Voetangels op Veenhuizen

Het buitenhuis Veenhuizen bij Noordbroek, gesloopt in 1853.

Het buitenhuis Veenhuizen bij Noordbroek, gesloopt in 1853.

Soms stond er een kopstuk in de gehoorkamer van de Oldambtster drost. Zoals op 21 juni 1791 Campegius Hermannus Gockinga, dan nog stadssecretaris, maar een dozijn jaren later deel uitmakend van het landsbestuur. Hij bewoonde Veenhuizen, een uitgestrekte en fraaie buitenplaats met veenborgje, Engelse tuinen, loofbossen, bergjes en heremiethut even ten westen van Noordbroek aan het diep naar Sappemeer.

Gockinga vertelde de drost dat dit buitengoed

“voor eenige jaaren door sijne voorsaat met eene wijke ofte graft van plus minus 18 tot 20 voeten is omringd, opdat daardoor en het geduirig geloop in de bosschen en wel inzonderheid de menigvuldige dieverijen van hout of anders werde voorgekomen, dan dat de remonstrant (dus Gockinga, HP) echter ondervind dat deze precautiën niet geheel en al toerieken bevonden worden, en alzoo genoodzaakt is tot conservatie van jong plansoen, en ’t welk van tijdt tot tijdt staadt te vermederen, en de middelen te adhibeeren en waartoe geene betere kan vinden dan het leggen van voetangels en klemmen…”

Dat leggen van voetangels en klemmen wilde Gockinga niet niet doen zonder voorkennis en toestemming van het gerecht, vandaar zijn verzoekschrift, waarbij hij alvast deze toezegging deed:

“zullende op de avenuën der plaatze behoorlijke aanslaagen plaatzen ten einde een ieder zich voor alle ongelukken en schade kan wagten.”

Maar die waarschuwingsbordjes of -biljetten langs de wegen naar Veenhuizen vond de drost niet genoeg. Gockinga kreeg toestemming voor zijn plan, maar onder voorwaarde dat dit vooraf “door kerkenkondiging in het carspel Noordbroek” bekend werd gemaakt.

De streek rond Veenhuizen was niet erg dichtbevolkt, wat er woonde waren voornamelijk pachters van de heer Gockinga. Die stalen vast geen hout uit diens bossen. De dag dat Gockinga zijn rekest inleverde, 21 juni, de langste dag van het jaar, markeerde echter het eind van de baggel- of turfgraafcampagne. Zelfs in de negentiende eeuw lag er nog veel (laag)veen en heide ten zuidwesten en zuiden van Veenhuizen, naast nogal wat afgegraven gronden en petgaten waarin water stond. Ik denk dat we daar de daders moeten zoeken, in de baggelaars of turfgravers die er in het voorjaar in de campagne werkten. Of ze de kerk van Noordbroek wel eens van binnen zagen, weet ik niet, maar ze zullen vast hebben gehoord van de voetangels in Gockinga’s bossen.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s