Een oplichter van armenkassen en weldoeners

Daniel Dorenbusch was er gloeiend bij, begin 1717. Deze Duitser vroeg toen bij een Meppeler armvoogd om een milde gift voor een gereformeerd stadje in Rijnland, dat door Franse soldaten deerlijk geplunderd en in de as gelegd was. Met zijn aanbevelingsbrief van drost Van Echten, de hoogste baas van Drenthe, hoopte Dorenbusch ook in Meppel een lieve duit in te kunnen zamelen. Maar dit keer had hij pech. Want de Meppeler schulte, het hoofd der plaatselijke politie, was juist bij de armvoogd op visite, toen Dorenbusch daar kwam. De speurneus zag dat de handtekening van de drost vals was en vatte Dorenbusch in de kraag.

Meteen ontving de drost in Echten bericht. Deze herinnerde zich inderdaad een kerel, die hem daar om toestemming vroeg voor het houden van een collecte in Drenthe. Maar zo’n permissie gaf de drost helemaal niet. Integendeel, hij waarschuwde de man dat hij moest maken dat hij uit Drenthe wegkwam, anders liet de drost hem opsturen naar het Asser hondegat.

Begeleid door twee landschapssoldaten ging Dorenbusch alsnog naar deze onaantrekkelijke bestemming. Omdat veel landerijen en wegen tussen Meppel en Assen onder water stonden, mochten de gevangenbewaarders paard en wagen huren. Anders hadden ze dat hele eind moeten lopen, met de gevangene tussen hen in.

Voor de Etstoel, de Drentse rechtbank die alle lijfstraffelijke zaken behandelde, was het verder gemakkelijk. Dorenbusch had twee soorten inkt bij zich, die overeenkwamen met de inkten op het vervalste geschrift. Ook bezat hij verschillende aanbevelingsbrieven van Friese en Groninger heren, eveneens vals. Kennelijk had Dorenbusch al een hele toernee achter de rug, voordat hij tegen de Meppeler lamp liep. Zijn verweer dat hij in dienst van iemand anders collecteerde, voor de kost en vijf stuivers per dag toe, was in de ogen van de Etstoel ongeloofwaardig.

Omdat Dorenbusch ettelijke kerkelijke armenkassen en particuliere weldoeners oplichtte, en zo plaatselijke armen benadeelde, veroordeelde de Etstoel hem tot geseling, bij welke straf de valse aanbevelingsbrieven boven zijn hoofd moesten hangen. Voor de rest van zijn leven werd de Duitser uit Drenthe verbannen. En de beul verbrandde de brieven, op ééntje na.

Verhaaltje dat ik ooit eens opschreef voor De Riepe. Deze versie is iets langer en luchtiger geworden.

Advertenties


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s