Roden contra Peize op Waterloodag

Ook in Peize werd op zondag 18 juni 1865 de Slag bij Waterloo herdacht. ’s Morgens gebeurde dat in de kerk met een speciale preek, ’s avonds was er in hetzelfde gebouw declamatie, koorzang en orgelspel, waarbij uiteraard toepasselijke stukken ten gehore werden gebracht.  De spil van dit alles, de onderwijzer Swartwold, viel daarna nog een serenade te beurt.

’s Middags echter, was het een poosje erg stil in het dorp. Zo’n dertig boerenjongens kwamen te paard bij elkaar,

“die met standaard en vaandels voorzien, een wandelrid door ’t dorp deden naar Roden.”

Juist dit onderdeel van de Peizer festiviteiten zou drie weken later leiden tot een venijnige anonieme briefwisseling in de Provinciale Drentse en Asser Courant. De redactie had de eerste brief wel even op de plank laten liggen, want die was al gedagtekend op 20 juni. Blijkbaar kon de krant na weken talmen de kopij opeens erg goed gebruiken. Terwijl de brief  afkomstig heette uit Roden, hekelde hij de inactiviteit daar ter plaatse op Waterloodag. Daarentegen stelde hij de Peizenaren wegens hun activiteiten juist aan de Rodenaren ten voorbeeld:

“De 18 Junij is voor Roden’s ingezetenen stilzwijgend voorbijgegaan. ’t Was alles stil in ’t dorp — ja het scheen er nog stiller dan op andere dagen. Geen nationale noch Oranje vlag zag men op dien dag van den toren wapperen. De geheele gemeente scheen te dommelen. In den namiddag hoorden we op eens het getrappel van paarden en het: “Wien Neerlands bloed” drong tot ons oor door. ’t Was een veertigtal jongelingen uit onze meer levendige zuster-gemeente Peize, die ons met dit bezoek vereerden en ons herinnerden aan ’t gebeurde voor vijftig jaar.

Versierd met Oranjestrikken, kokarden en bandeliers en voorafgegaan door standaards en vlag, zag dit 40tal er werkelijk aardig uit. In een der logementen hebben ze een weinig vertoefd. De orde, welke onder hen heerschte, was opmerkelijk; het afstijgen, opzitten, op hunne plaats gaan. ’t voorwaarts, halt, stap, galop. enz., alles werd op commando en zeer goed ten uitvoer gebragt. Dat de jongelui van Peize goed zingen, hiervan was hun gezang hier ter plaatse een bewijs.

Maar welken geest heerscht er in Roden? Waarom ook zoo iets niet eens begonnen, om de jongelui een pleizierigen dag te bezorgen? Waarom steken de jongelui zelve de handen niet uit den mouw? ’t Scheen evenwel, dat er jaloerschheid onder Rodens jongelui heerschte, toen zij zagen, dat hunne naburen zich zoo vermaakten. Wij mogen dit te meer denken, daar de Peizer jongelui, vooral zij die in de achterste gelederen reden, klaagden dat Roden’s jeugd hen en hunne paarden, bij ’t verlaten van het dorp, met steenen, kluiten, stokken, enz. hadden gegooid. “

Een paar dagen eerder had de Roder jeugd, waaronder  zich “zonen van de gegoedste ingezetenen” bevonden, ook al een bruiloftsgezelschap uit Steenbergen met zand bekogeld. Retorisch vroeg de briefschrijver of vreemden Roden niet meer ongehinderd mochten passeren, wie er de schuld had aan dit wangedrag en of er niets aan te doen viel. De jeugd van Peize was wel klaar met Roden, zo schreef hij:

“Dat de Peizer jongelingen verontwaardigd waren over dat slechte onthaal, behoeft niemand te verwonderen, en, naar wij vernemen, zijn zij hierdoor tot het besluit gekomen, om hare zuster-gemeente, die naar het schijnt liefst in afzondering leeft, nooit of nimmer weder met dergelijk bezoek te vereeren.“

Tot besluit van zijn epistel uitte briefschrijver nog een vrome wens voor Roden:

“Moge de geestelijke en zedelijke beschaving ook hier meer en meer doordringen!”

Er kwam een antwoord van een andere anonymus uit Roden. Deze plaatsgenoot billijkte juist de Roder rust op Waterloodag, terwijl hij veel afdong op de activiteit der Peizenaren:

“Stilheid heerschte in ons dorp op 18 Junij, dit was met onze Burgerlijke wet in overeenstemming, die wil dat onder de godsdienstoefening hoegenaamd niets mag plaats vinden. Het verwonderde onze ingezetenen dan ook zeer, dat Peizer jongelieden den zondag uitkozen om in Roden le komen en ergernis en aanstoot aan onze godsdienstoefening te geven. (…) Wel is waar geschiedden te Roden dien dag geene openbare vertooningen , maar dit werd vervangen door eene indrukwekkende rede in de kerk. waarbij werd aangetoond, hoe God Nederland voor 50 jaar heeft bijgestaan, waardoor allen werden opgewekt om tot God eene bede te rigten voor den dierbaren Vorst en het geliefde vaderland.“

Deze tweede briefschrijver liet onvermeld dat het om de middagdienst ging, die gewoonlijk veel slechter werd bijgewoond dan de ochtenddienst. Als je hem moest geloven, dommelde de godsdienst in Peize of waren de Peizenaren althans veel minder kerks dan de Rodenaren:

“Door een ooggetuige werd ons uit Peize medegedeeld, dat de godsdienstoefening aldaar slechts door 12 menschen werd bijgewoond.“

De Peizer paardendressuur en zangkunst kraakte hij af:

“De orde en het gezang en hun rijden liet wel iets te wenschen over, alhoewel het kommando werd uitgevoerd door iemand, die zijn tijd meest in de school verslijt en in den waan verkeert, om zelf nog baas te worden. (…) Opgewondenheid. veroorzaakt door het gebruik van sterken drank, scheen onder hen te heerschen, daar eenigen, na hier omstreeks een half uur vertoefd te hebben, bij het commando “Voorwaarts!” van hunne paarden vielen… “

Je reinste slapstick. Volgens briefschrijver hadden de Peizenaren hun smadelijke afgang uit Roden aan zichzelf te wijten:

“Van het werpen met kluiten waren zij zelve de aanleiding. daar de commandant de onachtzaamheid had, zijn bandelier in Roden te vergeten, dat hij zelf terughaalde, gevolgd door eenige rijders. Bij deze gelegenheid zouden zij de kinderen, die hen nazagen, bijna overreden hebben. Deze het hazepad niet kunnende kiezen, verweerden zich door met steenen, stokken en kluiten te werpen.“

Advertenties

2 reacties on “Roden contra Peize op Waterloodag”

  1. Simon schreef:

    Twee citaten die mij opvielen: ” … in een der logementen hebben ze een weinig vertoefd …” en even verder ” …. Opgewondenheid. veroorzaakt door het gebruik van sterken drank, scheen onder hen te heerschen, daar eenigen, na hier omstreeks een half uur vertoefd te hebben, bij het commando “Voorwaarts!” van hunne paarden vielen… “. Volgens mij waren de Peizenaren behoorlijk lam – moet kunnen op Waterloodag, vind ik.

    • groninganus schreef:

      Simon, Let vooral op het woordje “scheen”, dat erop duidt dat de briefschrijver geen rechtstreekse beschuldiging wilde uiten. Ik denk dat een half uurtje in de kroeg niet genoeg is om lam te worden en dat het van het paard af vallen eerder wijst op een gebrek aan ervaring bij deze ruiters.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s