Werken voor nop en toch belasting betalen – Oldambtster timmerlui dubbel gepakt

galg-nl-gevangenismuseum

Voor 1764 was alle werk aan de Oldambtster terechtstellingsplaats in Zuidbroek collectief ‘beewerk’. Dat wil zeggen dat de kerspelen mannen leverden, die dit werk zonder loon, maar met gratis eten en drinken moesten doen. In 1764 werd besloten het anders te doen, omdat aanbesteding toch wel wat goedkoper was en ik denk niet dat het wat middeleeuws aandoende systeem daarna terugkeerde.

Het timmerwerk op de executieplaats gebeurde voor 1764 eveneens collectief en wel door de timmerlui van drie of vier kerspelen gezamenlijk. Bij elke terechtstelling trad dan een ploeg uit een ander dorpenkluster aan. Naar dat collectieve werk verwijzen “de gezamentlijke timmerluiden in het Woldoldambt woonagtigh”, als ze in 1732 onder aanvoering van hun Veendammer voorman Jan Jans Bruins de drost eraan herinneren

“hoe genootsaakt zijn bij alle execuitiën (in cas door UWelgeboorene haar wort geordonneert) de voorvallende zaken, hetzij maken van een galg, rad, kaak of jeets anders, wat name mogten hebben, præsent te moeten wezen en haar werk te doen bij poenalen daar op gestelt, of door UWelgeb[oren] Gestrenge te statueren…”

Desalniettemin moesten in alle kerspelen die timmerlui ook nog eens het hunne bijdragen aan de misen van justitie, ter betaling van de scherprechter en zijn personeel. Volgens het verzoekschrift van de Omdambtster timmerlui was dit “zeer schadelijk voor de remonstranten”. Daarom vroegen ze de drost om een vrijstelling van deze last.

De drost zag duidelijk de billijkheid van hun verzoek in, maar bevrijdde de timmerlieden er niet categorisch van. Hij hield het op 25 november 1732 bij een zware aanbeveling aan de kerspelen:

“verwagt van de ingezetenen van het Wold Oldambt de timmerluiden van de mijzen der justitie te libereren, mits dezen an de respective schatbeurderen zal worden geïnsinueert.”

De timmerlui moesten het rekest met deze kantbeschikking dus aan de schatbeurders van hun dorpen laten zien, die het dan eventueel nog in een kerspelvergadering konden brengen. Die schatbeurders werden door de boeren gekozen, ze inden o.a. verponding (grondbelasting), zijlschot, misen van justitie, roderoedegeld (voor het salaris en het kloffie van de veldwachter) en meentelasten (aan onderhoud wegen en waterlopen). Als een timmerman in een kerspel zo’n schatbeurder en de boeren tegen had, dan kon hij naar die vrijstelling fluiten.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerecht Oldambt) inv.nr.  6117 (samengevatte verzoekschriften met kantbeschikkingen).

Advertisements

One Comment on “Werken voor nop en toch belasting betalen – Oldambtster timmerlui dubbel gepakt”

  1. Reina schreef:

    Vooral niet vergeten, dat de kleine luiden, zoals de mindere middenstand en zzp-ers toen genoemd werden, altijd zelf op moesten komen draven. De timmerlieden, al had hun baas ook maar 1 knecht, dan was de knecht de klos. De zzp-ers hadden geen knecht, dus moesten die wel zelf gaan schavot stellen enz. Alles wat van nog mindere “waarde” was voor de gemeenschap, was knecht of keuter en moest ook zelf opdagen en dan een dag loon bij hun baas derven, dat ook nog. . Dominee, de schulte, de vroede vaderen der kerk, die over het algemeen “dikke” boeren waren, hoefden niet zelf, die konden gewoon een knecht sturen in hun plaats. Zelfde gold voor boeren, die moesten dijken, de dijk op hoogte houden, hoe groter het boerenbezit, hoe minder men de boer aan de dijk zag graven. Ja, aan de kant staan en beste stuurman zijn (of spelen) dat dan weer wel en vooraan staan als er geprezen werd, dat ook.
    Mijn familie bestond (ze zijn allang met pensioen) uit grote boeren (voor Drentse en jaren 50 begrippen), boeren met 8 tot 12 koeien (2 peerds boeren dus) en keuterboeren (liever klein boer dan grootknecht) en nog wat dagloners/losse arbeiders (in het seizoen verdienden die veel meer dan vaste knechten, maar ze moesten wel zorgen dat ze steeds weer nieuwe seizoensarbeid vonden, anders was het ’s winters op een houtje bijten en in de kou zitten).
    Ik ben opgevoed vanuit het principe, dat je alles van twee kanten moet bekijken, dus zowel van baas- als van knechtskant, vandaar, geen veroordeling van boeren dus, maar ook niet van knechten, die voor hun recht opkwamen. Maar de dikste boeren of borgheren stelden de dominee aan of hadden de meeste stemmen in het kerspel, en die gingen dus echt niet zichzelf in de vingers snijden. Zo konden oude en soms erg kromme systemen decennia voort blijven bestaan. Die goeie, ouwe tijd, jaja, ze had ook haar slechte kanten. Reina


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s