Brouwersvrouw “met wanbegrippen in haar verstand” opgesloten in “secure bewaarplaats”

a-country-infirmary

Gedrieën gaven ze acte de présence bij de Oldambtster drost: de brouwer Jannes Camping uit Winschoten, de weduwe A.P. van Bolhuis uit Groningen en de burgerhopman J. van Bolhuis, eveneens uit de stad. De eerste comparant was de man, de tweede de moeder en de derde de broer van Elisabeth van Bolhuis. Camping voerde als echtgenoot het woord, zijn schoonmoeder en zwager vulden zijn woorden af en toe aan. Ze vertelden dat Elisabeth

“in zodanige staat zig bevind, dat niet alleen haar huishouding niet kan verwaaren, maar alle zodanige mesures neemt, dewelke tot totale ruïne van de suppl[ia]nts huishouding en die der zes nog in leeven zijnde kinderen zoude verstrekken, mogelijk door wanbegrippen in haar verstand veroorsaakt en door vriendelijke en alle aangewende middelen niet zijnde te remediëren, zoo dat geen middel tot beterschap van gem[elde] Elisabeth van Bolhuis kan worden aangewendt, dan dat dezelve op eene bekwame en secure plaats worde besorgt, waarop deselve van het geene daar toe mooglijk aanleiding mogt hebben konnen gegeeven [zou worden] gelibereerd.”

Elisabeth was dus geestesziek. Volgens de famile lag de zaak gevoelig – ze noemden deze “teeder”. Camping, gesterkt met zijn schoonfamilie, verzocht de drost om toestemming zijn vrouw

“op eene convenable plaats op behoorlijke conditiën, naar U H[oog] Ed[el] G[estrenge] welgevallen te bezorgen in bewaringe…”

Dit verzoek deed hij op 16 april 1783. Twee dagen later nam de drost zijn besluit na een tweede hoorzitting, waarin alle drie bovengenoemde personen nog eens aan het woord kwamen over “het ver-gaande wangedrag” van Elisabeth, waarbij ook nog een schriftelijke verklaring van de Winschoter kerkeraad aan de orde kwam,

“uit welk alle de waarheidt van ’t geposeerde en de nootzaaklijkheid eener voorziening (…) ten vollen zijnde gebleken.”

Daarom kreeg brouwer Camping inderdaad toestemming

“deszelvs huisvrouw )…) bij provisie ter haarer verbeetering in eene secure en geschikte bewaarplaats op convenabele conditiën te bezorgen.”

Wel verlangde de drost nog een nader, schriftelijk bericht van Camping over de concrete “bewaarplaats” die hij uitzocht, waarbij de drost hangende dat bericht zijn definitieve toestemming uitdrukkelijk voorbehield.

Tot zover dit rekest om toestemming voor opname van een geesteszieke vrouw. Ik meende me te herinneren dat ze in een van de krankzinnigenkamers van het Anthoniegasthuis in Groningen zat, maar dat bleek bij een check van de rekeningen niet het geval (het betrof een andere Elisabeth). Hoe dan ook blijkt uit het rekest nogal wat omzichtigheid, het was er ver vanaf dat iemand zomaar werd opgesloten, de overheid in de vorm van de drost had hier kennelijk een zware stem in.

Een ander idée reçue wil, dat opsluiting destijds onherroepelijk was en dat patiënten als Elisabeth levenslang opgeborgen werden. In Elisabeths geval gaat dat zeker niet op, zoals blijkt uit meerdere bronnen. Maar laat me, als ik dan toch biografische bijzonderheden ga geven, eerst teruggaan naar het begin.

Elisabeth van Bolhuis was in 1752 in de stad Groningen geboren als dochter van Abel Popko van Bolhuis en Margien Aling. Haar vader was brouwer en haar moeders brouwersdochter. Door de toenemende consumptie van koffie, thee en jenever nam de bierconsumtie destijds voortdurend af en de brouwers vormden derhalve een verarmende en ook danig slinkende beroepsgroep. Je zou zeggen: erg optimistisch kan Elisabeths vader niet zijn geweest.

Elisabeth trouwde in 1770, op haar achttiende, te Winschoten met Derk Bruning, vaker Bruining of Bruinink geheten. Hij was oorspronkelijk afkomstig van het Clooster onder Coevorden. Volgens een weinig imposante boedelinventaris uit 1773 was Bruining eveneens brouwer – zijn bedrijf stond op de Binnenvenne in Winschoten, een brouwketel, kuipen en vaten hoorden er sowieso bij en op de zolder lag nog voor 200 gulden aan havermolt en voor 50 gulden aan gerstemolt.

Die boedelinventaris werd opgemaakt voor de toen tweejarige zoon Hindrik, wiens belangen beschermd moesten worden omdat Bruining overleden was en Elisabeth dat jaar als weduwe hertrouwde met Jannes Camping uit het Drentse Ees, waarschijnlijk ook weer een brouwer(szoon). Van dit paar werden in Winschoten vier kinderen gedoopt:

  • 1774 – Abel Popko
  • 1775 – Harm
  • 1777 – Harm Jan Aling
  • 1781 – Annechien

Met het voorkind van Elisabeth zelf en een voorkind van haar tweede man had ze dus nog voor haar dertigste de zorg voor zes kinderen.

