Roofvogels bij het Leekstermeer (1924)

“Zijn we het midden van het meer voorbij, dan ga ik op mijn rug liggen bovenop het roefje om met den kijker op roofvogels te loeren, die vooral in den voorzomer wel eens hoog aan het zeilen zijn. Dit is een prachtig schouwspel. Een enkelen keer krijgt ge een vischarend te zien, maar ik geloof niet dat hij er broedt, daarvoor zijn er te weinig boomen van zijn gading in de buurt. Vaker ziet ge den kiekendief, met name den bruinen of den rietwouw. Op hem let ik vooral, zoodra we uit het meer het kanaal naar Roden invaren. Daar is een zeer moerassig ruig landschap (de Bolmert, HP) met riet en elzen en andere stobben, waar het voor die roovers. een dorado is. Jammer dat er in den verloopen zomer weer een aantal gedood is. Ze hebben wel geen zuiver geweten, maar ze zijn zoo mooi. Men mist ze, als ze in zulk een landschap ontbreken. En ze staan onder bescherming van de wet. Er mogen geen roofvogels geschoten worden dan de sperwer en het smelleken. Wat zou het prachtig zijn, indien die wetsbepaling inderdaad eens werd nageleefd en door alle jachtopzieners. de handhavers van de wet, streng gehandhaafd!”

Uit ‘Een tocht naar Drenthe’, een reportage over enerzijds het Zuidlaardermeer- en anderzijds het Leekstermeergebied, door een kennelijke liefhebber van vogels – Nieuwsblad van het Noorden, 24 maart 1924.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s