Manslacht, een bijgeloof

Cornelis Bloemaert, 'De herder en de moordenaars', ca. 1625. Rijksmuseum.

Cornelis Bloemaert, ‘De herder en de moordenaars’, ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.

In eerste instantie is het woord manslacht verwarrend. Ook volgens het Middelnederlands Woordenboek en het WNT betekent het niets anders dan doodslag, een moord zonder voorbedachte rade. Bij Ludolph Smids, tussen 1673 en 1685 arts in Groningen, heeft het weliswaar daarmee te maken en is het daar ook vast van afgeleid, maar betekent het toch iets anders – bij hem staat manslacht voor een plotseling “toeval”, dat is een bezwijming, een flauwvallen,

“bestaande in een schielijke ontroeringe, gesproten uit de tegenwoordigheid van een moordenaar, die niet alleen de menschen, maar ook paarden, koejen &c. overkomt.”

Dit verschijnsel zou “vermaard” zijn in Friesland, Groningen, Westfalen en Holland, zowel in steden als op het platteland. Nader omschreven leek het sterk op vallende ziekte, want:

“De getroffen lijder valt neer, word zeer benaud, schud en trekt zijn ledematen &c.”

Smids, die er niet in geloofde en het een “vuil bygeloof” en ook een “bedrieglijke en bygelovige ziekte” noemt, wist ook wat men voor een preventieve maatregel hield, en met welke middelen men het dacht te kunnen genezen. Het voorkomen lag bij de moordenaar, die uiteraard zeer in verlegenheid kon worden gebracht door zo’n katzwijmcasus in zijn onmiddellijke nabijheid. Hij kon dit onheil afwenden door elke morgen behoorlijk te bidden.

Men dacht de kwaal met magische middelen te kunnen genezen, allereerst door het slachtoffer een stukje brood te geven dat afgesneden was met een mes of degen, waarmee ooit een moord werd begaan. Ook het drinken van enig bier of water, omgeroerd met zo’n wapen, bood soelaas. Was zo’n wapen niet voorhanden, dan hielp het om iets te drinken uit de schoen van een moordenaar, of als de moordenaar op de gezondheid van de lijder dronk.

Smids vertelt ons van een Groninger koekebakkersvrouw, die met haar man in de Boteringestraat,  in een kelder onder het huis van burgemeester Eeck woonde. Zij stond voor haar deur op straat en viel daar plotseling neer, toen een bepaalde officier van de infanterie passeerde:

“Sy wierd in de kelder gebracht en gaf binnen korten tijd de geest, terwijl het genene volk den officier van een moord verdacht hield en geloofde dat deze vrouw door de voorschreven manslacht ter neder was geveld.”

Uiteraard wist Smids wel beter. Het moest door iets in haar lichaam gekomen zijn, al kon dat allerlei oorzaken hebben. Hij verwees nog naar een geleerde verhandeling van prof. Antonius Deusing, een hoogleraar geneeskunde aan de Groninger Academie die zijn kennis vooral aan Arabische medici ontleende en die ook medicus provincialis was geweest.

Bron



Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s