Hoe de Drentse kerk eertijds ‘ontucht en hoererij’ afstrafte

img848

In het oude Drenthe was de bevoorrechte Hervormde Kerk onbarmhartig voor ongehuwde moeders. Als zo’n moeder wilde dat haar kind gedoopt werd, wat noodzakelijk was met het oog op diens eeuwig zieleheil, moest zo’n moeder in eigen persoon haar kind komen aanbieden op het koor van de kerk. Voordat de predikant haar kind dan doopte, las hij een formulier voor, dat de moeder eerst voor het front van de gehele gemeente had te beamen. Dit is dat formulier:

“1.
Vooreerst vraag ik U of gij niet belijd, dat dit kind in ontught en hoererij van U ontfangen en uit U geboren is.

2.
Ten tweden of gij niet bekent, met deze uwe zonde (welke ziel en lichaam verontreinigt, schande en smaad veroorzaakt, de Heijligen Godt vertoornd en daarom in des Heeren Woord bedreigt word met de vreeselijkste straffen, ja met de eeuwige wraakvlammen van Gods Gerechtigheid te zullen gestraft worden) – ik zegge, of gij niet bekent, met deze zonde grote ergernisse gegeven en de Christelijke gemeinte ontstigt te hebben en daarom belijdt van herten leed te zijn?

3.
Ten derden, of gij onder de medewerkende Genade des H. Geestes, in de tegenwoordigheit dezer H. gemeente, niet en beloovt dit uw ergerlijk wangedrag door een Christelijke wandel te verbeteren, God biddende om genadige vergevinge dezer, en aller zonden, ende om Heijligmakinge des H. Geestes ten einde gij voortaan uw vat (= lichaam HP) in heijligheit moogt bezitten tot Godes eere, des naasten stigtinge en uw eeuwig welzijn.

Wat antwoord gij hier op?
Van jaa!

De gemeente de belijdenisse van deze uwe misdaad met blijdschap gehoort hebbende, wenscht dat dezelve opregt te zijn, door een heilige wandel betoont en hiertoe de Geest der Heiligmakinge gegeven worde; inmiddels den Enen en Drie-Enen God biddende, dat een iegelijk door des Heeren voorkomende, medewerkende en bijblijvende Genade voor diergelijke en andere ergerlijke en Gods tergende zonden, moge bewaart worden.”

Dit doopformulier voor ongehuwde moeders werd in de Kerkorde van 1730 voorzien, daarna opgesteld met instemming van Drost & Gedeputeerden (het Drentse Landschapsbestuur), en tot kerkelijk voorschrift verheven in de Drentse synode van 1731. Ds. Cornelis van Schaick, zelf tussen 1838 en 1850 de predikant van Dwingeloo, meldde omstreeks 1870 in De Oude Tijd, dat zijn voorganger Folckers Cranssen (vanaf 1808 te Dwingeloo) dit formulier nog gebruikt had.

Het formulier paste in kerkelijke trend van van de jaren 1720-1740 om ongehuwde moeders steeds strenger aan te pakken. Waarschijnlijk hing deze trend samen met de destijds dominante stroming der Nadere Reformatie.

Overigens kon een ongehuwde moeder bij de Drost van Drenthe om dispensatie van deze exercitie vragen. Ongehuwd moederschap kwam sowieso weinig voor, het formulier zal niet heel erg vaak zijn gebruikt.

Bronnen:
Nadere toegang op de prothocollen van de Provinciale Synode van Drenthe (Assen 1990) 138.
– C. van Schaick, ‘Een oud doopsformulier in Drenthe in gebruik’, De Oude Tijd (band zonder titelblad, waarschijnlijk 1869, 1870 naar analogie van Drenthiana, waarin Van Schaick zijn stuk in 1870 liet verschijnen).


2 reacties on “Hoe de Drentse kerk eertijds ‘ontucht en hoererij’ afstrafte”

  1. Je zult maar verkracht zijn en daar zwanger van geworden zijn. Sta je daar je zonde te belijden, mogelijk met de verkrachter ergens tussen de brave kerkgangers…


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s