie Frederiksoord had gevestigd. In mijn tijd werd het horecabedrijf uitgebaat door zoon Bertus Götz, die het in 1980 verkocht – sindsdien heet het Hoffmann’s Vertellingen.

Advertenties

2 reacties on “Wat je langs de Dorpsstraat zag”

  1. A de Boer schreef:

    De timmerman was Jan Weenink, in het andere gedeelte zat Jan Mulder de schoenmaker. Inhet witte huis woonde voor Dirk Staf de fam. Lubberink. Cafe Scholtmeier was voorheen Harm de Groot, daarvoor Jan Tuin en daarvoor Lubbering. In het schultehuis woonde de fam. R. Veld. Voor Roelof Daaleman de schilder had Harm ter Heide daar zijn schildersbedrijf annex drogisterij. A. Schuurman was de smid voor de fam. Kwint


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s