Lijklakens en grafhekjes

In een reglementje op een nieuwe begraafplaats te Finsterwolde, gedateerd op 1925, kom ik het verschijnsel dood- of lijklaken weer tegen:

“Den eigenaren van grafruimten of hunne recht verkrijgenden is het geoorloofd op het graf een los houten raam te plaatsen met of zonder een zwart laken, echter niet langer dan gedurende drie maanden na de begrafenis.”

In Diaconie-archieven als bron (Assen 1988) geeft Harry Gras een omschrijving van dat laken voor Drenthe. Het werd er gehuurd van de lokale diaconie, de kerkelijke armenkas, om het bij een begrafenis over de doodskist te kunnen draperen. Vaak beschikten een diaconie over meerdere exemplaren. Meestal waren deze nieuw gekocht als het oude lijklaken versleten raakte, maar soms kreeg een diaconie er ook wel eens een cadeau van beter gesitueerden. Het oude laken bleef dan in gebruik, terwijl de diaconie het nieuwe tegen een hoger tarief verhuuurde. Zo beschikte de diaconie van Peize begin twintigste eeuw over een “beste laken” en een “minste laken”. Het ene deed qua huur een daalder en het andere  een gulden. Aan het gehanteerde tarief in de diaconierekening kan je dus de status van een overledene aflezen.Bovendien had de diaconie van Peize nog een kinderlaken te huur voor een halve gulden.

De beschrijving van Gras geldt ook voor Groningerland. Zo kwam ik als student in 1980 bij een familiehistorisch onderzoek naar het negentiende-eeuwse diaconiearchief van Westeremden twee tarieven voor lijklakens tegen: een algemeen van een gulden, en een lager van 60 cent per dag. Dat lagere tarief werd vrijwel uitsluitend door nabestaanden van overledenen uit een daglonersmilieu betaald. Het zal om het mindere laken zijn gegaan.

Daarnaast was er in Westeremden een verschijnsel, dat Gras niet noemt voor Drenthe. Bij een begrafenis lag in het Groningse dorp bijna sowieso een zwart laken over de kist, dat hoorde zo als je niet arm was. Maar men kon er het laken ook zes zondagen huren voor over het hek rond de groeve en men betaalde dan navenant. Vanwege de veel hogere kosten gebeurde dit echter veel minder vaak, en alleen in bepaalde gevallen. Erfgenamen uit de gezeten boerenstand betaalden de hoogste sommen aan lakengeld (meestal ƒ 6,30 à ƒ 7,-) voor overleden ouders en echtgenoten, maar voor hun overleden kinderen huurden  ze het zwarte laken slechts een dag, dus voor een gulden.

Dat de Drenten vreemd tegen dat Groninger hekjesgebruik aankeken, blijkt impliciet uit een stukje dat de Provinciale Drentsche en Asser Courant op 28 juni 1864 plaatste. Het betreft een beschrijving door ene L uit W. over de gewoonten bij begrafenissen in Groningerland , die eerder in de Steenwijker Courant had gestaan:

“Als blijk van hulde of liever als bewijs van rijkdom (want naar ’t vermogen der familie duurt dit langer of korter, terwijl de arme slechts een bloot rekje verkrijgt), staat nu op het graf van den overledene een rekje in den vorm ener doodkist, waarover elken morgen een zwart laken wordt gehangen, dat des avonds weer wordt weggenomen door oude vrouwtjes…”

De scribent verondertelde dat dit “kerkdienaressen” waren , maar ik denk eigenlijk eerder aan bedeelde bejaarden. Dat het lijklaken elke dag werd opgehangen in deze voorstelling van zaken, lijkt conform de praktijk in Finsterwolde, maar verschilde van die in Westeremden.

In Westeremden maakten de lakenhuren maar een klein deel uit van de diaconale inkomsten. Dat ze desalniettemin wel degelijk van belang konden zijn, toont een advertentie van de stad-Groninger diaconie in de Groninger Courant van 15 mei 1838. Hier waren particuliere ondernemers lijklakens gaan verhuren en de diaconie deed een moreel appel aan het publiek, om de armen te blijven steunen:

“Sedert onheugelijke jaren heeft het verhuren der Lijklakens door de Kosters der drie Hoofdkerken TEN VOORDEELE DER ARMEN bij onze Diakenie plaats gehad en geschiedt nog heden ten dage. Doch in den laatsten tijd hebben partikulieren , zoo als wij vernomen hebben , ditzelfde bedrijf bij de hand gevat, om er winst mede te doen. Het staat natuurlijk regtens ieder vrij , dat bedrijf uit te oefenen , hetwelk de wet hem vergunt, al benadeelt hij ook de armen; maar de Ingezetenen zullen zich toch wel zedelijk gedrongen gevoelen, om, bijaldien zij zich in de treurige noodzakelijkheid bevinden, van tot de ter aarde bestelling hunner Betrekkingen Lijklakens te moeten gebruiken, ook in dezen bij voortduring aan de Armen te geven wat der Armen is. Deze herinnering moge niet overbodig schijnen in een’ tijd , waarin aan de inkomsten onzer Diakenie zulke gevoelige slagen zijn toegebragt en waarin men meer dan ooit op de krachtdadige ondersteuning van Weldoeners der Armen zijne eenige hoop moet vestigen

Groningen                                        T. P. TRESLING,

den 10 Mei 1838.                            Archidiaken”

Advertenties

4 reacties on “Lijklakens en grafhekjes”

  1. harmien torenbeek schreef:

    Kerkhoven, graven, dode mensen, lijkbezorgers….. sombere stukjes.
    Maar de natuur fotos zijn altijd mooi.
    Houd de moed erin.

  2. harry gras schreef:

    Ho, ho, ho! Jij schrijft dat bij een begrafenis ”sowieso” een zwart laken lag, ”dat hoorde zo”. Maar dat is onjuist. Toevallig heb ik gezien dat in Winschoten in de eerste helft van de achttiende eeuw in het boek van de diaconie frequent vermeld wordt ”geen laken”. Dat was bij de armen; die hadden geen geld. Sorry hoor!

    • groninganus schreef:

      Geeft niet hoor. 🙂
      Heb een tweetal kleine amendementen in de tekst aangebracht zodat die weer overeenkomt met de historische werkelijkheid, Met dank voor de correctie!


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s