Schipper stoot knecht met kloetstok

Twee Friese ducatons (1760 en 1776), redelijk gaaf en afgesleten. Zoek de verschillen!

Twee Friese ducatons (1760 en 1776), redelijk gaaf en afgesleten. Zoek de verschillen!

In zijn gehoorkamer vond de Oldambtster drost die ochtend de schipper Hindrik Pieters,

“woonagtig in Friesland op het dorp Heeren Veen genaamt”.

De vorige dag had deze Pieters, zo vertelde hij, zijn schip ergens in de contreien achter Veendam vol laten laden met turf, om dat schip ’s avonds door een scheepsjager naar Veendam te laten slepen. Daar betaalde hij bij het “Collecthuis” de verschuldigde uitvoerrechten voor de turf. Hij wilde “met alle mogelijke spoed” zijn reis vervolgen, maar merkte toen hij op zijn schip terugkeerde, dat zijn knecht Wybe Deddes zijn werk niet goed had gedaan, waardoor het vertrek werd opgehouden. Terwijl de schipper zijn knecht over zijn laksheid onderhield,

“gaf dien knecht hem qualijk bescheid. Hierop wierd rem[onstran]t (= Pieters) min of meer toornig en heeft het ongelijk gehad, dien knegt in ijver met de boom of kloetstok, zijnde een instrument welke hij moeste gebruiken tot zijn arbeid, aan de wang te stoten, waarover de knegt een geschreeuw hebbende gemaakt en deze stoot su harder hebbende opgegeven, dan bevonden is te zijn, daarbij voegende dat zulks met opzet zoude zien geschied, van welk laatste hij rem[onstran]t ten eenenmaal ignorant is…”

Kortom, het was per ongeluk gebeurd en de knecht stelde zich nogal aan – de schade viel wel mee. Nu was de schipper bang dat het gerecht, waarbij de knecht blijkbaar zijn beklag al had gedaan, de zaak op zijn zwaarst (dus strafrechtelijk) zou opvatten, zodat er nog een gerechtelijk vooronderzoek zou plaatsvinden, wat dan voor nog meer vertraging zou zorgen. Daarom vroeg Pieters, ter vermijding van zo’n vooronderzoek, meteen om een schikkingsvoorstel, waarbij hij zich ook bij voorbaat neerlegde. Met de knecht was hij, zo zei hij, intussen al overeengekomen dat die kon vertrekken. Hij gaf deze het loon dat hij tot dan toe verdiend had met nog twaalf weken toe. Normaal gold in het Oldambt bij een dergelijk ontslag dat er zes weken loon extra uitgekeerd werd, dus het surplus was in dit geval het dubbele. Wellicht voelde de schipper zich, ondanks zijn bagatellisering van het geval, toch wel schuldig.

Hindrik Pieters diende zijn verzoekschrift in op 21 augustus 1798. Na overweging van wat er relevant was in deze zaak, veroordeelde de drost hem de volgende dag tot een boete van twee zilveren ducatons (= 6 gulden en 6 stuivers) naast de gerechtskosten. Voor het totale bedrag zal Pieters zeker een week hebben moeten varen.

Rest nog de vraag waarom een Friese schipper in Groningerland turf ophaalde. In de eigen provincie was immers turf genoeg voorhanden, zowel bij hoge als lage veenderijen. Maar wellicht vervoerde de Heerenvener de brandstof naar Holland. Daar werd in allerlei bedrijven immers nogal wat Groninger plaggeturf gebruikt. En of de vervoerder nou uit Friesland kwam, of uit Groningen, qua reistijd en kosten maakte dat weinig uit.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6139 (rekesten en apostilles 1796-1798).

Advertisements


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s