Een walgelijk stukje grond in Winschoten

“Op den ingediende req[ueste] van het Plaatselijk Bestuur  van Winschoot, hoe het zelve tot zijn leedwezen moet ondervinden, dat zeekere miskuil of misvaalt leggende bijna in het midden van de plaats ongebruikt blijft leggen, en met allerhande vuiligheden, krengen van gestorven dieren enz. als het ware overladen is, waardoor niet alleen aan de voorbijgaande het walgelijkste gezigt word veroorzaakt, maar zeer nadelig is voor de gezondheid, zoo dat zelfs in tijden van warmte de vuilste evaporatiën daar uit oprijzen en de lucht geïnfecteerd word, dat het zelve bestuur zig bij de eigenaren daar van herhaalde keeren heeft vervoegd en getenteerd met denselven ter wegneming van dat walgelijk en de gezondheid beledigend plekje gronds, een behoorlijke schikking te maken, zijnde de koopman Jacobus Franken en Cons[orten] als voorstanders over de dogter van wijlen den koopman Jan Franken, edoch die telkens tot antwoord geven, dat zij hoe zeer hieromtrend [..?..] niet durven ondernemen, dewijl de erfgenaam minderjarig is, gemerkt nu het belang der maatschappij vordert dat dusdane incomoditeiten wierden weggeruimd, en zulks in dezen zoo veel te gemakkelijker kan geschieden, doordien er meer dan eens de rijkelijke waarde er voor is geboden om tot andere eindens te worden gebruikt, zoo neemt het voors[zeide] Bestuur de vrijheid, dit onder het oog van het Hoog Edele Gerichte te brengen, met zeer gedienstig verzoek teneinde hieromtrent sodanig moge worden gedisponeerd als het Hoog Ed[ele] Gerichte naar de principes van eenen goede policie zal oordelen te behoren.

QF
ter ord[onnantie] van het Plaatslijk Bestuur voor[noemd]
/stond/
J.A. Crebas
secret[aris]

/is geap[ostilleerd]/
Word praevie hierop gerequireerd het berigt van de geremon[streerde]
Actum Zuidbroek den 24 Dec. 1803
Was get[ekend]
A.J. de Sitter
Drost

Na ingekomen berigt waarvan copie word geaccordeerd, commissoriaal om gereguleert te worden.
Actum Zuidbroek den 24 Jan. 1804
/was get[ekend]/
A.J. de Sitter
Drost

/is geap[ostilleerd]/
Na gehoudene Commissie worden geremonstreerden geauthoriseert de plaats ten requeste gemeld publiek tot een huistede te verkopen, of bij onvermoedelijke minder gelding weder aan zig te kunnen trekken, zullende alsdan finaal gedisponeert worden of de plaats tot een missing  zal blijven, dan niet.
Actum Zuidbroek 28 feb. 1804
/Was get[ekend]/
A.J. de Sitter
Drost”

Er lag dus een mestplaats in het centrum van Winschoten, die enorm stonk, omdat er ook kadavers op werden gegooid. Het Plaatselijk Bestuur wilde graag af van deze wantoestand, ook vanwege de gevolgen die het vreesde voor de volksgezondheid. Maar de eigenaars, d.w.z. de voogden over de minderjarige dochter van Jan Franken, durfden dat niet aan, omdat het terrein op de lijst met eigendommen van hun beschermeling stond. Uiteindelijk weet de drost een schikking tussen het Plaatselijk Bestuur en deze voogden te bewerkstelligen, met dien verstande dat die de grond zullen laten veilen als bouwgrond voor een huis. Mocht de plaats minder opbrengen, dan de waarde waarvoor ze getaxeerd was, dan ging de verkoop niet door, en zou de drost alsnog beslissen of het terrein bestemd zou blijven voor de berging van mest, of niet.

Overigens hoefde dat laatste waarschijnlijk niet te gebeuren, gezien de hoge vastgoedprijzen in deze periode.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6972: samengevatte rekesten met de apostilles of kantbeschikkingen daarop, 1803-1804.

Advertisements


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s