Oude Mei – dé ingangsdatum voor arbeidscontracten

paulus-laman-aanleiding

Vandaag bleek me dat dat de Anleiding tot de eerste beginselen der Groninger Regtskennis van Paulus Laman sr. op Google Books staat. Het betreft een eenvoudige compilatie uit 1738 van rechtsregels uit de verschillende delen van Groningerland, welke rechtsregels in de juridische praktijk van de verschillende rechtsgebieden ook werkelijk naast elkaar werden gebruikt: als het eigen Landrecht op een punt tekortschoot, speelde men gemakkelijk leentjebuur.

De Landrechten vulden elkaar zodoende aan, wat het werk van Laman inhoudelijk van universele waarde voor de gehele provincie Stad & Lande maakte. Qua taal had het dan nog voor een beperkt, academisch publiek bedoeld kunnen zijn, maar Laman schreef zijn boek in ’t Nederlands en niet in ’t Latijn. Zoals de titelpagina zegt, gaf hij het uit “ten dienst van ‘t gemeen” – relatieve leken moesten er wat uit op kunnen steken. Vanwege dat didactische doel hield Laman het bij de alleszins bevattelijke vraag-antwoordvorm die we ook kennen van de destijds populaire catechismussen en tractaatjes. Zijn Anleiding werd daarmee een gewild boek, dat later nog meermalen is herdrukt en geactualiseerd, met name door zijn zoon, mogelijk ook de eerste die de tekst überhaupt onder ogen kreeg.

Na mijn ontdekking van het boek, dat ik nog nooit had ingezien, ben ik vanuit de inhoudsopgave meteen naar het hoofdstuk over de dienstboden gegaan, niet alleen omdat talloze voorouders van me die nederige functie hebben bekleed, maar ook omdat ik in de rekesten van het Oldambt nogal wat arbeidsrechtelijke zaken rond dienstboden tegenkom (vooral ontslagkwesties). Dat hoofdstuk van Lamans boek begint met een droge definitie van wat onder een dienstbode moet worden verstaan, maar met het antwoord op de volgende vraag raken we al op spannender terrein. Die vraag 2 gaat erover, op welk tijdstip in het jaar de dienstboden van Stad & Lande in dienst moeten treden:

“Als geen aparte tydt bedongen is, drie dagen na de eerste Sondach in May of November (…) by verbeurte van het loon. By Placcaat van den 4 november 1723 is gestelt drie dagen na de sondach na den 12 May of na den 12 November invallende.”

Hier is dus sprake van een provinciale regel, die in 1723 werd herzien. Voordien was de eerste zondag na 1 mei of 1 november de richtdatum voor indiensttreding, nadien werd het de eerste zondag na 12 mei of 12 november. Die verschuiving hangt samen met een kalenderwisseling van 1700 op 1701. Op oudejaarsdag 1700 verdween de oude kalenderstijl, op 12 januari 1701 verscheen de nieuwe stijl en de tussenliggende dagen werden dat jaar geschraptt, waarmee het eerste kalenderjaar wel twaalf dagen was ingekort, maar natuurlijk niet de looptijd van allerlei jaarcontracten die nu doorliepen tot 12 mei, zijnde ‘de oude mei’ in nieuwe gedaante. De rechtsregel van 1723 kan je dan zien als een aanpassing aan deze almaar voortgezette praktijk. In alle Noord- en Oost-Nederlandse provincies werd in 1700-1701 de kalender aangepast en in al die gewesten gold de ‘oude mei’ sindsdien als een belangrijke ingangsdatum voor contracten. Zo stond 12 mei in Friesland bekend als de “âlde Maaie”.

Sinds 1701 markeerde de oude mei dan vaste trouw- en verhuisdata, het ingaan van arbeids- en huishuurcontracten, en, daarmee samenhangend, dienstbodenvakanties. Met Sint Maarten had je ook zo’n periode, maar die was minder in zwang, naar mijn stellige indruk.

Ben wel eens in discussie geweest met een collega-historicus, die studie maakte van een tamelijk beperkte regio in Groningerland en stellig meende dat het fenomeen ‘oude mei’ daar nu juist niet bestond. Volgens haar ging het om een “totaal ander gebied”. Inderdaad staat het placcaat van 1723 het bedingen van een “aparte tydt” toe, maar of een hele streek daarmee kon afwijken van de door de provincie voorgeschreven data? Ik betwijfel het. Natuurlijk waren er wel individuele uitzonderingen zoals Aaltjen Klasens, die zich volgens haar rekest bij de Oldambtster drost , “van St. Niklaas 1776 tot St. Niklaas 1777 als dienstmaagt (…) hadde besteedt”. Maar dergelijke uitzonderingen tref ik bar weinig in de bronnen aan en ze bevestigen daarmee volgens mij de algemene regel.


4 reacties on “Oude Mei – dé ingangsdatum voor arbeidscontracten”

  1. anoniem zegt:

    Vraagje: kwam je veel rechtzaken tegen waarin de werkgever of een van diens zonen (meerdere?) beschuldigd werden van “gedwongen vleselijke conversatie” (een goed verstaander heeft maar een half woord nodig)? Volgens mij stond “‘verplichte v.c.” niet in het arbeidscontract. (Werkgevers beweerden natuurlijk dat de meid zelf had verleid, uitgelokt). Veel tussentijdse ontslagen van meiden hadden dit wel als reden (soms waren de gevolgen binnen 9 maand te zien), van meiden en knechten ook wel “slavenhouders” gedrag van de werkgevers: te veel werk, te weinig tijd, te weinig voedsel.
    Tweede: blijkbaar (zie DvhN van vandaag) hadden de Groninger Rechters een Groninger adelaar in dienst om weegschalen! uit de lucht te plukken ipv American Eagles nu de drones.Reina

    • groninganus zegt:

      Ik kwam het sporadisch tegen. Zwangerschap vormde een gewone ontslaggrond, net als ziekte en zo’n ontslag werd op zich zeer zelden aangevochten. Alleen als de baas het loon over de gewerkte periode niet uitbetaalde, kwam er mogelijk een zaak van.

  2. Edwin Groot zegt:

    Het boekje lijkt niet compleet te zijn dus er moet nog een deel 2 zijn?


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s