Een briefje van Daisy Stork

img569

10-12-‘53

Lieve Bruid,

Zo graag had ik je vanmiddag even persoonlijk de hand gedrukt, maar de jaarvergadering van het bestuur der Volkshogeschool waarvan ik lid ben, maakt dat ik vanmiddag niet in Havelte kan ontbreken. Datum en agenda waren al weken tevoren in onderling overleg vastgesteld; mijn man moet in Wapserveen zijn. Mag ik je nu schriftelijk bij je vertrek uit onze gemeente van ganser harte het allerbeste wensen?
Moge het huwelijksleven je dàt geven, wat je je ervan voorstelt…
  Veel heil en weinig
  zorg of druk
  Veel zon en zegen,
  veel geluk!
Je zult zelf wel ervaren dat gedeelde vreugde inderdaad dubbele vreugde is, eigenlijk driedubbel, en dat de kleine en grote zorgen samen zoveel gemakkelijker worden gedragen dan wanneer je het ooit alleen zoudt moeten doen.
Ik hoop dat je je spoedig in je nieuwe woonplaats zult thuis voelen, het is overàl goed wonen, als je maar jezelf voor honderd procent begint te geven en aan te passen aan je nieuwe omgeving. Dan duurt het niet lang of die omgeving komt ook in vertrouwen naar jou toe.
Wil je de heer Perton ook namens ons gelukwensen? Heb een heerlijke dag en geniet van de wittebroodsweken in je eigen home.
Met de beste wensen, vooral ook voor je ouders, en een vriendelijke groet van

D. M. E. A. J. Stork-v.d. Kuyl

Dwingeloo
10-12-1953

Dit briefje van Daisy Stork (1912-2000), die het getuige het wat hanepoterige handschrift en de bijgevoegde correcties in haast schreef, zat tussen de paperassen van mijn moeder. Natuurlijk bevat het wat frasen, die de burgemeestersvrouw van Dwingeloo wel vaker zal hebben gebezigd bij het feliciteren van een bruid of bruidspaar. Maar afgezien van de conventies staan er toch ook wat zaken in, die wat meer persoonlijk waren.

Zo resoneert in de passage over het samen dragen van zorgen de periode dat Daisy Stork er alleen voor stond. Van 1942 tot 1944 verbleef haar man in een gijzelaarskamp en op onderduikadressen, terwijl zij het in haar eentje moest zien te redden.

De zinsnede over het zich overal thuis voelen is eveneens een persoonlijke – Daisy Stork was immers grotendeels opgegroeid in Nederlands-Indië, waar haar vader als officier steeds weer overgeplaatst werd, zodat zij in twaalf jaar tijd elf verschillende scholen bezocht. Zoals ze in haar memoires schreef: “Je ontwikkelt als vanzelfsprekend een groot aanpassingsvermogen”. Bovendien gaf ze, toen ze zich in maart 1937 in Dwingeloo vestigde, zichzèlf meteen helemaal aan haar nieuwe omgeving, die haar ook weldra volkomen vertrouwde. In haar briefje klinken, wil ik maar zeggen, haar eigen ervaringen door.

Mijn moeder had zeer veel respect voor haar en getuigde daarvan, telkens als er iets over de voormalige burgemeestersvrouw van Dwingeloo in de krant stond. Dat ontzag hing beslist samen met de academische status van mevrouw Stork. Mijn moeder was nu eenmaal gevoelig voor status. Maar in dit geval speelde dat een ondergeschikte rol. Want wat betreft Daisy Stork vloeide mijn moeders respect voornamelijk voort uit het sociaal-culturele werk van mevrouw Stork in de gemeente Dwingeloo en wijdere omgeving.

Voor mijn moeder was Daisy Stork in de eerste plaats de voorzitter van de ‘Nederlandse Bond van Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen’, afdeling Dwingeloo, waarvan haar moeder (mijn oma) ook lid was. Let wel: afgezien van de vrouwelijke leden ging het hier niet puur om een vrouwenvereniging, want in de doelstelling stond uitdrukkelijk dat deze club de plattelandsbelangen in het algemeen wilde bevorderen. De Dwingeler afdeling gold als een van de grootste en actiefste van Drenthe, terwijl Drentse vertegenwoordigsters als Daisy Stork een buitenproportionele rol speelden op het landelijk niveau.

Al in 1938 vaardigde de afdeling Dwingeloo de jonge, 25-jarige, nog geen jaar in de gemeente woonachtige burgemeestersvrouw af naar een algemene vergadering in Groningen. Die zomer volgde ze de weduwe van de huisarts op als afdelingsvoorzitter. Soms hield ze zelf lezingen, maar er is vanaf 1939 ook sprake van de organisatie van excursies en avondcursussen over koken, naaien, kinderverzorging en opvoeding. Uit die cursussen kwam het eerste landbouwhuishoudonderwijs (overdag, voor meisjes) voort. Ook hierin speelde Daisy Stork weer een rol.

