De buurtterrorist

Het gebeurde een paar dagen voor de jaarwisseling van 1753 op 1754, “na sonnen ondergang bij nagte”, in Noordbroek. De “samenkomste der gildebroeders”, d.w.z. de borrel voor de mannen die in de buurt woonden, in dit geval die bij Nanno Thonnis, was misschien vrolijk begonnen, maar hij eindigde triest. Remke Alberts werd namelijk “zeer deerlijk” mishandeld en zelfs met een mes bewerkt door Jacob Harms Hamster.

Hamster was een typische Oldambtster boerennnaam – denk ook maar niet dat een arbeider zonder veel geld tot een civiel, boetstraffelijk proces zou zijn toegelaten. Met Hamster gebeurde dat wel. Ontnuchterd gaf hij de feiten toe, met een beleefd verzoek aan de drost om de boete vast te stellen na hoor en wederhoor.

Maar in die zitting wist hij niets anders tot zijn verontschuldiging in te brengen dan zijn dronkenschap.

De landschrijver veegde de vloer met hem aan. Volgens hem had de mishandeling op een “een quaadaardige wijze” plaatsgevonden en viel er van Hamster zijn excuus heel wat af te dingen. Hamster was niet zo dronken geweest, “of hadde in allen dele zijnne volkomen kennise gehadt”. Het ging in zijn geval, benadrukte de landschrijver, om een persoon

“die wegens zijne brutaliteiten van een jeder zo zeer gevreest wierd, dat de getuigen zelvs niet dan met schruipel hunne verklaringen durfden afleggen”

Kortom: een buurtterrorist. De landschrijver vond daarom dat de wet in alle gestrengheid moest worden toegepast.

Dat zou dan eigenlijk een lijfstraf betekenen. Maar het was nou eenmaal een boetstraffelijk proces. De drost echter, wist hier wel raad op. Hij veroordeelde Hamster tot een boete van 100 dukatons (315 gulden), een bedrag waarvan destijds twee volwassenen een jaar lang konden leven. Verder draaide Hamster nog voor de gerechtskosten op. En op de koop toe kreeg hij een “serieuse vermaninge”. De drost waarschuwde hem, dat hij zich voortaan als een “geschikter ingeseten” moest gedragen en zorgen moest dat

“geene de minste klagten tegens hem weder inkomen, of dat er anders tot zijn leedwesen nader in zal worden voorzien”

Als Jacob Harms Hamster negen jaar later sterft, laat hij aan vastgoed nog een tuintje en een paar graven na. Er ligt nog wat rogge op zijn zolder. De laatste koe is net verkocht. Hij zal het grootste deel van zijn eigendommen hebben verzopen. Maar voor het gerecht is hij niet meer geweest.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (drost Oldambt) inv.nr. 78: boek uitspraken, 19 februari 1754.

Advertisements


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s