Tatoeages in een signalementenregister

Heb gefascineerd zitten lezen in een register met signalementen, dat in de jaren 1805-1807 bijgehouden werd door iemand van het gerecht der beide Oldambten. Er staan gezochte, ontsnapte en vooral verbannen criminelen in beschreven, meest uit Groningerland, maar qua zwaardere delicten ook wel uit Holland, Brabant en Duitstalige gebieden. En passant leer je het een en ander over de zelfkant van de samenleving, de ziekten waaraan mensen leden en de talen die ze spraken.

Het is bijvoorbeeld een uitstekende bron om te weten te komen hoeveel mensen tatoeages droegen. Niet veel, zo blijkt, want van de bijna 130 signalementen in het Oldambtster register, zijn er slechts drie met een tattoo, terwijl dat toch een element was waaraan je iemand gemakkelijk kon herkennen, zodat een signalement er niet gauw aan voorbij ging.

Zo had Jan Luitjes, geboren in Noordbroek, 27 jaar, wonend op de Stadspolder bij Beerta, “op de beide armen een wapen, het een van Spanjen en het ander van Ierland”. Was Jan behept met een hang naar het vreemde en exotische? Waarschijnlijk niet. Mogelijk had hij gevaren of gevochten – Spanje was die andere nagel aan de doodskist van Napoleon, er sneuvelden destijds vele Nederlanders in een smerige guerilla-oorlog.

Jacob Jans, ook wel Jan Jacobs Kuik genaamd, was een “schraal” mannetje van om en nabij de 50, die in Fivelingo veroordeeld was wegens diefstal. Over zijn tatoeage zegt zijn signalement: “op de rechterhand getekend met een geprikt anker en ’t jaar getal 1803”. Dat jaar 1803 was een incidenteel vredesjaar in de Napoleontische aaneenschakeling van oorlogen. Jan ging naar zee toen de kanonnen daar even zwegen.

Vanuit Holland kwam het tweevoudige signalement van de roofmoordenaar Joseph van Halen (30), ook wel Verhalen, bijgenaamd de Bloedschijter. Voordat hij opgepakt werd, zwierf hij rond met zijn “poppekas”, zijn vrouw en vier kinderen, waarvan de oudste zoon viool speelde. Voordien was Van Halen dertien jaar lang zeeman geweest. Toen de koets waarin de autoriteiten hem lieten vervoeren, bij Oudewater omsloeg en hij ontsnapte, kwamen in zijn nieuwe, meer uitgebreide signalement ook zijn drie tatoeages te staan: “op de hand en arm en hart een zeemansteken”.

In twee van de drie gevallen hingen de tatoeages dus duidelijk samen met het zeemansbestaan. Wellicht komt dat u bekend voor, maar dat wist u dan vooral over een latere periode.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (archief Drost der beide Oldambten) inv.nr. 6838: register van signalementen 1805-1807, in het bijzonder de pagina’s 5, 26, 37.

Advertisements

One Comment on “Tatoeages in een signalementenregister”

  1. anoniem schreef:

    In die tijd had je geen hygiëne voorschriften, geen schone studio’s met verlokkelijke kleurenplaatjes. Vaak werden gevangenen, scheepslui en soldaten (en andere ongelukkigen) bedeeld met een tatouage, geprikt met spelden in een soort kurk gestoken, enerzijds als lachertje (ha, ha, een landrot met een anker of naakt wijf of wat er voor door moest gaan) een presentje dus, anderzijds door hun lotgenoten gemerkt om vooral te laten zien, dat het “er een van ons” is. Laatst gezien op de BBC, programmanaam vergeten, maar het ging over gezondheid in vroeger tijden. Misschien waren er wel vijf getatoueerden geweest, als zij niet aan de opgelopen infectie, veroorzaakt door de ruwe tatouage gestorven waren.Overigens, ook nu nog kun je door onoordeelkundig getatoueerd te worden een – soms levensgevaarlijke – infectie oplopen. Reina


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s