PDAC 23 sept 1940

Dat een en ander in Dwingeloo aansloeg, blijkt uit het ledental van de plaatselijke Boerinnenbond. Dit groeide in enkele jaren van 112 (in 1938) tot 145 (in 1940). In de oorlog zou dat allemaal tijdelijk ophouden. Burgemeester Stork werd eind 1941 ontslagen, wat ook betekende dat zijn vrouw haar functies neerlegde, waarna, zoals mijn moeder menigmaal memoreerde, de Dwingeler afdeling van de Boerinnenbond besloot om zichzelf op te heffen.

Na de oorlog werd ze heropgericht, met uiteraard weer als voorzitter de burgemeestersvrouw, die zich natuurlijk net als voorheen weer ontplooide als ijverige organisator. In 1952 promoveerde Daisy Stork bovendien op een studie over de Drentse boerin, die deels gebaseerd was op haar participerende observaties, incognito als dienstbode in een Oosterhesseler landbouwersgezin. In 1953 kwam ze opnieuw in het nieuws door de schilders uit de Randstad die zij en haar man naar Dwingeloo haalden, een actie waaraan mijn ouders als huwelijksgeschenk een schilderij overhielden.

In Dwingeloo belichaamden Daisy Stork en haar man als het ware de modernisering die vanaf de jaren dertig over het dorp kwam en die aanvankelijk soms maar schoorvoetend werd omarmd. Net als mijn grootouders waren ze import in het dorp, maar beide gezinnen hadden ook nog iets anders gemeenschappelijk, namelijk het gebruik van een elektrisch fornuis bij het koken. In haar memoires noemt Daisy Stork meermalen dit toestel, dat mijn grootvader als electriciën mogelijk ook wel eens naar Nijengaarde, haar huis op ’t Westeeinde van Dwingeloo, heeft gebracht. Ze leerde er zelfs op wecken en inmaken, waartoe de uitgebreide moestuin bij Nijengaarde het fruit en de groente leverde. Zo’n kooktoestel sprak allerminst vanzelf, want in de meeste Dwingeler huishoudens maakte men gebruik van petroleumstellen of kookkachels op turf. kolen of butagas, terwijl er in 1945 zelfs nog enkele boerderijen waren waar men kookte boven open vuur, in een ketel aan een haal.

Hoezeer de modernisering vat kreeg op Dwingeloo, blijkt in 1953 juist uit een bezwaar tegen de plaatsing van de roemruchte radiotelescoop. Volgens Daisy Stork was een deel van de bevolking daar mordicus tegen gekant, omdat men bang was dat het gebruik van elektrische apparaten zoals radio’s en melkmachines verboden zou worden. Uiteindelijk moest de sterrenkundige Oort eraan te pas komen, om in een hoorzitting o.a. dit bezwaar te ontzenuwen.

Presentatie van een portret door een schilder uit het westen des lands. Rechts Daisy Stork en haar man. Nieuwsblad van het Noorden 19 juni 1952.

Presentatie van een portret door een schilder uit het westen. Rechts Daisy Stork en haar man. Nieuwsblad van het Noorden 19 juni 1952.

Bronnen: 151 krantenberichten op de zoektermen Stork + Dwingeloo in Delpher en de memoires van Daisy Stork van der Kuyl: Tachtig levensjaren in twee wereldddelen (Groningen 1997).

Extraatje:

Interview met Daisy Stork, NvhN 6 november 1989.

Advertenties

4 reacties on “Een briefje van Daisy Stork”

  1. Hendrika schreef:

    Interessant blog! Haar memoires heb ik gelijk gereserveerd bij het Drents Archief. Het is me niet duidelijk waarom je moeder een felicitatiebrief van haar kreeg.

    • groninganus schreef:

      Mijn moeder kwam uit Dwingeloo. Haar moeder was lid van de Boerinnenbond waarvan Daisy Stork preses was, mijn moeder zelf volgde wellicht zo’n cursus, geëntameerd door de Boerinnenbond. Maar der precieze reden blijft inderdaad schimmig. Er moet, zou je denken, een aanleiding geweest zijn, want dat de burgemeestersvrouw iedere bruid uit het dorp mondeling of schriftelijk gelukwenste, wil er bij mij niet helemaal in. Al zou het ook een ongeschreven representatieve verplichting geweest kunnen zijn.

  2. Hendrika schreef:

    Ik heb haar autobiografie gelezen, viel me iets tegen, vrij oppervlakkig, terwijl het een bijzondere vrouw is – zeker in die tijd. Haar proefschrift is in de provincie wel verkrijgbaar, dat hoop ik binnenkort te lezen.

    • groninganus schreef:

      Dat het een beetje tegenviel, dat begrijp ik wel. Ik denk dat het wat teveel een doener was, voor een autobiografie. Bovendien begon ze er te laat mee. Vraag me af of verder er ook brieven van haar bewaard zijn.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s