Veendammer schippers en de verzekerde vaart naar Frankrijk en de Oostzee

Nog steeds is de vraag, wanneer de internationale zeevaart vanuit de Groninger veenkolonieën ontstond, niet erg precies beantwoord. Dat het eind achttiende eeuw zou zijn geweest, zoals de befaamde geograaf Keuning nog dacht, is inmiddels wel achterhaald. Maar wanneer gebeurde het dan?

In 1757 speelden schippers uit Veendam en Wildervank de eerste viool bij een rekest over de turfaccijns aan de Staten van Holland. Destijds moeten ze in elk geval al kind aan huis zijn geweest in Amsterdam. Maar de vaart over de Zuiderzee of de Waddenzee is nog lang niet die naar havens aan de Oostzee, of langs de Atlantische kust van Frankrijk.

De lokale historicus Top wees er op, dat Veendammer schippers in 1758 dankzij een zeer strenge winter extreme winsten maakten op ladingen turf naar Hamburg. Maar dat kan een incidenteel succes geweest zijn, dat in de jaren erna niet opgevolgd is door een meer geregelde vaart.

Zeker is dat in die jaren in Veendam en Wildervank al schippersgilden bestonden, een soort van onderlinge verzekeringsmaatschappijen tegen averij en schipbreuk. De oudst bekende gilderol (statuten) van zo’n gilde, daterend uit 1756, sloot schippers die verder voeren dan de Noordzee nog van schadevergoeding uit. Dat maakte een dergelijke vaart, hoe lucratief ook, er natuurlijk niet aantrekkelijker op. Vast staat ook dat op de werf van Jan Jacobs Pik aan het Beneden-Westerdiep te Veendam uiterlijk 1765 het eerste zeeschip gebouwd is. Tegen die tijd moet de echte zeevaart dus zijn gevestigd.

Onopgemerkt lijkt tot nu toe te zijn gebleven een “ampliatie”van waarschijnlijk bovengenoemde gilderol uit het begin van 1761. Namens het “oudste schippersgilde in Veendam” vroegen Jacob Jans Pik (de zoon van bovengenoemde hellingbaas) en twee andere olderluiden destijds de Oldambtster drost om deze wijziging en uitbreding van hun gilderol goed te keuren en te bevestigen, d.w.z. rechtskracht te verlenen.

In hun motivatie voerden Pik c.s. aan

“…dat zedert jaren de commercie van deze provintie zeer vermeerdert, en daardoor de scheepvaart meer en meer en verder word uitgebreit, zoodat de schippers van hunne gilde verder en op andere plaatzen varen, als in hunne gilde articulen zijn uitgedrukt, waardoor [zij] niets contribueren, en nogthans in cas van ongeluk de faveurs van de gilde willen genieten. Hetgeen daaglijks oorzake geevt tot verschillen en processen.”

De olderlui wilden van dat gekrakeel af en vandaar dat de gezamenlijke gildebroeders op hun laatste bijeenkomst van 9 januari hun gilderol wijzigden en uitbreidden met een aantal nieuwe tarieven voor verzekeringspremies, welke tarieven tevens een mooie indruk geven van de nieuwe bestemmingen, onlangs gekozen door leden van het gilde:

“Dat schippers op Noorwegen varende, van jeder reise zullen betalen 1-5-„; van de Eijder en de Ever mede 1-5-„; op Bourdeaux 2 gl.; aan deze kante van het Haije Zant 1 gl. 12 st[uivers]; op de Oostzee 1-15 gl.; van een doorgaande reise van de Oostzee op Vranckrijk of van Vrankrijk op de Oostzee, te weten een doorgaande reise, 3-10- „; die op Engeland varen zal van jeder reise betalen 1 gl. 12; zo jemant van de gildebroeders in de Oostzee of Vranckrijk of Engeland mogten lossen of laden zal van jeder reise betalen 1 gl.”

Naast kustvaart op havens aan de Duitse Bocht en in Noorwegen die in guldens en stuivers de laagste verzekeringspremies vergde, is hier dus sprake van bestemmingen tot het Heizand (het Kanaal), in Engeland, in de Oostzee en Zuidwest-Frankrijk die qua inleg wat duurder waren. Voer iemand tussen zulke bestemmingen heen en weer, dan golden de hoogste tarieven.

Begin 1761 moet de internationale veenkoloniale zeevaart buiten de Noordzee dus geaccepteerd zijn als assurantiewaardig. Voor het geval dat daar nog eens ruzie over ontstond, voorzag de ampliatie van de gilderol in een extra clausule:

“Hierover dispuit of verschil voorvallende wat en hoeveel de gildebroeders moeten betalen of andere verschillen, zullen met pluraliteit van de gildebroeders op hunne ordinaire comparitiën worden beoordeelt en gedecideert, waaraan zig jedereen gewillig submitteere.”

Bij onenigheid guld derhalve de democratische stelregel van de meeste stemmen gelden. Op 2 februari 1761 keurde de Oldambtster drost deze wijzigingen en aanvullingen goed, om ze meteen te registreren. Voortaan kon men gerechtelijk dus terugvallen op deze regels. Mogelijk zijn er in het civiel-rechtelijke prothocol van het Oldambt (en in hogere instantie dat van de het Volle Gerecht in de stad) de kwesties te vinden die aanleiding gaven tot deze ampliatie.

Bronnen:

  • Paul Brood e.a., 350 jaar Veendam en Wildervank (Bedum 2005) 44-48.
  • RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (archief drost Oldambt) inv.nr. 6120 (samengevatte verzoekschriften en daarop genomen besluiten), dat van 2 februari 1761.
Advertisements

8 reacties on “Veendammer schippers en de verzekerde vaart naar Frankrijk en de Oostzee”

  1. Roelof van der Velde schreef:

    Jan Jacobs Pik neemt in 1759 de werf over van zijn schoonvader Sjourt Jans (Bron: Van Koldam, Van der Veen en Wilkens, Veenkoloniale zeevaart, pag. 45). De kennis voor het bouwen van zeewaardige schepen is mogelijk ook afkomstig van Sjourt Jans. Deze heeft in ieder geval tot 17 oktober 1731 in Groningen gewoond. Eerst in de Leliestraat en later in de Havenstraat. Ik vermoed dat hij ook in Groningen al actief is als scheepsbouwer, en gezien de straten waar hij woonde, dan op de nabije Noorderscheepstimmerwerf. Een aantoonbaar bewijs heb ik daarvoor nog niet gevonden.

  2. Ik had nog nooit van ‘Haije Zant’ ofwel Heizand, zoals je het vertaalt, gehoord. Weet je ook wat de achtergrond van die naam is?

  3. anoniem schreef:

    Is er ook niets te vinden in/bij de hanzesteden? Of bijv. via de van de reizen meegebrachte “souvenirs”als houten bodden, zweeds/hindelooper houten gebruiksvoorwerpen tot en met wiegen toe en beschilderd? Je vindt soms via de vreemdste voorwerpen iets over de eerste verschijning van iets via schilderijen of textiel. In een quiltboek over Amerikaanse quilts werd op een gegeven moment de rood/witte fuchsia een geliefd onderwerp van borduursel op quilts, bleek die plant een introductie bij de rijkeren te zijn en natuurlijk werd die op zijden lapjes voor quilts geborduurd. Je zult toch eerst ergens heen moeten varen voordat je met een souvenir huiswaarts kunt keren, de beroemde porseleinen schoorsteenhondjes (hoerenhondjes pottend genaamd) zullen we maar buiten beschouwing laten. Reina


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s