Het verdriet van Winschoten – de torenklok kwam almaar niet klaar

042

In september 1732 stonden de Winschoter kerkvoogden alweer in de gehoorkamer van de Oldambtster drost, maar nu voor een heel andere kwestie. Dit keer stelden ze aan de orde

“hoe door Roelf Kunst woonagtigh bij ’t Waar is angenomen om een nieuwe wijzer als mede de oude wijzers an de Winschoter toren te maken, repareren en verbeeteren, als mede het uirwerk in goede orde te brengen, waarmede nu al een geruimen tijt is bezig geweest en ten deele geperfecteert, maar nalatig zijnde om alles in order te brengen, strekkende tot groot nadeel van rem[onstran]ten in haar q[uali]te…”

Waarschijnlijk kregen de kerkvoogden regelmatig van hun kerspelgenoten te horen dat de torenklok nog steeds niet werkte, want in het algemeen was men daar wel wat afhankelijker van dan nu: veel mensen hadden geen klok in huis, laat staan een horloge op zak. Als de torenklok het dan ook nog eens niet deed, moesten ze steeds anderen vragen om de tijd, een afhankelijkheid die wellicht vooral de dienstbaren, die toch al in alles afhankelijk waren, beschroomde en tegenstond.

De naam Kunst, om weer terug te komen op het rekest, doet uiteraard denken aan de bekende schilder van pastelportretten, wiens geboorteplaats Nieuwolda ook vlakbij Het Waar ligt, de woonplaats van de man over wie de Winschoter kerkvoogden klaagden. Roelf Kunst zou bijvoorbeeld een oudoom van de portretschilder kunnen zijn geweest, maar in de gauwigheid heb ik geen familierelatie kunnen vaststellen. Belangrijker vind ik ook de vraag waarom iemand in een tijd van bijna louter patroniemen Kunst heet, of zich zo laat noemen. En dan kom ik erop dat de onderscheidende (bij)naam) samenhangt met de uitzonderlijke beheersing van een ambacht, waarbij het niet uitmaakt of dat schilderen, vergulden of heelkundig opereren betreft.

In elk geval lijkt de Roelf Kunst van Het Waar te maken te hebben gehad met de handicap of karakterzwakte dat hij iets niet kon afmaken, en/of dat voltooien steeds uitstelde. Procrastinatie, daar hebben wel meer mensen last van, tot groot verdriet van henzelf en opdrachtgevers. Maar aan het bestek waarop de Winschoter kerkvoogdij Kunst aan het werk zette, mankeerde blijkbaar ook wel iets, namelijk een duidelijke opleverdatum met een boeteclausule. Anders had de kerkvoogdij helemaal niet naar de drost hoeven stappen. Deze vroegen ze nu om toestemming

“…ten laste van hem Roelf Kunst gemelte angenomen werk te laten verveerdigen in cas door hem zelfs inwendig korten tijd niet werd geperfecteerd.”

Met andere woorden: ze wilden alsnog een onverbiddellijke deadline op korte termijn en als Kunst die niet haalde, het werk op zijn kosten aan een ander gunnen.

De drost gaf de kerkvoogden hun zin. Roelf Kunst kreeg nog drie weken de tijd, en zo hij de tijdwijzers en torenklok van Winschoten dan nog niet klaar had, mocht een ander het gaan doen, na een aanbestedingsprocedure die Kunst dan zou moeten betalen.

Aangenomen dat de kerkvoogden wel eens in Kunst zijn werkplaats waren wezen kijken en dat Kunst inderdaad een (aaanzienlijk) deel van de klus geklaard had, zal hij wel razendsnel aan het werk zijn gegaan. Hij moet toch immers ook hebben geïnvesteerd in materialen, zoals verguldsel. Dat zou allemaal verloren geld zijn, als hij niet aan het drostenbevel voldeed.

Advertisements

One Comment on “Het verdriet van Winschoten – de torenklok kwam almaar niet klaar”

  1. Otto S. Knottnerus schreef:

    Volgens mij was dit de grootvader van de portretschilder. De uurwerkmakers Kunst komen als ik me goed herinner wel vaker in de stukken voor.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s