Na Annechien, Elisabeths enige dochter, duurde het vier jaar voor het volgende kind zich aandiende. In die periode was Elisabeth opgenomen. Dat ze weer uit de ”secure bewaarplaats” kwam, bleek in 1785, toen ze met haar man en kinderen naar Toornwerd bij Middelstum verhuisde. Ze gingen er boeren op een boerderij met 79 gras land (een kleine 40 hectare), wat destijds een redelijk fors bedrijf was.

In Middelstum kreeg Elisabeth nog twee zoons:

  • 1786 – Jannes
  • 1793 – Berend

Ze leefde nog in 1797, want dat jaar tekende ze als getuige de huwelijksakte van haar oudste zoon Hindrik Bruin in Zuidwolde. Ze moet toen dus compos mentis zijn geweest. Niet lang daarna zal ze zijn overleden.

Zoals het rekest van Jannes Camping aantoont dat iemand niet zomaar kon worden opgeborgen, zo toont de hervatting van Elisabeths levensloop aan, dat een opsluiting ook tijdelijk kon zijn. Als je er even over nadenkt, is dat ook logisch: een opname ging gepaard met kosten die men heus niet meer wilde blijven betalen als de patiënt aan de beterende hand was.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6129 (samengevatte rekesten met daarop gevallen kantbeschikkingen of apostilles).


4 reacties on “Brouwersvrouw “met wanbegrippen in haar verstand” opgesloten in “secure bewaarplaats””

  1. Simon zegt:

    Heb je enig idee of er in die tijd al een vorm van behandeling was voor dergelijke patienten, of was het een zaak van “opbergen” en de natuur (of Gods wil) zijn werk laten doen?

    • groninganus zegt:

      Ik kwam eerder een geval tegen van een patiënt die ondergebracht was bij een medicus of chirurgijn in Wedde. Deze stuurde de patiënt later wegens onbehandelbaarheid terug naar de familie, Dit impliceert dat er een behandeling is geweest.

  2. Leuke stuk, Veel, maar niet alles wist ik al. enkele details: Ik vond niet dat de grootvader (moederszijde) van Elisabeth brouwer was. Ik heb als zijn beroep alleen “slagter”.
    Uit het tweede huwelijk zijn in Winschoten meer kinderen geboren, Zes totaal.
    Dat het niet goed zou zijn gegaan met de brouwerij van Derk Bruining lijkt niet juist. De genoemde inventaris geeft volgens mijn aantekeningen geen taxatie van het bedrijf. Wel wordt de brouwerij, die in 1770 voor fl 3.000 gekocht was, in 1784 verkocht voor fl 3300.
    Wel moet het Jan Kampinge niet naar den vleze zijn gegaan. Van brouwer naar lanadbouwer naar sarries is geen brillante carriere. Zijn financiële positie is kennelijk zo slecht dat zijn schoonmoeder, Margien Aling al in 1787 beschrijving van zijn goederen vraagt en krijgt.
    Dat blijkt ook uit het leven van de kinderen. De oudste zoon, uit het eerste huwelijk van Elisabeth, trouwt met Auije Jans Bolhuis, een achternicht.
    De eerste zoon uit het tweede huwelijk, Abel Popko Kampen neeemt deel aan het beleg van Delfzijl in 1814. Hij is gewoon soldaat (fuselier) en sterft (sneuvelen kun je dat vermoedelijk niet noemen) aan uitputting en ondervoeding. Vergelijken we dat met de andere familieleden betrokken bij het beleg dan zijn die allemaal officier. Berend van Bolhuis kapitein (sneuvelt), Hendrik van Bolhuis (later notaris op Verhildersum te Leens) eveneens kapitein en Coenraad van Valkenburg (getrouwd met een meisje Van Bolhuis) voert zelfs een tijd het bevel over de belegeraars. Het is duidelijk. Abel Popko is in een lagere sociale klasse terecht gekomen dan die waar zijn moeder deel van uitmaakte.
    Elisabeth zelf wordt in 1799 lidmate te Zuidbroek, waar ze op 29.1.1810 overlijdt.
    De waanzin waar ze mee behept was kwam meer in de familie voor. Christiaan Smit van Bolhuis is (gezien de symptomen) manisch depressief, wordt gearresteerd voor inbraak, veroordeeld voor te pronkstelling. Zijn nakomelingen weten 200 jaar later nog van deze voorvader die “de boel erdoor bracht”. Zijn kinderen komen in de Kolonie vanWeldadigheid terecht. En dat was een generatie eerder nog een vooraanstaande familie die hoplieden, zelfs een burgemeester voortbracht.

    • groninganus zegt:

      Dank voor deze aanvulling! De boedelinventaris heb ik stilzwijgend vergeleken met de Oldambtster boedelinventarissen van landbouwers en de vroegere stedelijke boedelinventarissen van brouwers, die veel rijker waren. Begin 18e eeuw stonden brouwers nog op gelijke voet met de grotere boeren.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s