Ontslagen klerk weigert afgifte sleutels en papieren

klerk-c
Zo’n secretarie was nogal een hiërarchische toestand. In het Oldambt stond de drost bovenaan, hij was door het stadsbestuur benoemd om recht te spreken en te besturen. Daaronder had je de landschrijver, vooral prominent als aanklager in strafprocessen. En daar weer onder ressorteerden een of meerdere klerken, aangesteld door de landschrijver, maar beëdigd door de drost.

Net als een boerenarbeider was zo’n klerk totaal afhankelijk van zijn bazen. In 1777 meldde landschrijver R.F. van Iddekinge aan de drost, hoe hij genoodzaakt was om zijn klerk Sigefridus Klugkist te ontslaan, omdat die

“zoo wegens lichaams constitutiën, als andere omstandigheden, (…) buiten staad wierde gebragt om sijn ambt naar behoren waar te nemen.”

Een ambtenarenpensioen was er nog niet bij, de drost ontsloeg Klugkist van zijn eed en beëdigde in één adem door diens opvolger Bernardus Vliege.

Deze Vliege was een telg uit een familie van lagere beambten in de stad. Bernardus Vliege zal in de gunst hebben gestaan bij de Van Iddekinges, anders zou de Oldambtster landschrijver deze post niet aan hem hebben vergeven. Het bleef echter niet heel lang koek en ei tussen beide mannen. Ruim twee jaar later voelde Van Iddekinge zich reeds “genecessiteert” om Vliege te ontslaan.

Maar Vliege nam dit niet, zo lijkt het. Hij weigerde tenminste

“de sleutels van de tavel alwaar de boejen in zijn opgesloten, alsmede de andere sleutels en papieren de secretarie van den Oldambte toucherende, so onder hem berustende, over te geven.”

De landschrijver stelde de drost in kennis van deze weerspannigheid en verzocht hem om Vliege te gelasten tot afgeving van de sleutels en papieren. Als Vliege dat dan nog steeds zat te traineren, moest de wedman maar worden ingezet om het spul bij hem op te halen.

Drost Berghuys voldeed op 12 juli 1779 niet aanstonds aan dit verzoek. Hij wilde eerst Vlieges kant van de zaak horen en eiste dat de ontslagen klerk hem daarover binnen twee etmalen een schriftelijk bericht zou sturen.

Dat deed Vliege en op de 15e gaf de drost een afschrift van Vlieges bericht door aan de landschrijver. Ook gelastte hij Vliege nu

“zonder enig uitstel de sleutels en papieren tot de secretarie van den Ol-ambte behorende, soo onder deselve berustende mogten zijn, aan de wedm[an] J. Hellema te overhandigen.”

Wat betreft het ontslag en “gepraetendeerde jura” – d.w.z. vacatiegelden en schrijflonen die de landschrijver volgens Vliege nog aan Vliege moest betalen – schreef de drost nog een hoorzitting uit, waarvoor hij beiden door de wedman liet uitnodigen.

Die hoorzitting was op 17 juli, ’s ochtends vroeg in de drostenborg. Er werd overeengekomen dat Vliege een ontvangstbewijs voor de afgegeven sleutels en papieren zou krijgen, waarin deze allemaal zouden zijn opgesomd. Deze inventarislijst moest de landschrijver ondertekenen. Aan de andere kant moest Vliege nog wat achterstallig werk afmaken, het ging dan om het afschrijven van boedelinventarissen en het overbrengen van concept-akten op perkament. Vliege moest deze stukken binnen drie dagen klaar maken en aan de landschrijver geven. Bij die gelegenheid zou Vliege dan zijn achterstallige schrijflonen krijgen, “alsmede desselfs andeel in ’t lodt der bakkers”. Blijkbaar speelde de klerk een rol bij de broodzetting, het vaststellen van de minimumprijs voor brood. Met het “ombrengen” (van de kennisgevingen bij de bakkers) mocht Vliege zich echter absoluut niet meer bemoeien – waarschijnlijk vloeiden hier inkomsten voor hem uit voort, al was zo’n rondgang natuurlijk ook een uitgelezen mogelijkheid om Jan en alleman van het ontslag op de hoogte te stellen. Nog steeds werden een “reficier” (?) en een enkele sleutel vermist. Zodra die gevonden werden, moest Vliege ze aan de landschrijver afgeven. De landschrijver kreeg ook nog bijna 9 gulden van Vliege wegens gerechtskosten in een bepaalde zaak. Als alles over en weer overhandigd zou zijn, diende de landschrijver Vliege nog “een behoorlijke acte van ontslag” te geven,

“waar mede alle wedersijdsche praetensiën zullen zijn vereffent en gemortificeert, terwijl de Hr. Lands[chrijver] anneemt de zaken wegens geleverd francijn an de boekverkoper Oomkes te Groningen te zullen voldoen”.

Met dat francijn werd het in de secretarie gebruikte perkament bedoeld. Vliege kocht dat blijkbaar gewoonlijk in, waarbij de betaling ook via hem verliep.

De uitspraak van de drost maakt duidelijk, dat veel zaken door elkaar waren gaan lopen in de Oldambtster secretarie. Het ontwarren van de kluwen kostte echter ook weer niet zoveel moeite. De reden voor het ontslag van Vliege zou wel eens geweest kunnen zijn, dat hij opspeelde over geld dat de landschrijver hem nog schuldig was. Het ontslag ervoer Vliege als onrechtvaardig, vandaar dat hij sleutels en papieren verdonkeremaande.

Heb nog even gekeken waar Vliege na zijn ontslag bleef, maar er viel geen spoor meer van hem te vinden.

Bronnen: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nrs. 6126 en 6128, rekesten d.d. 7 april 1777 en 12-17 juli 1778.


One Comment on “Ontslagen klerk weigert afgifte sleutels en papieren”

  1. Harmien zegt:

    Het lijkt mogelijk dat Vliege de daad bij de naam heeft gevoegd en is …. gevlogen.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s